Anyone can publish on Medium per our Policies, but we don’t fact-check every story. For more info about the coronavirus, see cdc.gov.

Corona en mobiliteit: van moeten naar willen

Image for post
Image for post

Door Serge van den Berg

De Covid-19 crisis heeft gezorgd voor een enorme verandering in de manier waarop wij reizen en werken. Sinds het Coronavirus zich in onze samenleving genesteld heeft, werkt men opeens massaal thuis, reist men nog nauwelijks met het OV, is de fiets ineens vervoersmiddel nummer 1 en wordt de vliegvakantie naar Bali vervangen door een zomervakantie dichtbij huis. Naast alle negatieve consequenties heeft dit alles ook zeer positieve gevolgen voor het klimaat, de leefomgeving en de work-life balance. Daarmee is deze crisis een soort dry run voor een mobiliteitstransitie en een belangrijke stap richting het behalen van onze klimaatdoelen.

Met Fynch Mobility zijn wij sinds 2011 actief om het mobiliteitsgedrag binnen organisaties te verbeteren. We doen dit door het geven van inzicht en het trainen en belonen van duurzaam en veilig mobiliteitsgedrag. Door alle jaren heen hebben we een behoorlijke trackrecord opgebouwd, maar de impact die het “Covid Low Mobility Diet” met zich meebrengt, hadden wij nooit voor mogelijk gehouden. Een pandemie blijkt vele malen effectiever dan het Fynch programma, hoe zit dat eigenlijk? Hoe is het mogelijk dat er een pandemie nodig is om ons gedrag te veranderen? En nog belangrijker, hoe zorgen we ervoor dat we dit duurzame gedrag ook in de toekomst zoveel mogelijk kunnen vasthouden?

Image for post
Image for post
Robert den Broeder, docent/trainer/coach Organizational Behavior Management (OBM) aan de ADRIBA/VU Amsterdam

Ik praat hierover met onze vriend, partner en gedragsexpert Robert den Broeder, docent/trainer/coach Organizational Behavior Management (OBM) aan de ADRIBA/VU Amsterdam en schrijver van het onlangs verschenen boek “OBM, een introductie” (2020). Robert helpt Fynch al jaren om met het Fynch programma mobiliteitsgedrag te verbeteren, o.a. door gebruik te maken van positive reinforcement (belonen) van gewenst gedrag.

Robert, kun je ons iets meer over de wetenschap achter OBM vertellen, en dan specifiek hoe het kan dat we nu ineens wel massaal ons gedrag aanpassen en dat we ons hier ook nog steeds aan houden?

OBM heeft zijn ‘roots’ in de toegepaste gedragsanalyse (‘applied behavior analysis’). OBM is een praktische, wetenschappelijk gevalideerde aanpak voor prestatieverbetering, die zich richt op actief en positief managen van gedrag op de werkvloer.

Ondanks de gekozen term gaat ‘managen van gedrag’ niet over ‘veranderen van mensen’. Het gaat ook niet over ‘manipuleren van mensen’. OBM richt zich op het creëren van een (werk)omgeving die op een ethisch verantwoorde wijze mensen ondersteunt bij het leveren van maximale (werk)prestaties. Zoals we met Covid-19 zien: als de omgeving verandert, verandert ook gedrag.

Binnen OBM maken we gebruik van het zogeheten ‘ABC-model’. Vanuit dit model laten we zien dat gedrag (Behavior, B) beïnvloed kan worden voordat het heeft plaatsgevonden (via Antecedenten, A), óf door te kijken naar wat er gebeurt wanneer een specifiek gedrag vertoond zou worden (Consequenties, C). Beïnvloeden via consequenties (positief en negatief), zo blijkt uit duizenden studies, is vele malen effectiever, dan beïnvloeden via antecedenten.

Wat we nu zien, is dat Covid-19 ons feitelijk dwingt om ons anders te gedragen dan voorheen. De dwang ontstaat doordat er sterke, negatieve en persoonlijke consequenties kunnen volgen op besmetting met Covid-19. Dat is een risico dat veel mensen liever niet nemen. Dus in een poging besmetting te vermijden passen ze hun gedrag aan. We kunnen rustig stellen dat veel mensen hun gedrag aanpassen uit angst voor een COVID-19 besmetting.

Je ziet dat mensen door dwang hun gedrag hebben aangepast, maar er zitten ook veel positieve gevolgen aan dit nieuwe gedrag?

