‘Waterstofeconomie ontwikkelt zich tot harde realiteit’

Ruimte, water, mobiliteit, netwerkinfrastructuur, er is geen werkveld of het
heeft wel te maken met de energietransitie die in ons land nu stevig lijkt
door te zetten. Infram is in die omwenteling op uiteenlopende fronten actief.
Een bijzonder aspect van de energietransitie is de toepassing van waterstof
voor de opslag en distributie van elektrisch vermogen. “De waterstofeconomie
komt binnen bereik” kopte het Infram magazine in januari 2016. Nu,
bijna anderhalf jaar later, is dat geen perspectief meer, maar harde realiteit
waaraan stap voor stap wordt gewerkt. Een groeiend aantal early adopters
wíl de transitie. Met het Infram-rekenmodel Hibit kunnen lokale kansen op
waarde worden geschat. Coalitievorming blijkt een effectieve methode om
het veranderproces in beweging te krijgen. Inframdirecteur Michel Hoppenbrouwers schetst de huidige positie op de
avontuurlijke weg.


Hoppenbrouwers grijpt even terug naar het verhaal uit 2016:

‘Daarin hebben we aangegeven dat we in Nederland niet — zoals in Duitsland — alleen een waterstofdistributienetwerk moeten uitrollen om het wegtransport en de automobilist te verleiden tot de overstap op de brandstofcel. Kansrijker vinden we een geleidelijke omslag, gevoed door lokale en regionale initiatieven. Een beweging van personen, ondernemingen en overheden, die gewoon een begin willen maken. Dat proces begint nu aardig te lopen. Het gaat er dan om dat in de productie, de distributie en het gebruik van waterstof voor mobiliteitsdoeleinden gelijktijdig de nodige stappen worden gezet. Onze rekentool Hibit heeft laten zien dat een waterstoftankstation al uit kan met 100 vaste klanten. Dat besef gaf ons de uitdaging om in de regio Utrecht een tankstation te willen realiseren plus de vaste klantenkring om hem rendabel te laten zijn.’

Infram als katalysator
Om maar direct een mogelijk misverstand vóór te zijn. Infram wordt geen pomphouder. Hoppenbrouwers: ‘Die rol past ons niet. Wij
zijn een onafhankelijk adviesbureau. We kunnen onze kennis inzetten, prikkels uitdelen en katalysator zijn, maar de
maatschappelijke krachten en marktpartijen moeten het doen. Zo is het gelukt om het Energiecollectief Lage Weide (ECLW) in
Utrecht te interesseren voor een waterstoftankstation op hun bedrijventerrein. In het ECLW bundelen meer dan dertig
ondernemingen hun duurzaamheidsbelangen. Het collectief heeft al sterk ingezet op zonnestroom en wil in 2017 nog eens voor 10
megawatt aan zonnepanelen installeren. Bij zo’n collectief vind je het goede klimaat om het waterstofverhaal te vertellen. Op 8 maart
hebben we dat gedaan samen met duurzamebrandstofleverancier OrangeGas. Onze eigen waterstof-elektrische auto stond voor de
deur. Ondernemers die in principe mee willen doen gaan we opzoeken met het doel ze te bewegen tot de intentieverklaring dat als in
Lage Weide een waterstoftankstation komt, ook zij een of meerdere auto’s met een brandstofcel aanschaffen. Zo breng je de
transitie naar de waterstofeconomie aan de gang zonder afhankelijk te zijn van politieke besluiten of subsidiekranen.’

Meer initiatieven
Hoppenbrouwers noemt Leeuwarden, Den Haag en Arnhem als voorbeelden waar zich soortgelijke ontwikkelingen afspelen in het koppelen van het aanbod en de vraag. ‘Het wordt heel interessant als ondernemersinitiatieven hand in hand gaan met een enthousiast gemeentebestuur. Zo heeft gemeente Arnhem een subsidie beschikbaar voor iemand die een waterstofauto aanschaft. Maar ook zonder subsidie kun je een krachtige stimulans geven aan schoon en stil vervoer: zo overweegt een andere gemeente om stille vrachtauto’s op volkomen groene brandstof aan het begin en eind van de dag meer tijd te geven om winkels in de binnenstad te bevoorraden; hiermee kunnen expeditiebedrijven efficiënter gebruik maken van hun vloot en daarmee een hoger rendement halen.’ Hoe gaat het verder? Dat is volgens Hoppenbrouwers nog de enige vraag. ‘Het is niet meer de vraag óf we een transitie gaan zien naar een waterstofeconomie, maar wel hoe hij precies zal verlopen. Op afzienbare termijn raakt alles in een versnelling en dan komt het moment waarop de markt de productie en distributietaken weer overneemt. De coalities die nu broodnodig zijn, hebben dan hun functie gehad. Maar voordat het zover is, zal er nog veel advies- en procesbegeleiding nodig zijn, voor Infram is dit een groeiend werkveld binnen haar dienstverlening’.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.