
“Zeg nooit dat het makkelijk is”: Wat we leren uit het wiskundeonderwijs in het Big Data tijdperk
Op de lerarenopleiding wiskunde leerde ik veel over hoe kinderen leren. In het bijzonder, hoe ze leren abstraheren en logisch nadenken. Wiskunde is net als koken: met recepten kom je er ook wel, maar de beste koks staan boven hun recepten, ze nemen moeiteloos hun lessen van de chocoladetaart mee naar de creme brulee. En dus zet het wiskundeonderwijs daarop in. Hoe krijg je daadwerkelijk inzicht? En hoe kun je niet alleen varianten van bekende opgaven aan, maar kraak je problemen die je nog nooit eerder hebt gezien?
Zodra je je grenzen verlegd, problemen oplost die je in eerste instantie vreemd voorkwamen, dan leer je. Je leert de hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden, je leert wat kenmerkend is voor bepaalde problemen, je leert de kansen achter de knikkers te zien en de stellingen achter de parallellogrammen. Maar het is doodeng. En ongemakkelijk. Je hebt namelijk geen idee of het ingeslagen pad de juiste is. Je ziet niemand om je heen. En dus voel je je verloren. Alleen. Dom.
Dus een echt goede wiskundedocent, die houdt je hand vast en vertelt je dat je niet dom bent. Die laat je zien dat het ongemak erbij hoort. Dat zelfs briljante wiskundigen dat voelen, nog steeds, elke dag. Daarom zijn ze zo briljant. En als je het ongemak accepteert, dán wordt het pas echt leuk. Want je weet niet wat je gaat ontdekken. En hoe verder je komt in de wiskunde, hoe minder mensen weten wat het eindresultaat is. En in de ultieme vorm weet níemand wat je gaat ontdekken. Zo moet een wiskunde PhD zich voelen. Fantastisch. En verschrikkelijk tegelijkertijd. Maar wie dat voor lief neemt, heeft de beste tijd van zijn leven.
We leven in een tijd met buzz woorden als big data, data science, deep learning en artificial intelligence. Om bang van te worden, toch? Internet of things, nog zo eentje. De meest eenvoudige uitleg is dat je koelkast en je tv met elkaar praten. Hu. Voor mensen voor wie dit nieuw is, is dit nogal wat. En erger nog, er is niemand die je bij het handje neemt. Nou ja, niemand die je écht geruststelt. De gebruikershandleiding heeft weinig empathisch vermogen, Wikipedia net zo min. Je buurjongen is zó enthousiast dat hij eigenlijk alleen maar naar zichzelf luistert in plaats van naar jou. En je neef, die lieve goede neef, begint altijd met: “kijk, het is heel makkelijk, …”
En daar ga je. Je had al klamme handjes, want, zou je het snappen? Wat zou er komen? En dan begint hij met dat het makkelijk is! Je kunt wel door de grond zakken. Ik moet wel dom zijn, oliedom, als dit makkelijk is… En je geeft het al op terwijl hij nog niet eens aan zijn uitleg is begonnen. Dat is niet gek hoor, het is heel menselijk. En bij elk moeilijk woord voel je steeds de bevestiging. Dom. Dom. Zie je wel. DOM.
Niet alleen wiskundeboeken en -fora staan vol met “it can be easily shown that…” of “see the following easy example.” De echte wereld zit er ook vol mee. En bij de meeste wiskundedocenten en wiskundeboekenschrijvers is het er tijdens de opleiding uit geramd. ZEG NOOIT DAT HET MAKKELIJK IS! Maar wie zegt dat tegen je buurjongen, je neef? Ik. Nu. Doe het niet. Het ís niet makkelijk. En het is ook niet zonder gevaren. Iets proberen te snappen. Je kunt je gezicht verliezen. Maar dat had je natuurlijk al begrepen. Makkelijk.
