Opdracht B3 — Dialoog

Een avond in de trein, van Rotterdam Centraal naar Utrecht Centraal.

Hij, rond de 25 jaar: ‘Goh, we hebben nog wel even te gaan. Wat zullen we eens gaan doen?’

Zij, ongeveer 20 jaar, breeduit lachend: ‘Ik kijk wel even in de tas’

Zij: ‘Halli galli, ganzenbord of mens-erger-je-niet?’

Hij, mijmerend: ‘Laten we halli galli doen! Lekker ontspannen, hahaha. Vindt u ook niet meneer?

*Meneer knikt instemmend*

Zij: ‘Nou, laten we dat maar gaan doen. Maar dan wil ik beginnen met de varkens, hahahaha. Dan win namelijk altijd wel van je.’

Hij: ‘Vooruit dan, haha.’

*ding*

Zij, schreeuwend door een coupé: ‘Jaaaaaaaaa, ik heb gewonnen. Jalla! Zie je wel, ik begin met de varkens en maak je helemaal in. Lekker puh!

Hij: ‘Mazzelpik!’

Zij: ‘Zullen we maar mens-erger-je-niet spelen? Dat kan ik ook goed!

*de hele coupé ergert zich juist*

Zij, na tien minuten: ‘Jaaaaa, weer gewonnen. Je kan er helemaal niks van! Sukkel! Hahahaha!

*de pionnen vliegen van het bord*

Hij: ‘Laten we maar stoppen, haha. Volgens mij vindt niet iedereen in deze coupé onze spelletjes zo leuk…’