
Uitbreiding van het aantal stembureaus is geen wondermiddel om de opkomst bij verkiezingen te vergroten. Het effect is klein en bovendien zijn zeer veel extra stembureaus nodig om de opkomst echt te bevorderen. Onderzoekers van Tilburg University concluderen dat in een analyse van de opkomstcijfers van de laatste vier gemeenteraadsverkiezingen.
Logisch, de moderne, calculerende burger wil werkelijk iets te kiezen hebben. Iets dat het verschil maakt. Een stem voor de Tweede Kamer loopt nu vaak op een teleurstelling uit. De illusie wordt namelijk gewekt dat de kiezers iets te kiezen hebben, een regering bijvoorbeeld. Niets is minder waar! Zij geven met hun stem een mandaat, kiezen daarmee een Tweede Kamer, maar geven ook voor vier jaar al hun invloed uit handen. Dat hebben we in Nederland zo geregeld. De Tweede Kamer heet niet voor niets volksvertegenwoordiging.
Zolang de politieke partijen in de Tweede Kamer hun machtspositie in stand houden, verandert er niets. Men heeft niet voor niets onlangs het raadgevend referendum afgeschaft. Een verplicht referendum is bovendien (voorlopig) een brug te ver. Nee, het zou een groot verschil maken indien de burgers bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer drie stemmen kunnen uitbrengen: één op een politieke partij, één voor de coalitie van keuze en één op de minister-president die het regeerakkoord van die coalitie uitvoert.
Er zijn natuurlijk legio bezwaren tegen zo’n nieuw systeem in te voeren, valide of niet. Alles valt of staat met de bereidheid van driekwart van de Tweede Kamerleden om zo’n staatkundige wijziging door te voeren. Men zou daarmee wel zijn directe macht en invloed kwijtraken. Het is de vraag of het ooit zover komt. Voorlopig blijft het behelpen en is de conclusie gerechtvaardigd dat ons huidige systeem nog niet zo slecht is, zeker vergeleken bij tal van andere landen.
Zoals gezegd, de moderne, calculerende burgers willen iets te kiezen hebben. Het grootste bezwaar echter tegen zo’n cultuuromslag zou wel eens van de Tweede Kamer zelf kunnen komen.
Henk Kooy