Chai, rickshaws en koeien

Een fruitkraam in Jaisalmer

Na bijna een maand India ben ik inmiddels gewend geraakt aan de koeien en kamelen op straat, het constante getoeter, en lichtelijk verslaafd geraakt aan chai. Ik heb al redelijk wat grote steden kunnen bezoeken, zoals Delhi, Udaipur en Jaisalmer, maar ook de dorpen meegemaakt. Zo zijn we naar Khuri geweest, en wonen we momenteel in Gajner.

Week 1: Delhi
De eerste paar dagen na aankomst ben ik in Delhi gebleven. In tegenstelling tot de vele verhalen die ik heb gehoord, vond ik de smog en stank heel erg meevallen. Wel is er erg veel armoede. Velen leven op straat, of in een huis van karton. Er is duidelijk nog geen goed systeem voor de verwerking van het afval, waardoor de vele koeien en geiten op straat het plastic opeten.

Het is van de eerste steden waar ik ben geweest waar het genderverschil zo duidelijk benadrukt wordt. Op straat vind je voornamelijk mannen, overal zijn detectiepoorten te vinden waar je gescheiden rijen hebt voor vrouwen en mannen en vrouwen hebben een eigen coupé in de metro, omdat, zoals op de borden in de metro wordt aangegeven, het gemixte deel niet veilig voor ze zou zijn. Ik vond dit interessant. Zorgt deze scheiding juist niet voor meer vervreemding van elkaar en daardoor ook meer onveiligheid?

Verder heb ik in Delhi heel veel prachtige Indiase architectuur mogen bezichtigen. We zijn onder andere naar het Rode Fort geweest, wat enorm is. De tempels zijn overal prachtig, en het oog voor detail en decoratie is indrukwekkend. Ook hebben we het oude gedeelte van de stad bezocht. Hier kwamen we terecht in een enorme menigte, die amper voort bewoog vanwege de kleine straatjes en het vele verkeer hier. Sommige mannen maakten misbruik van de situatie om aan je te zitten. Een effectieve manier hiervoor is om ze hier luidruchtig op aan te spreken. Het zorgt voor enorm veel schaamte, en ze zijn meteen verdwenen.

Week 2: Induction Week en Jaisalmer
Na 4 dagen Delhi namen we de nachttrein richting de bestemming van onze induction week, Gajner in het midden van Rajasthan. Na een lange, koude reis -het raam kon niet meer dicht- kwamen we aan in Gajner. Het is een klein, traditioneel dorp, gelegen in de woestijn. Er zijn een paar kleine winkels te vinden, overal lopen koeien, kamelen worden gebruikt als vervoersmiddel voor goederen, en op straat zijn vrijwel alleen maar mannen en kinderen te vinden.

Samen met Danielle uit Londen werden we ondergebracht bij een gezin in het dorp. De dochter, Manisha, is dertien, een tikkeltje eigenwijs, en vooral heel erg enthousiast dat we er zijn. Het enige moment dat ze ons alleen laat is wanneer we slapen. Pooja, haar nicht, is negentien. Ze is door haar vader een aantal jaar geleden van school gehaald, omdat over het algemeen hier het nut van educatie voor meisjes niet wordt ingezien. Thuis kunnen ze zich nuttiger maken is de algemene opvatting. Pooja houdt zich nu voornamelijk bezig met makeup, haar en henna, waar ze overigens enorm goed in is. Ook kunnen allebei de meiden heel goed dansen. Indiase dans is heel elegant, en we voelden ons twee houten harken vergeleken deze twee.

Manisha en haar moeder spreken gebrekkig engels, waardoor we ons eigen systeem van communicatie ontwikkelden. Als we ontbijt wouden vroegen we om “Goodmorning kahna (eten) ha (ja)”, en omdat we vrijwel altijd buiten de deur lunchten, werd dit “Good afternoon kahna nahi (nee)”. Twee andere waardevolle woorden in hindi zijn “bas” (voldaan) en “tikke” (goed). Hiermee kan je duidelijk aangeven dat je écht vol zit, anders blijven ze met eten aanslepen.

Al snel raakten we er ook al gewend aan dat iedereen in de buurt hun huis uit rent om je gedag te zeggen, vooral de kinderen. Sommigen proberen je letterlijk het huis in te slepen voor een kop chai. Daarnaast komt ook gerust een hele delegatie van het dorp kijken hoe we eten, waardoor je je bijna een uitgestorven diersoort voelt die bekeken moet worden. Als we een van de meest gestelde vragen “Are you married?” met “No” beantwoorden, krijgen we veelal een onbegrijpende blik terug. Manisha leek echter vooral heel blij met deze informatie. Van haar kregen we een high five en een “Thankyou”als reactie.

De meeste mensen in dit dorp worden uitgehuwelijkt. Pooja liet ons bijvoorbeeld een foto van een jongen zien die ze leuk vindt, maar zal nooit de mogelijkheid hebben om met hem te kunnen daten. Ze vertelde ons dat haar ouders iemand van dezelfde kast zouden vinden voor haar. Ook Manooj, een van de winkeleigenaren in het dorp, wil graag trouwen uit liefde, maar zijn ouders zullen dit nooit toelaten. Binnen een jaar zal hij waarschijnlijk trouwen. Als het aan Manooj ligt komt er voorlopig nog geen huwelijk, hij wil eerst zijn eigen bedrijf verder uitbouwen.