Heel belangrijk is dat de consequenties van gedrag worden beoordeeld vanuit het perspectief van de persoon die het gedrag vertoont. We kunnen stellen dat als gevolg van de pandemie vooral de natuur de grote winnaar is: minder files, minder CO2, minder stikstof, minder fijnstof, etc. Echter, de natuur is hier geen ‘individu die waarneembaar gedrag vertoont’, maar wel een superbelangrijke stakeholder in dit verhaal.

De mensen die met hun oude gedrag files, fijnstof, CO2- en stikstofuitstoot veroorzaken, ervaren kennelijk als individu dusdanig positieve consequenties dat het gedrag in stand gehouden wordt, ondanks het negatieve effect op de leefomgeving en het milieu.

Nu vertonen we ander gedrag: meer thuiswerken, meer online vergaderen, vaker handen wassen en onder bepaalde omstandigheden afstand houden en mondkapjes dragen. Zoals hiervoor aangegeven: veel van het nieuwe gedrag is afgedwongen door de pandemie.

Echter, er zitten ook voordelen aan het ‘nieuwe normaal’. Het nieuwe gedrag betekent niet alleen minder files en uitstoot, maar ook minder ongevallen en minder verkeersdoden. In de meer persoonlijke sfeer: thuiswerken betekent ook minder tijdsverlies doordat we veel minder reizen, lagere kosten doordat we minder vaak tanken, we hebben minder vaak autoschade en we hebben bovendien meer tijd voor het gezin en hobby’s. Kortom: efficiëntere besteding van twee van onze belangrijkste resources in het leven: tijd en geld. Deze consequenties kunnen, na een periode van gewenning, steeds belangrijker gaan worden voor individuen. Men went aan de voordelen van het nieuwe gedrag. Die voordelen die het gedrag in stand houden, of zelfs versterken, noemen we ook wel ‘reinforcers’.

Klopt, maar je hoort ook wel negatieve ervaringen.

Inderdaad zijn er ook negatieve of minder positieve ervaringen. We zijn nu met z’n allen sterk afhankelijk geworden van internettechnologieën. Werkt de thuiswerkplek niet naar behoren, dan hebben we daar direct last van en dan kunnen we ons werk niet goed doen.

Grote groepen mensen ervaren autorijden als enorm prettig. Ze zijn niet zelden bereid om veel geld te investeren in een goede (lease)auto. Dat geïnvesteerde geld staat, als gevolg van het nieuwe normaal, gewoon stil voor de deur en is nutteloos. Dat ervaren we doorgaans als een negatieve consequentie van het nieuwe gedrag.

De pandemie heeft ook enorme economische consequenties. Talloze mensen zitten werkloos thuis als gevolg van de COVID-19-maatregelen. Dat brengt ook allerlei financiële onzekerheden met zich mee. Een groot deel daarvan is feitelijk botte overmacht en dat voelt voor velen van ons als oneerlijk en bedreigend.

Als de Covid-19 maatregelen straks niet meer van kracht zijn, is de kans groot dat mensen weer terugvallen in hun oude gedrag. De verwachting is zelfs dat er weer meer autogereden zal gaan worden door het mijden van het OV. In Nederland zie je zelfs een toename in de verkoop van tweedehands auto’s.

Wat we in de nabije toekomst gaan zien, zeker als de RIVM-cijfers dat ook ondersteunen, is dat wanneer het algemeen gedeelde beeld ontstaat dat het allemaal wel weer kan, mensen hun gedrag heel snel weer aanpassen. Dan gaan we zien dat mensen toch weer handen gaan schudden, weer meer gaan autorijden, dichter op elkaar gaan zitten in de trein en in openbare ruimten, en dat steeds minder mensen mondkapjes dragen. Het dwangmechanisme (dreigen met negatieve consequenties als gevolg van een COVID-19 besmetting) werkt dan niet meer, dus passen we ons gedrag (waarmee we besmetting trachtten te voorkomen) ook aan. Als er geen besmettingsgevaar meer is, of als de kans op besmetting verwaarloosbaar klein geworden is, waarom zou je dan nog zo’n lastig mondkapje dragen? Immers, het dragen van een mondkapje heeft ook allerlei direct optredende negatieve consequenties (het is irritant etc.). Dat mondkapje niet meer dragen verlost ons direct van die negatieve consequenties!

