Druilerige dinsdagmarkt

Sfeerverslag van de dinsdagmarkt in Hasselt

“Kom u hier maar opwarmen, ’t is voor niks. Proef maar eens,” zegt een man die soep probeert te verkopen op de markt in Hasselt. Het is dinsdagochtend. Echt koud is het niet, maar niemand heeft nog maar de gedachte gehad om de lentejas uit de kast te halen. Het is van dat weer waarvan vrouwen zeggen dat hun haar krult. Of waarvan men zegt dat de knoken pijn doen. Fris, maar niet ijskoud. Een paar druppeltjes, maar geen echte regenbuien. Probeer dan maar eens enthousiast je producten aan de man te brengen. Deze soepverkoper probeert dat dus.

De meeste marktkramers zijn meer bezig met hun collega’s dan met mogelijke klanten, hoe weinig het er ook zijn. De marktbezoekers (gemiddelde leeftijd 68 jaar) wandelen over de markt, zonder echt veel te kopen. Hier en daar worden er enkele appels, een prei of wat druiven gekocht. Behalve bij ‘Het Kippetje’. Daar wordt precies veel verkocht. Er staan veel bezoekers, en er heerst er een gehaaste sfeer bij de drie vrouwen in het kraampje. Ook de klanten zijn hier gemiddeld jonger dan op de rest van de markt. De geur van een zelfgebraden kip die recht uit de oven komt, overheerst. Doordat de kip in het kraampje gebraden wordt, is het ook beduidend warmer wanneer je voor het kraam staat. Het is bijna een bron van gezelligheid in de kille, saai markt.

Wat verderop weerklinken parkietgeluiden. Dat zomerse, blije getsjirp staat in schril contrast met de oude, grijze natte klinkers waarop de kooien van de beestjes staan. Ook de verkoper oogt niet echt vrolijk. Met een vuile fleecetrui en daaronder een gekreukt hemd zit hij op een driepoot voor wat zakken vogelzaad. De oude marktbezoekers spenderen weinig aandacht aan het kraampje.

Het valt op dat àls er iets verkocht wordt, er oprecht vriendelijk gepraat wordt. De verkopers lijken de klanten te kennen en visa versa. Zeker bij de groenteboerin. Ze heeft een groot kraam uitgesteld met enorm veel soorten groenten en fruit. Ook houdt ze een bordje vast met partjes mandarijn, om de mensen te laten proeven. Weinigen nemen een stukje mandarijn. Ze weten ook wel hoe een mandarijn smaakt.

Ook de visboer staat met zijn kraam op de markt. Welke vis iedereen kan ruiken, weet niemand. Maar vis wordt er geroken. Of dit een verkooptruc is, of een manier om weinig mogelijk werk te hebben is niet duidelijk. De vissen lijken nochtans redelijk vers. Ze liggen te blinken op verbrijzeld wit ijs. De visverkoper staat iets minder te blinken. Ook hij maant niemand echt aan om zijn vis te kopen.

De kledingkraampjes zijn een compleet ander verhaal. Hier gaan de verkopers nog op de oude manier te werk, al ogen ze jonger en frisser. Een oude dame neemt een handtas uit een rek, en bekijkt het met argusogen. Ze lijkt te twijfelen of het we om echt leer gaat. De verkoper komt dichterbij en kijkt met pretoogjes naar de twijfelende dame. Ze praten eventjes. De verkoper met de volle glimlach, de oude dame met verbazing. Ze lijkt echt onder de indruk van de verkooppraatjes. Ze beslist toch om de handtas terug te leggen, ze had er tenslotte al één. De verkoper bedankt haar, opnieuw met een vriendelijke glimlach. Volgende keer beter, denkt hij wellicht.

Tegen de middag komt de zon er eventjes door, maar dat blijkt de sfeer op de markt niet te veranderen. De mensen beslissen om de markt te verlaten. Ze kiezen voor een kop koffie op de verwarmde terrassen aan het Kolonel Dusartplein, of vertrekken terug naar huis met de lijnbus. De meeste marktkramers beginnen ook al hun kraampjes op te ruimen, wetende dat het vet van de spreekwoordelijke soep is.

JH