Op een van de dagen zijn we naar een verder gelegen deel van het dorp geweest, waar een deel van de bewoners woont die behoren tot een categorie kastelozen. Verschillende vormen van exclusie zijn hier al direct opvallend. Zo hebben ze geen toegang tot elektriciteit in tegenstelling tot de rest van het dorp, en zijn de scholen ver weg. Dit zorgt ervoor dat vrijwel alle kinderen in dit gedeelte geen educatie krijgen. Allereerst wordt de relevantie ervan niet ingezien, omdat de kinderen ook kunnen werken, wat meer geld voor het gezin betekent. Ten tweede wordt het vanwege de afstand gezien als onveilig. Meisjes kunnen in het donker niet meer alleen terug lopen, en daarnaast is de kans groot om aangevallen te worden door een hond. En als de kinderen dan alsnog door de ouders naar school gestuurd worden, worden ze vanwege hun afkomst buitengesloten.

De meeste mensen uit dit gedeelte van het dorp werken in de nabijgelegen baksteen fabriek. Hier maken ze dag in dag uit van zand en water bakstenen, waarbij de kinderen die al ‘oud’ genoeg zijn ook aan het werk zijn. Er is weinig eten, dus wordt er veelal op tabak gekauwd om aan energie te komen. Dit brengt weer allerlei gezondheidsproblemen met zich mee, waaronder een grote kans op mondkanker. Op deze manier wordt een vicieuze cirkel van problemen in stand gehouden.

Naast al deze nieuwe indrukken, kregen alle stagiaires ook meer informatie over de uiteindelijke locatie. Ik zal samen met vier anderen (Lamya, Danielle, Laurent en Ivar) een nieuw centre openen in Rajasthan. Dit is een enorme uitdaging, waar ik erg naar uit kijk en me enorm waardevol en leerzaam lijkt. Vanwege de bureaucratie in India krijgen we vandaag de definitieve beslissing voor de locatie. Dit betekent dat we deze week eindelijk een huis hebben en met onze projecten kunnen starten.

Het einde van de induction week hebben we geëindigd met een weekendtrip naar Jaisalmer, een stad in Rajasthan dicht bij de Pakistaanse grens. Donderdag en vrijdag zijn onze weekenddagen, omdat zaterdag en zondag de dagen zijn dat we de mensen uit het dorp kunnen betrekken bij activiteiten, sinds zij dan vrij zijn.

Jaisalmer is opgebouwd uit de oude stad, wat boven op een berg ligt, en omringt is door een enorme stadsmuur. Het nieuwere gedeelte is er later omheen gebouwt, en ligt aan het begin van de berg. Het oude gedeelte bestaat uit allerlei kleine straatjes waar allemaal kleine winkeltjes gevestigd zijn, en er zijn heel veel mooie, kleine tempels te vinden.

De tweede dag zijn we op safari gegaan. Eerst zijn we met een jeep de dessert in gereden, waar vijf kamelen (o.a. Shakira en Michael Jackson genaamd) op ons lagen te wachten. Met de kamelen zijn we twee uur lang dieper de woestijn in gereden. Uiteindelijk kwamen we terecht in de middle of nowhere, omringd door dessert zoals je altijd op de foto’s ziet. Onze gidsen waren twee hele lieve mannen. Ze zijn, als ‘desert boys’, nooit naar school geweest, maar spraken heel erg goed Engels. Het meeste hadden ze geleerd door hun werkervaring als gids. We hebben onder de sterrenhemel in de dessert geslapen. Klinkt romantisch, valt in de praktijk redelijk mee, omdat het ‘s nachts heel hard gaat waaien. Dit betekent zoveel zand in je ogen dat je liever met je hoofd onder de dekens blijft.

Week 3: Udaipur
Na Jaisalmer zijn we naar Khuri gegaan, een van de mogelijke locaties om ons centre te openen. Khuri is een klein, maar toeristisch dorp, een uur gelegen vanaf Jaisalmer. Echter blijft het lastig om een vergunning te krijgen voor deze locatie, omdat het heel dicht bij de grens van Pakistan ligt. We zijn hier een nacht gebleven, waarna we weer terug gingen naar Gajner.

In Gajner verbleven we ditmaal bij Dadaji en Dadiji, een heel schattig ouder koppel. Vooral de opa lacht heel veel, en als we yoga doen moeten we telkens een stukje voor hem performen. Elke ochtend maakt hij ons wakker met chai en chapati’s, en je hoort hem de hele dag zingen.

Verder hebben we een beetje meegekeken met de projecten die hier lopen, om ideeën op te doen voor ons eigen centre. Aan het einde van de week zijn we naar Udaipur vertrokken, gelegen in het zuiden van Rajasthan. In Udaipur heb je bijna het gevoel dat je niet meer in India bent. In vergelijking met de andere steden, straalt Udaipur veel meer rust uit. Het grootste gebouw hier is het stadspaleis. Het wordt nog steeds bewoont, maar het overgrote deel is opengesteld voor publiek. Het gebouw heeft duizenden kamers, allemaal met dezelfde aandacht voor detail gedecoreerd. Verder is Udaipur omgeven door verschillende meren, waardoor het even voelt alsof je niet meer in de woestijn bent.

Kortom, ik vermaak me hier prima. In een paar weken India heb ik al veel geleerd en nieuwe inzichten opgedaan. Een paar andere dingen die ik nog opvallend vind overal zijn onder andere dat mannen veel fysiek contact hebben. Hand in hand lopen met een man is hele normale manier van omgang hier, maar homoseksualiteit is nog steeds een taboe. Eenzelfde contradictie vind ik in de kledingvoorschriften voor vrouwen. De benen horen minimaal tot over de knieën bedekt te zijn, en ontblote schouders zijn not done, vooral in de dorpen. Echter dragen de vrouwen hier traditionele kleding, die wel je hele buik laat zien. Het is interessant om te zien hoe dit per cultuur zo kan verschillen en ik kijk uit naar alle andere nieuwe ervaringen.

Namaste!

Het meer naast het stadspaleis, Udaipur