Groundhop: Saracens — Bath

Terwijl we omringt waren door Spanjaarden kon het dan eindelijk op het plastic veld beginnen: Mijn eerste rugby Groundhop.

Mijn eerste trip naar een Engelse clubwedstrijd heeft eigenlijk nog lang op zich laten wachten. Ik was immers al op bedevaart geweest naar de Rugby Public High School. De heilige grond waar William Webb Ellis de bal oppakte en ermee begon te rennen. And the rest is history. Ook had ik al vier WK wedstrijden gezien in Engeland voordat ik besloot om maar eens naar een club te gaan en eigenlijk kwam dat ook per toeval tot stand. Ik had op vrijdagavond een bruiloft in de provincie en dus ging ik, na een kort ontbijt met mijn vriendin en schoonfamilie, met een boemeltje vanaf Haddenham and Thame Parkway richting Londen om met wat maten ons een weekend te misdragen in Londen. Gelukkig was ik niet de enige die de avond ervoor geprobeerd had de tap leeg te drinken en dus gingen we goed gekaterd op stap. Aangezien we gebruik moesten maken van het “weergaloze” Engelse openbaar vervoer, en dat met een kater, was de zaterdag nog geen doorslaand succes. Het leek mij leuk om eerst een voetbalwedstrijd te bezoeken op zaterdag en dan op zondag naar het rugby te gaan. Dit plan werd zowaar omarmt door mijn reisgenoten. AFC Wimbledon — Southend United werd een groot succes alleen was het stappen in Brixton niet meer aan ons besteed. We waren uitgeput.

Met goede moed vertrokken we richting het noorden van Londen voor een eerste pitstop in Camden. Een van de favoriete plekken van mijn vriendin voordat het definitief gentrificeerde en het tot de nok gevuld was met toeristen. Het is een heel knus, veel te duur en veel te hip plekje met inderdaad een overvloed aan toeristen. Terwijl mijn reisgenoten probeerden een Portugees meisje te overtuigen dat rugby ook een leuke activiteit is voor een zonnige lentedag, probeerde ik mijn tweedaagse kater te overleven in een overweldigend lentezonnetje. Dit terwijl ik langzamerhand steeds meer verwensingen van mijn vriendin via de app ontving. Ze vond het idee dat ik naar Saracens ging een waanzinnig goed idee. Dat zij niet werd uitgenodigd voor een wedstrijd bij haar favoriete RFC werd iets minder goed ontvangen. Ik wist dat ik een hoop prullaria mee moest nemen uit Noord-Londen om niet de hele week op de bank te hoeven slapen.

Na jarenlang het stadion met Watford FC te hebben gedeeld, zijn de Saracens in 2013 naar Barnet Copthall verhuisd in Hendon, Noord-Londen. Het stadion, beter bekend als Allianz Park is ongekend slecht bereikbaar, wat een trip erheen nogal een uitdaging maakt. Je pakt een metro of trein richting Mill Hill of Edgware en wordt dan door een keurige bejaarde meneer gewezen op de plek waar je de bus richting het stadion moet nemen. Aangezien er ruim 10.000 man in het stadion passen en deze door het lekkere weer en de goede resultaten er ook waren, was het zaak om op tijd de Portugese dames te verlaten en naar het stadion te gaan.

Het Allianz Park ligt tussen allerhande trapveldjes die vernoemd zijn naar beroemde voetballers, golfclubs en ook nog de Hendon RFC nogal afgelegen, maar dat heeft ook wel zijn charme. Het stadionterrein is in keurige staat al heeft iemand wel een sintelbaan aangelegd rondom het veld. Iets dat bij wet verboden zou moeten worden. Er gaan al tijden geruchten dat dit probleem opgelost wordt, dus er is nog hoop. Hopelijk lossen ze dan ook het probleem dat kunstgras heet op. Eigenlijk is het zonde dat zo’n mooie club in een stadion speelt met een sintelbaan en kunstgras.

We maken een rustig praatje met de beveiliging die zich afvraagt waarom we schone kleren bij ons hebben en zich opmaakt voor het ergste. Als we hem uitleggen dat we na de wedstrijd direct door moeten naar Luton Airport voor onze vlucht naar huis, valt het kwartje. We proberen nog de clubshop in te komen, maar het is daar zo druk dat we besluiten met een halve liter in de hand van de zon te genieten. Terwijl de wedstrijd op het punt van beginnen staat valt me op dat we niet de enige buitenlanders zijn. Er blijken ook wat tripteams op deze wedstrijd te zijn afgekomen waardoor een nogal uitgelaten sfeer ontstaat. Het affiche voor vandaag is met Saracens FC — Bath natuurlijk een prachtige ontmaagding. De wedstrijd gaat in een moordend tempo. Het pack van de gastheren bestaat voor een groot deel uit Engelse internationals terwijl de backline van de gasten vaak in het maagdelijk wit van het nationale team mogen spelen. Brute kracht tegen flamboyante looplijnen. De eerste helft gaat gelijk op en om mij heen hoor ik zowel de uit- als thuisfans hun teams veelvuldig aanmoedigen. Het leek een 12–10 rust te worden toen Sean Maitland in de laatste seconden voor rust de score op 17–10 zette.

Saracens begon vleugels te krijgen

In de rust probeerde ik mijn reisgenoten nog wat spelregels uit te leggen en besloot één van hen dat hij toch echt fan van Bath was geworden. Waarom is niet geheel duidelijk, maar er zijn slechtere keuzes om te maken in het leven. Hij had er vertrouwen in dat Bath de achterstand nog wel goed zou maken.

Deze hoop bleek ijdel en in de tweede helft walste Saracens over de bezoekers heen om uiteindelijk een 53–10 eindstand op het bord te zetten. De brute kracht van de gebroeders Vulipola en beesten als Mauro Itoje zorgden ervoor dat Owen Farrel zijn back line tegen een uitgeputte defensie in stelling kon brengen en zo geschiedde. Het werd door de vele tries nog een erg spectaculaire wedstrijd met een wat eenzijdig scorebeeld.

Na afloop werden de vlaggetjes en bekers verzameld in de hoop dat ik die als souvenirs mee kon nemen naar huis. Een herkansing in de clubshop zat er immers niet in aangezien we onze vlucht moesten halen. Aangezien het nogal druk was duurde het even voordat we op weg waren, maar dat mocht de pret niet drukken. Een mooie club om een keer te bezoeken, met spectaculair en hoogwaardig rugby, maar een stadion dat wel wat verbeteringen kan gebruiken. Volgende keer neem ik mijn vriendin mee.

De buren van Saracens moet ik ook maar eens vincken.