Hamdorff & Tabak -afl. 23

kap

Op de kamer van Jack Tabak, in zijn kantoor in het Gooise neo-kasteeltje van waaruit hij zijn bedrijven leidde, was het leeg als altijd. Hij had daar wel een bureau staan met daarop een pc, maar dat ding had hij eigenlijk nog nooit gebruikt. Hij vond het een fantastische uitvinding, maar hij liet graag aan zijn secretaresse, pardon office manager, over om alles te doen waarvoor zo’n ding nodig kon zijn. Tabak had voor zichzelf al een paperless office ingericht, lang voordat die term uit Amerika was komen overwaaien.

De aandacht van bezoekers die zijn office manager hadden weten te passeren, werd meteen getrokken door een monstrueus grote lampenkap, recht boven een comfortabele relaxstoel in een andere hoek van zijn kamer. Nee wacht, dat was geen lampenkap, maar een afzuigkap. Standaardtekst van Tabak: “Iemand met mijn achternaam gaat in zijn eigen pand niet op een balkonnetje staan, als hij een sigaret wil roken.”

“Dit ding is goedgekeurd door de Arbo”, vertelde Tabak altijd tegen nieuwe bezoekers. En daarna volgde standaard de mededeling: “Als je dat wilt, zet ik ‘m voor je aan”. Meestal wachtte hij een antwoord niet af, maar draaide zich half om en riep dan in de richting van de altijd openstaande deur: ”Irene, heb je voor ons wat te drinken?”

Hij was er niet om die vraag te stellen toen Hamdorff en ik die ochtend binnenkwamen, maar Irene had haar werk al gedaan. De koffie stond klaar en ze legde voor elk van ons drie gekleurde boekjes op de lage tafel in de zithoek.

“Jack komt zo. File”.

(wordt vervolgd)

Like what you read? Give Huub Spall a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.