De belangrijkste les daaruit is dat veel van ons waarneembare gedrag consequentie-gestuurd is. Dat geldt voor gewenst gedrag, maar ook voor ongewenst of ongepast gedrag. Dat geldt voor bewust en voor onbewust gedrag. Zodra voor het individu de consequenties van een specifiek gedrag veranderen, is de kans heel groot dat het individu zijn gedrag zal aanpassen. Dat geldt voor individuen en voor grote groepen mensen.

Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat we niet weer terugvallen in ons oude gedrag?

Het grote geheim voor het in stand houden van het nieuwe gedrag is er voor zorgen dat het nieuwe gedrag meer positieve consequenties of opbrengsten heeft voor het individu dan het vertonen van het oude gedrag.

De leiders en andere beïnvloeders zijn aan zet. Welke positieve consequenties gaan zij verbinden aan het vaker vertonen van het nieuwe, meer gewenste gedrag? Als ze het nieuwe gedrag gaan negeren, dan zal het uitdoven en neemt het oude gedrag het vrij snel weer over.

We moeten op zoek naar mechanismen om het nieuwe gedrag zo vaak te bekrachtigen, dat het nieuwe gedrag de nieuwe gewoonte wordt. Dat zal niet eenvoudig zijn, omdat we allemaal unieke individuen zijn. Wat voor één persoon werkt als bekrachtiger (‘reinforcer’), kan voor een ander juist een demotiverende factor zijn. De valkuil van het dwingen ligt levensgroot op de loer. De kans is groot dat we het nieuwe gedrag vooral gaan afdwingen, bijvoorbeeld door autorijden en parkeren nog veel duurder te maken dan het nu al is. Maar te veel dwang leidt vroeg of laat tot weerstand en burgerlijke ongehoorzaamheid. Mensen worden creatief en gaan op zoek naar manieren om de dwangmaatregelen te ontlopen. Het gedrag dat daarbij vertoond wordt, zal door de maatschappij lang niet altijd als ‘gewenst’ worden bestempeld. Deze situatie zal ook leiden tot extra maatregelen, met bijbehorende kosten voor handhaving vanuit de overheid. Eén keer raden wie die kosten mag gaan betalen…

We hebben hier met diverse klanten en relaties van Fynch over gesproken en we zien eigenlijk vier hoofdgedragingen voor het ‘Nieuwe Normaal’ terugkomen:

  1. Reis niet onnodig: werk zoveel mogelijk thuis (met uitzondering van kritische rollen en mensen die de mogelijkheid niet hebben om thuis te werken door kinderen, een thuiswerkende partner of geen werkplek). Vliegreizen worden tot een minimum beperkt.
  2. Moet je toch de deur uit: wandel of pak de fiets.
  3. Vermijd drukte en te allen tijde de spits.
  4. Mobiliteit met de auto het liefst zo duurzaam mogelijk, dus stimuleren van elektrisch rijden en zuinig en veilig rijden. Daarbij wordt ook de (elektrische) deelauto door Covid-19 extra gestimuleerd.

Als we mensen willen helpen met het begrijpen en toepassen van het ‘Nieuwe Normaal’, dan is het belangrijk om het ‘Nieuwe Normaal’ te vertalen naar waarneembare gedragingen. Wat zien we mensen dan doen? Wat horen we ze dan tegen elkaar zeggen? De vertaling van het ‘Nieuwe Normaal’ naar waarneembare gedragingen is heel belangrijk, omdat we dan objectief kunnen vaststellen of we ons aan het ‘Nieuwe Normaal’ houden. Nog belangrijker: als is waargenomen dat we ons aan het ‘Nieuwe Normaal’ houden, dan kunnen we (beïnvloeders/leiders) daar positieve consequenties aan verbinden. Dat maakt het voor iedereen extra interessant om het gedrag dat zal leiden tot positieve consequenties langer vol te houden.

Uit het verleden is gebleken dat financiële prikkels voor veel mensen een interessante stimulans zijn om hun gedrag aan te passen. Kijk maar naar de effecten van de bijtellingsregeling voor autogebruik. De dieselauto’s waren mateloos populair, zeker in vergelijking met elektrische auto’s. Echter, de overheid ging dieselauto’s fors zwaarder belasten en het gebruik van elektrische auto’s flink stimuleren. Het voorspelbare gevolg: daling in verkoop en gebruik van dieselauto’s en een aanzienlijke toename van verkoop en gebruik van elektrische auto’s. Het is een voorbeeld van het beïnvloeden van gedrag met financiële consequenties die merkbaar zijn voor het individu.

