30 jaar Music Meeting Nijmegen (Jazzism, 2014)

Dit jaar bestaat de Music Meeting in Nijmegen dertig jaar. Opgericht door een vriendenclub rond het in de jaren tachtig vermaarde podium O42, is de Music Meeting uitgegroeid tot een internationaal festival voor de liefhebbers van avontuurlijke muziek. Gesprek met programmeur Wim Westerveld over muziekprogrammering en mondiale improvisatie.

Tekst: Jaïr Tchong | Beeld: archief Music Meeting

Djelimady Tounkara (uit Mali, in blauw), Music Meeting, Hortus Podium, editie 2011

Mottig regenbuitje, Pinkstermaandag 2013. In de Hortus Botanicus van Nijmegen komt een verlegen gitarist het podium opgewandeld. Het transparante achterdoek van de tent biedt een magistraal uitzicht op het weelderig groen van deze Hortus. Samen met een percussionist ontspint zich een ragfijn concert, gebaseerd op de unieke Malagassische gitaartraditie. Het concert van Teta, een van de hoogtepunten van de editie 2013, mag symbool staan voor de Nijmeegse Music Meeting, een jaarlijks hoogtepunt voor de liefhebbers van avontuurlijke muziek. Hier zie en hoor je muziek die je nergens anders in Nederland kunt ervaren.

In een karaktervol, oud schoolgebouw in Nijmegen huist de organisatie. Een groot voormalig klaslokaal is voor alle medewerkers, behalve programmeur Wim Westerveld die in een aparte ruimte werkt. Stapels promocd’s staan in zijn kamer in militaire slagorde opgesteld. Een kloostercel, volgestapeld met muziek — er kan geen mens meer bij. Die ietwat solitaire indruk wordt weersproken door de consequente manier waarop Westerveld over het organiseren van de Music Meeting spreekt: altijd in de meervoudsvorm.
 
 De oorsprong zit nog altijd in het DNA van dit festival: Music Meeting werd opgericht door vijf vrienden, een clubje van muziekliefhebbers met een autonome smaak en eigenzinnige ideeën over waaraan een ideaal festival voldoet. Praten over het verleden lijkt niet de favoriete bezigheid van Westerveld, maar eenmaal in zijn element ontstaat een grillige, associatieve anekdotestroom waarin wel degelijk een rode draad valt te ontdekken.
 
 Westerveld: “In 1985 bestond de zogenaamde WIM (Werkgroep Improvisatie Muziek) tien jaar. Dat was een muzikale vriendenclub in Nijmegen waar vele leuke dingen uit zijn voortgekomen, zoals dit festival. Bij het vijfjarig bestaan in 1980 hadden we een weekend georganiseerd met alle lokale improviserende musici van die tijd. Willem Breuker en Sun Ra hadden we geboekt als hoofdacts. Dat was zo goed bevallen dat er bij het tienjarig bestaan natuurlijk ook iets bijzonders moest gebeuren.”
 
 Westerveld spreekt steeds met milde ironie over de Music Meeting — eerder met lichte verbazing dan ronkende arrogantie over wat er inmiddels ligt aan festivalhistorie. Wie door de programmering van de afgelopen dertig jaar kijkt raakt diep onder de indruk van de internationale kwaliteit. “Een zekere ambitie hebben we vanaf het begin gehad, ja. Vijf vrienden die iets begonnen dat groter moest zijn dan zomaar een weekend 042. Als festivallokaties werd gekozen voor concertgebouw De Vereeniging en de Stadsschouwburg. We wilden drie publieksgroepen bedienen: die van de impro en jazz, die van de naar het jargon van die dagen ‘derde wereld-liefhebbers’, en het publiek dat 042 inmiddels had opgebouwd met de toen in Nijmegen wereldberoemde dansnacht ‘Dansen op NivO’. Het woord ‘jazz’ mocht je in die tijd eigenlijk niet uitspreken vanwege de toen zeer intense controverse tussen mainstreamjazz en improvisatie.”

“Nijmegen was in de jaren tachtig behoorlijk links, of in ieder geval: maatschappelijk betrokken. Maar improvisatie werd veelal gezien als een westers begrip, terwijl bijvoorbeeld percussie uit Senegal en Indiase raga’s niet kunnen bestaan zonder improvisatie. Impro als het ware ‘breder trekken’ en laten horen en zien dat dit belangrijke muzikale principe wereldwijd tot grote verfijning is gebracht, is vanaf het prille begin een belangrijk motief voor de programmering van de Music Meeting.”

Op de vraag wat de artistieke ontwikkeling van de programmering is geweest valt Westerveld voor een moment stil. “Vragen over artistieke ontwikkeling zijn het moeilijkst te beantwoorden, programmeren is uiteindelijk vooral heel scherp kiezen in plaats van sturen. Echt sturen veronderstelt immers grote budgetten: je kan niet zomaar zelf nieuwe projecten initiëren of louter voor één optreden musici invliegen vanuit een ver land. Of de Music Meeting nu een jazz of wereldmuziek festival is? We richten ons in ieder geval niet op muziek zonder avontuur, waarmee we bedoelen: muziek die er alleen op is gericht om het album te reproduceren. Multicultural Dance and Improvised Music Meeting stond trouwens op het eerste affiche. Die naam kon inderdaad wel wat funkier, ja.”

