De vulkaan van Klaus Mann

Begin 1935 schreef Menno ter Braak een bijtend artikel in het Duitse emigrantentijdschrift Das Neue Tagebuch over de stand van de Duitse exil-literatuur. Die was volgens hem niet om aan te zien. De in 1933 massaal gevluchte Duitse schrijvers verwerkten hun ervaringen in ballingschap helemaal niet in hun nieuwe romans, ze gingen gewoon op oude voet verder met hun historische romannetjes en zo. Ter Braak zag geen verschil tussen hun romans voor en na 1933 en dat keurde hij keihard af. De Duitsers, vooral nog druk bezig een nieuw en onzeker bestaan op te richten, reageerden geschokt: kregen ze dit ook nog op hun dak.

Op de achtergrond zou mogelijk een conflict hebben gespeeld (lees ik in een boek over de kwestie) tussen Ter Braak en Klaus Mann, zoon van Thomas en zelf schrijver. Klaus Mann was in 1933 naar Amsterdam gevlucht en daar bevriend geraakt met Ter Braak. Maar Ter Braak had al vrij snel genoeg van de grillige Klaus, die in de jaren twintig bekend was geworden als enfant terrible van de Duitse literatuur met controversiële en voor die tijd enorm vooruitstrevende romans en toneelstukken over onder meer homoseksuele liefdesrelaties (Klaus Mann was zelf ook homoseksueel maar bleef niet zoals zijn vader in de kast). Manns eerste exil-roman, Vlucht naar het noorden, werd door Ter Braak afgekraakt (‘Snert!’). In zijn briefwisseling met Edgar du Perron, die andere fameuze Hollandse essayist uit de jaren dertig, hadden ze het over ‘Klaasje’ en zijn ‘pederastisch-mondaine flauwekul’. Mann noemde Ter Braak in die tijd overigens een ‘over het paard getilde, onaangename en pretentieuze snuiter’, maar was na de oorlog in zijn memoires milder over hem. Vlak na dit geruzie publiceerde Ter Braak zijn aanval op de Duitse exil-auteurs.

Anyway, Ter Braak pleegde op 14 mei 1940 na de inval van de Duitsers zelfmoord en ik vraag me af of hij nog tijd heeft gehad Der Vulkan te lezen, die andere grote exil-roman van Klaus Mann uit 1939. Ik heb het net uit en het is een geweldig grillig en onevenwichtig, en tegelijkertijd indringend, mooi, spannend en dramatisch boek dat ik iedereen kan aanraden over een groepje Duitse vluchtelingen en hun vrienden en familieleden in met name Parijs, waar ze vaak samenkomen in een café. Ze zijn onder meer schrijver, zangeres, zakenman, linkse activist, cabaretière, café-eigenares, mooie Braziliaanse jongen en oude aristocratische vrouw. We volgen ze van 1933 tot begin 1939, dwars door de onzekere exil-jaren, op ‘de vulkaan’ op het punt van uitbarsten die Europa is geworden (geen vlucht meer mogelijk naar een ‘toverberg’), langs grote successen (de zangeres, gemodelleerd naar Klaus’ zus Erika), maar vooral ook wanhoop en eenzaamheid, eindigend in drugsgebruik (geen onbekend onderwerp voor Mann), zelfmoord, statenloos rondzwerven, strijden en sterven in de Spaanse Burgeroorlog (is Mann ook bij geweest) en gelyncht worden door Oostenrijkse nazi’s. Er zitten prachtige passages in over onder meer de relatie tussen de jongens Marcel en Kikjou, die voor alle personages zo vanzelfsprekend is dat ze nooit áls homoseksueel wordt benoemd. Het laatste deel is wel bizar, met een sentimenteel liefdesverhaal in de VS en een lang stuk over De Engel van de Emigranten die Kikjou langs de levens van de overlevenden leidt. Maar dat tekent ook wel de grenzeloosheid van Mann en van de tijd waarin hij schreef en waaraan hij zelf misschien wel het meeste leed.

Mann voltooide Der Vulkan begin 1939 in New York en stuurde het naar Querido in Amsterdam, waar het later dat jaar verscheen. Het werd nauwelijks verkocht want al gauw vielen de Duitsers binnen. Toen Mann in 1949 in Cannes stierf door een overdosis slaappillen (mogelijk zelfmoord) was er nog geen herdruk verschenen. Daar zijn er nu natuurlijk al vele van in het Duitse, maar… niet in het Nederlands? Nee, is nooit vertaald, voor zover ik kan ontdekken. Waarom niet: de vloek van Ter Braak? Het is inmiddels weer een superactueel verhaal dat veel lezers verdient. Beste Josje Kraamer van Querido, of anders Mark Pieters of Joost Nijsen of Oscar van Gelderen of Katrijn van Hauwermeiren, het ligt zomaar op een van jullie te wachten.