Ik at een week lang alleen maar instant eten

Eten uit pakjes en zakjes hoort bij de Nederlandse keuken als worst bij zuurkool. Er zijn zelfs mensen die alleen nog maar poeder eten, die leven op Joy- of Soylent. Die manier van eten lijkt mij niks, want het smaakt naar niks. Normaal gesproken eet ik bijna alleen maar onbewerkt eten, maar omdat de wereld van instant eten zo enorm uitgebreid is, besloot ik een week lang alleen maar kant-en-klaar en poeders en pakjes te eten. Weegt het gemak op tegen (het gebrek aan) smaak?

Op zondagavond ga ik naar de supermarkt en daar ontdek ik schappen waar ik normaal gesproken altijd langsloop. Er staan producten tussen die ik niet eens kan verzinnen, zoals instant dipsaus met patésmaak. Vanaf morgen eet ik alleen nog maar poeder.

Dag 1
 
Ontbijt: drinkontbijt, vitaminepil, oploskoffie
 Lunch: instant bulgur (extra zout)
 Avondeten: aardappelpuree

Mijn ontbijt bestaat vandaag uit drinkontbijt in poedervorm, een vitaminepil en oploskoffie. Eigenlijk moet ik het drinkontbijt mengen met melk, maar ik ga in het kader van het experiment voor water en melkpoeder.

De koffie en de vitaminepil gaan er prima in, maar als ik het water bij mijn drinkontbijt giet, moet ik bijna kotsen. Het ruikt naar gefermenteerde bananenshake — en nee, dat heb ik nooit gedronken, maar ik weet gewoon dat het zo zou ruiken. Na de eerste hap weet ik één ding: mijn neus heeft me niet bedrogen. De structuur is die van een pak ontbijtyoghurt — melig, granig en romig — maar dan mierzoet. Mijn kokhalsneigingen onderdrukkend werk ik het bakje naar binnen in de wetenschap dat ik een ontbijt nodig heb.

Tussen de middag eet ik bulgur, eigenlijk gewoon een voedzame graansoort. Maar hier zitten zo veel gekke dingen in: vreemde gedroogde groenten, ‘kipstukjes’ en vooral heel veel zout. Bulgur vind ik normaal best wel lekker omdat het van die luchtige korreltjes zijn. Maar dit lijkt op aan elkaar geklonterde, ongare couscous waar qua smaak helemaal geen afwisseling in zit. Op een klein stukje gedroogde groente na, maar ook daar zit eigenlijk geen smaak aan.

Ik heb geen zin om moeilijk te doen bij het diner, dus maak ik aardappelpuree uit een pakje. Dat doe je door kokend water bij poeder uit een zakje — of was het nou andersom — te schenken en ferm te roeren. Het eindresultaat ziet er niet zo smeuïg uit als op de verpakking, de structuur is meer te vergelijken met stopverf. De bieslook-crème fraîche-smaak helpt wel om het qua gerecht boven stopverf uit te tillen: de stukjes groen zijn een welkome afwisseling op de rest van het melige gerecht. En zowaar: ik herken de smaak van crème fraîche!

Als toetje bak ik een zogenaamde halfvolle cake. Voor 2,39 euro hoef je alleen nog maar water toe te voegen, zelfs de vorm wordt bijgeleverd. Mijn knetterdure staafmixer loopt bijna vast in het beton-achtige beslag, maar als de cake prachtig goudbruin uit de oven komt ben ik dat alweer vergeten. De structuur is wel cake-achtig, maar verder is-ie nogal zoet. Zo zoet, dat ik twee plakjes eet.Ik bewaar de rest voor morgen, om uit te delen aan mijn collega’s.

Dag 2
 Ontbijt: plakje halfvolle cake, vitaminepil, oploskoffie
 Lunch: noedels teriyaki
 Avondeten: kip tandoori

Als ik wakker word voel ik me eigenlijk niet heel erg anders dan normaal: nogal beroerd. Ik ben geen ochtendmens. Wat dat betreft is een instant ontbijt handig: je zet een waterkoker aan, flikkert poeder door het water en klaar is kees. De koffie valt me niet eens tegen, en het vitaminebruistablet gaat makkelijker naar binnen dan een mandarijn in de ochtend zou gaan.

Mijn collega’s zijn niet zo gecharmeerd van de cake, maar dat zijn dan ook een beetje voedselsnobs. Aan het einde van de dag is-ie toch op.