De broederschap van vijf vrienden die de Music Meeting begon moest voor de eerste festivalavond geld ophalen van hun persoonlijke rekeningen om de artiesten te kunnen uitbetalen. De opkomst viel in het eerste jaar tegen, maar bij de tweede editie was het al goed druk. Westerveld denkt vooral vanwege de Cubaanse groep Irakere die toen was geprogrammeerd. “In een linkse stad als Nijmegen was de Cuba beweging natuurlijk heel sterk, terwijl er ook veel studenten van de Antillen en Suriname woonden. Een concert uit die editie dat me diep is bijgebleven is dat van het strijkkwartet Black Swan. De helft van de mensen kwam om te dansen op Irakere, maar dat strijkkwartet viel ook enorm goed — iedereen was muisstil. Twaalfhonderd mensen die geconcentreerd naar een strijkkwartet luisteren, dat maakte diepe indruk op ons.”

In 1993 werd de Music Meeting driedaags, door de toevoeging van een Europese avond op de vrijdag. De Music Meeting vond toen nog in oktober plaats, waardoor er geen concurrentie was van andere festivals, en bovendien konden de wat grotere acts samen met Amsterdamse zalen zoals de Melkweg en het Bimhuis worden geboekt. Van het een kwam het ander: de ongeorganiseerdheid van de prille wereldmuziekscene bracht Westerveld op het idee om in 1988 een boekingskantoor te beginnen. Westerveld: “Ik wilde internationale groepen boeken, vooral Afrikaanse groepen, en daar waren in Nederland nog nauwelijks boekers mee bezig. Mojo deed als grootste boeker in Nederland alleen een beetje reggae. In 1988 konden we alleen met de grootste moeite, via telefonisch contact met Parijse tussenpersonen, de Senegalese zanger Baaba Maal strikken voor ons festival.”

“Vroeger werkten we wel met thema’s, vooral geografisch. Voor de internationale doorbraak van Buena Vista Social Club hadden we in 1997 al Rubén Gonzalez en ¡Cubanismo! op het podium staan. Uiteindelijk hebben we afscheid genomen van puur thematisch programmeren, omdat het meer belemmert dan vrijheid geeft. ‘Improvisatie’ en ‘dansgehalte’ klinken misschien vaag, maar het zijn twee goede draden: je kan er mee programmeren zonder etniciteit, we hebben nooit willen programmeren langs etnische lijnen. Natuurlijk hebben we intern altijd de wens gehad om een divers publiek te bereiken, maar het is nooit doelstelling nummer 1 geweest. Het moet uit de muziek voortkomen: bij de concerten van Khaled en Cheb Mami kwam dat diverse publiek vanzelf.”

Hetgeen Music Meeting onderscheidend maakt zijn naast de randprogrammering vooral de projecten die het festival initieert, zoals vorig jaar The Bridge, een samenwerking tussen de Nederlandse componist en pianist Martin Fondse met de Braziliaanse singer/songwriter Lenine. The Bridge bleek zo succesvol dat er een tournee in Brazilië van kwam en het project gaat dit jaar door, met optredens tijdens North Sea Jazz en het vermaarde Summer Stage in New York.

Op de nieuwste tendenzen in de muziek anticipeert de Music Meeting met Club ¡mm…!, dat ook enkele malen per jaar in Doornroosje en Merleyn wordt georganiseerd. “Daarmee proberen we een jonger publiek te vinden, want we merken dat het trouwe Music Meetingpubliek met de organisatie ouder wordt. Nijmegen is een studentenstad, maar al die studenten kwamen bij de vroege Music Meetings vrijwel nooit in de schouwburg, en zagen de Vereeniging alleen van binnen bij popconcerten. Samen met de akoestiek van De Vereeniging was dit nog een belangrijke reden om onszelf opnieuw uit te vinden als een outdoor zomerfestival. De mogelijkheid om met het Duitse jazz en improvisatie festival Moers samen te gaan werken kwam daarbij ook zeer gelegen. Moers is een schitterend festival, als bezoeker kwam ik er al sinds 1976. Ieder jaar werkt de Music Meeting voor ongeveer vier concerten en projecten samen, ook voor The Bridge bijvoorbeeld.”

Over leeftijd gesproken: hoe kijkt Westerveld (58) naar de jongste ontwikkelingen in de muziek? “Nee, ik vind mezelf niet te oud. Bovendien is de opzet van het terrein en de programmering niet willekeurig. In de grote Apollotent (waarvoor festivalgangers aparte tickets moeten kopen) zit meestal het publiek van het eerste uur. Ondanks de festivalsfeer is dat een plek waar de mooiste concerten plaatsvinden, met muziek waarin improvisatie en verstilling ook factoren van belang mogen zijn. De Mondo, het openluchtpodium, heeft altijd een jonger publiek, en de concerten daar zijn ook iets toegankelijker, minder aandacht eisend voor de nuancering in muziek. Vorig jaar brak de Nederlandse afrobeatgroep Koffie daar het podium af.”

NB: De Music Meeting is dit jaar op 19, 20 en 21 mei 2018 in Park Brakkenstein, Nijmegen.

www.musicmeeting.nl 

MUSIC MEETING DERTIG JAAR
bezoekersaantal 1985: 1.100
bezoekersaantal 1995: 3.500
bezoekersaantal 2005: 4.000
bezoekersaantal 2010: 20.000
concerten sinds 1985: ongeveer 700 (exclusief de sessies in Mixed Media Lounge)
optreden afgelast: Segun Adewale (Nigeria), in 1986 wegens visumproblemen
artiest niet gekomen wegens visumproblemen, maar zijn groep heeft wel opgetreden: Samba Mapangala (DR Congo) in 2010
instrumenten die achterbleven op het vliegveld in Bangkok:
Westerveld: “Het concert van U Yee Nwe Group (Myanmar) in 1997 werd wel een bijzonder gemankeerd concert: in plaats van de dertig afgesproken gestemde trommels (de schitterende instrumenten pat waing en chauk lone pat), heeft men uiteindelijk gespeeld met alleen een piano, een schalmei, een fluit en wat belletjes.”