In het verlengde daarvan zou het interessant zijn als mensen consequent bekrachtiging ontvangen voor vertonen van gedrag dat past bij het ‘Nieuwe Normaal’. Dat hoeft lang niet altijd financieel te zijn. Vooral sociale vormen van bekrachtiging zijn zeer effectief. Groot voordeel: die kosten geen geld!

Het maken van de omslag van financieel belonen naar sociaal belonen is lang niet altijd gemakkelijk. Dat vereist bijvoorbeeld dat we elkaar gaan aanspreken op gewenst gedrag. Dat doen we vaak niet. We kijken vooral naar dingen die fout gaan. Daar geven we dan commentaar op. Meestal leidt dat na enige tijd tot gespannen verhoudingen. Uit vele onderzoeken blijkt dat het veel effectiever en leuker is om datgene te versterken dat goed gaat, in plaats van te bestraffen van dat wat fout gaat. Stel dat je een nieuwe auto hebt. Wat hoor je dan liever? “Goh, mooie auto! Wel jammer dat het een diesel is…” of “Goh, mooie auto! En elektrisch ook nog! Mooi hoor…! Hoe bevalt’ie?

Robert, hoe denk je dat wij als Fynch onze programma’s nog beter kunnen laten aansluiten op de nieuwe realiteit?

Als we het ‘Nieuwe Normaal’ gaan vertalen naar en toepassen in bedrijfsomgevingen, dan zijn wederom de leiders en andere beïnvloeders binnen organisaties aan zet. Zij zijn in staat om de visie, missie, doelstellingen en het beleid van hun organisatie aan te passen en hier de juist consequenties aan te koppelen. Het Fynch programma kan daar goed bij helpen omdat het programma al heel goed de OBM-principes toepast bij het beïnvloeden van reisgedrag. Het mooie van de Fynch applicatie is dat het mensen steeds uitdaagt om gewenst reisgedrag, passend bij het ‘Nieuwe Normaal’ vaker te vertonen. Dat gebeurt via het inzicht dat management en medewerkers krijgen en door het verdienen van coins, die weer in te leveren zijn voor goederen en diensten. Die coins kan je alleen maar verdienen met vaker vertonen van gedrag passend bij het ‘Nieuwe Normaal’.

Hoe dat nog beter zou kunnen? Daar heb ik nog niet meteen een concreet antwoord op. Het ‘Nieuwe Normaal’ zal zich verder gaan ontwikkelen. Nieuwe inzichten, nieuwe regels, nieuwe overtuigingen, nieuwe gewoonten en bijbehorende gedragspatronen zullen ontstaan. Mensen raken beïnvloed door dergelijke veranderingen en zullen op zoek gaan naar de beste manier (vanuit hun perspectief!) om daarmee om te gaan.

Zorg er vooral voor dat je blijft focussen op de gedragingen die je vaker wilt zien. Koppel daar zinvolle, betekenisvolle positieve consequenties aan. Soms moet je gedrag eerst even afdwingen om het ‘op gang te krijgen’. Eenmaal ‘op gang’ gekregen, zorgt met name positieve bekrachtiging voor het in stand houden en het versterken van dat gedrag. Als positieve consequenties ontbreken voor de presteerder zal gedrag uitdoven en stoppen.

Een veelgebruikte uitspraak is: “alles dat aandacht krijgt groeit”. Zorg dus voor positieve, (sociale) consequenties voor gedragingen die je vaker wilt zien. Geef dat aandacht en zorg dat het groeit! Wat je kunt doen is dat ondersteunen met andere gunstige consequenties, zoals gemak, comfort, kortingen en tijd. Zorg voor een omgeving die mensen uitdaagt om het beste van zichzelf te laten zien. De natuur zal ons daar dankbaar voor zijn.

Written by

Fynch is a social enterprise that influences people’s travel behaviour by rewarding sustainable choices with an app. Find out more on www.fynchmobility.com

Fynch is a social enterprise that influences people’s travel behaviour by rewarding sustainable choices with an app. Find out more on www.fynchmobility.com

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store