De noedels die ik in de middag eet zijn zout, maar wel lekker en snel klaar natuurlijk. Eigenlijk weet ik niet precies hoe echte teriyaki hoort te smaken, maar als dit het is wil ik het elke dag wel. Instant noedels bederven niet en je kan er genoeg van inslaan voor onverwachtse honger; een gevaar voor de mensheid in een plastic bakje.

In de avond eet ik kip tandoori uit een pakje, een gezinspak voor vijf personen. Ik eet samen met een vriend. Om enigszins aan mijn vitaminetekort tegemoet te komen besluit ik de variatietip op het pakje op te volgen, en doe er prei en broccoli bij. Omdat ik normaal gesproken bijna alleen maar onbewerkt eten eet, krijg ik eigenlijk nooit smaakversterkers binnen. Ik merk dat deze een overweldigend dooreetgevoel bij me oproepen. Ik kan bijna niet stoppen met eten, en mijn gast ook niet. De vijfpersoonsmaaltijd gaat bijna helemaal op.

Dag 3
 Ontbijt: oploskoffie, vitaminepil, het drinkontbijt hoef ik niet meer
 Lunch: instant pasta carbonara
 Diner: noedels chili
 Snacks: chips met dipsaus

Lunchen met mijn collega’s is een hel: zij eten een lekkere salade met yoghurt en pitjes en groente en komkommer, terwijl ik aan mijn pasta carbonara uit een instantverpakkingskommetje zit. Iedereen aan tafel heeft verschillend advies over hoe je deze pasta het beste klaar kan maken: na het opgieten van het kokende water dekseltje er weer op, of toch er af, ondertussen doorroeren of met rust laten, schudden, niet schudden. Blijkbaar heeft iedereen wel een geschiedenis met instant.

Ik heb hartstikke trek omdat ik het vieze drinkontbijt maar nauwelijks weg kreeg, maar als ik de pasta proef blijkt dat-ie nog een beetje te veel al dente is. Als je dat mag zeggen over deze pasta, over dit product of wat het dan ook is. Ik zet het nog even op het vuur en eet de pasta op als hij gaar is: bremzout. Carbonara is — als ik het me goed herinner — geen pasta met een soort van spek-roomsaus, maar dat is wel wat dit is. De spekstukjes zijn helemaal ingedroogd, en ook nogal al dente. Richting het einde van mijn bakje beginnen ze wat meer water op te nemen en lijkt het mondgevoel meer op dat van spek. De smaak van de pasta is wel lekker vol, maar op een andere manier romig dan wanneer je het met ei maakt. De rest van de middag drink ik heel veel water.

Mijn avondeten van instant chilinoedels met afgietdeksel zijn weer razendsnel klaar. Wat kan ik er over zeggen? Smaakvol zijn ze zeker en ik heb zeeën van tijd over.

‘s Avonds heb ik wel snel zin in chips. Eerder deze week heb ik dipsauspoeder gekocht: aioli en patédip. Ik moet ze vermengen met mayonaise en een beetje water, en het wordt net zo goor als dit klinkt. De smaak is gelukt, het smaakt inderdaad naar paté en knoflook, maar in poedervorm zijn deze smaken veel heftiger. Ze zijn zo sterk dat ik na één gedipt chipje de rest van de zak leeg eet zonder dipsaus.

Dag 4
 Ontbijt: melk met teffmeel en gemberpoeder, vitaminepil, oploskoffie
 Lunch: noedels soto ajam
 Diner: babi pangang (maar dan ajam)

Ik sla vandaag mijn water met melkpoeder over en gebruik melk, teffvlokken en een beetje gemberpoeder om een ontbijt te maken — het smaakt best oké, beter dan de gefermenteerde bananenshake van de afgelopen dagen. De koffie begint me inmiddels ook tegen te staan, de espresso heeft een intense smaak, alsof je een dood vogeltje hebt gegeten, en die blijft de rest van de ochtend bij me.

Ondertussen begint mijn buik steeds raarder te doen en heb ik een groot deel van de dag buikpijn. En ik merk dat het druk is in mijn hoofd. Door de smaakversterkers ben ik veel meer bezig met eten en door de kleine porties heb ik veel vaker honger (niet zo gek). De grote hoeveelheden suiker en zout maken mijn spanningsboog — die normaal al best wel kort is — nog korter, en ik heb moeite taken af te maken. Het is vreemd, wat eten met je kan doen.

