Patti Smith

Bij haar 67ste verjaardag.


In deze digitale tijden is het eerder zeldzaam, maar met Patti Smiths muziek heb ik nog kennis gemaakt op een ouderwetse, enigszins romantische manier. Ik kan ze nog perfect reconstrueren in mijn geest, de tweedehands-platenzaak in Barcelona, waarin ik, in de lente van 2003, voor het eerst aangetrokken werd door de cover van Horses. De naam “Patti Smith” kende ik toen enkel van haar prachtige bijrol in R.E.M.’s E-Bow the Letter. Maar de mysterieuze, androgyne verschijning op de hoesfoto, de eenvoudige maar toch prachtige titel en de producer-credits voor John Cale overtuigden mij zonder veel moeite om de zware investering van vier euro (in die tijd nog veel geld) te doen.

Sindsdien is “Horses” zo een van die platen geworden die ik gewoon moét meenemen als ik ze ergens veel te goedkoop (en ze is altijd veel te goedkoop) zie liggen. Er was natuurlijk die stem en de muziek, maar ook de songteksten, die over een vrij unieke poëtische & mystieke kwaliteit beschikken. Woorden die je niet helemaal begrijpt, maar toch volledig vat. Veel exemplaren heb ik ondertussen weggegeven, maar mijn eerste heeft nog steeds een ereplaats in mijn collectie. Later ontdekte ik dat ook Michael Stipe als 18-jarige een obsessie met het album ontwikkelde, die hem uiteindelijk overtuigde voor een leven in de muziek te kiezen.

Pas in 2012, en later opnieuw in 2013, zou ik haar zien optreden. Ik miste een EK-finale voor haar en woonde voor de eerste en wellicht laatste keer in mijn leven het genante spektakel van een signeersessie bij voor haar. Intussen was ik al haar muziek gaan appreciëren, haar latere albums — waarop ze na een lange pauze en veel persoonlijke tragedies terugkeerde naar de muziek — nog het meest. Ook als persoon kreeg ze een speciale plaats in mijn hart, door interviews, documentaires en de mooie teksten die ze regelmatig schreef over andere inspiraties. In “Just Kids” schreef ze recent nog over haar relatie met de fotograaf Robert Mapplethorpe, een beschrijving van liefde die zo overtuigend was dat ze zich schijnbaar spontaan in mijn leven verweefde.

Smith blijft mateloos fascinerend en schijnbaar verheven boven de werkelijkheid, misschien wel net omdat ze geen enkele moeite lijkt te doen om zich als de enigmatische artieste voor te doen. Een goed hart ook gewoon, dat durf ik met zekerheid stellen. Met “Banga” bracht ze na acht jaar nog eens een album met origineel materiaal uit en overklaste ze moeiteloos al haar contemporainen. Vandaag dus 67, maar eigenlijk zonder leeftijd. Felicitaties, desondanks.

Email me when Flor VDE publishes or recommends stories