Wat me verder opvalt is dat ik een enorme berg afval veroorzaak: ik gooi per dag ongeveer 5 espressozakjes, 1 ontbijtzakje, 1 melkpoederzakje, 2 lunchbekers en een avondeetverpakking met daarin 3 zakjes weg. Normaalgesproken koop ik 250 gram koffie in een afbreekbare verpakking en ook voor mijn avondeten gebruik ik veel minder verpakkingsmateriaal. Om een brood dat we normaalgesproken met drie man op kantoor eten met lunch zit maar één plastic zak: nu gooi ik per lunch al twee plastic lunchbekers weg.

Maar groente verbouwen en de vleesindustrie zijn ook niet altijd goed voor het milieu natuurlijk — ik vraag aan een vriend die environmental studies doet wat hij ervan denkt. Hij vertelt dat instant voedsel heel efficiënt geproduceerd kan worden in grote hoeveelheden, en dat het door de lange houdbaarheidsdatum inderdaad duurzaam kan zijn. Ook profiteert het milieu ervan als de poeders gemaakt worden van producten die anders misschien weg zouden worden gegooid.

‘s Avonds eet ik mijn vroegere lievelingsgerecht: babi pangang. Ik maak het, net als mijn moeder altijd deed, met kip in plaats van varken — eigenlijk is het dus ajam pangang. Ik vind het heerlijk, maar misschien is het wel een beetje vals spelen. Vroeger at ik dit altijd als ik jarig was, en daarom heb ik er goede herinneringen aan. Qua smaak lijkt het veel op de lunches en avondmaaltijden die ik tot nu toe heb gegeten: veel umami en lekker zout.

Dag 5
 Ontbijt: melk met teff, limonade, vitaminepil, oploskoffie
 Lunch: noedels green curry en poederchocomelk
 Diner: 2 bakjes noedels teriyaki

Ik merk dat de smaakversterkers iets gek met me doen. Ik eet superveel, ik denk wel anderhalf keer zoveel als normaal. In mijn normale dieet wissel ik zoet, hartig en fris al bijna neurotisch af, maar nu is het nog veel erger. Na een zoet ontbijt heb ik zin in een frisse vitaminepil, daarna kan ik bijna niet wachten op mijn noedelslunch en daarna wil ik iets zoets en knapperigs. Maar dat is dus lastig, want dat kan je niet maken van poeders.

Daarom koop ik de poederchocomel die ik vroeger altijd verrukkelijk vond. Hoe heb ik dat ooit lekker kunnen vinden? Het lijkt wel op suikerwater met een klein beetje cacao die een beetje verbrand smaakt. Misschien ligt het aan de beleving dat ik dit vroeger lekker vond: een beetje koud water door het poeder roeren, en dan met kokend water opschenken. Ik begrijp er nu niks meer van in ieder geval.

‘s Avonds kijk ik in bed een aflevering van Keuringsdienst van Waarde. Halverwege het programma krijg ik alweer honger en maak ik nog een portie noedels. Na al het zout heb ik toch weer zin in iets zoets, dus werk ik nog een poederchoco naar binnen, en het smaakt net zo vies als vanmiddag. Zoet is het wel, dus m’n suikerbehoefte is wel weg. Snel mijn tanden poetsen.

Na deze dag besluit ik dat het klaar is, ik maak er geen volle week van. En ik ben zo ontzettend blij dat ik klaar ben, poeders eten is echt een hel: alles is te zoet, te zout, heeft weinig structuur, en je hebt de hele dag een vieze smaak in je mond. Het scheelt wel echt een hele hoop tijd op een dag, dus dat zou je als voordeel kunnen zien.

Ik doe alle poeders die ik overheb in een bak: dit ga ik dus nooit meer eten. 1938 kilocalorieën, daar had ik nog bijna een hele dag van kunnen eten.

Ik vraag vriendin Sandra die diëtist is of ik nu voor altijd mijn gezondheid heb verpest. “Al dat gevriesdroogde spul bevat nog heel weinig vezels en vitaminen en mineralen, dus ze zijn lang niet zo voedzaam als echte groenten,” vertelt ze me. “Daarnaast zal je door pakjes en zakjes niet aan je aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van groente en fruit komen. Een vitaminepreparaat helpt dan wel, maar je pist waarschijnlijk het grootste deel ervan gelijk weer uit.”

Een week later
 Na een week normaal eten voel ik me weer de oude. Ik ben vooral superblij dat ik weer zelf mag koken. Het plezier van echte spullen in de pan hakken en zelf beslissen hoe zout, zoet of zuur iets is, maakt me nou eenmaal vrolijk. En dat is voor mij misschien wel de belangrijkste reden om geen instant voedsel te eten.

De vitaminepil hou ik er voorlopig wel in.


Originally published at munchies.vice.com.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.