«Ik ben een vreemd maar mooi ongeluk»

De troostende kracht van William Fitzsimmons


(verschenen in Metro, op dinsdag 11 maart)

BRUSSEL Hartverscheurend mooi, dat is misschien nog de beste omschrijving van het werk van William Fitzsimmons. De Amerikaanse singer-songwriter heeft met ‘Lions’ net een uitstekende plaat afgeleverd. «Ik wil het leven ten volle leven, en niet weglopen van mijn emoties.»

Bij het grote publiek is William Fitzsimmons misschien niet meteen een naam die veel belletjes doet rinkelen, toch ken je sommige muziek misschien doordat ze gebruikt werd in de succesvolle ziekenhuisserie ‘Grey’s Anatomy’.

«Ik weet nooit hoe mensen precies gaan reageren op mijn muziek», steekt Fitzsimmons van wal. «En dat geldt zeker voor dit album. Nu, vroeger kon je het wel raden, omdat veel van mijn vroegere nummers over breakups gaan. (droog) Daar kunnen mensen zich vaak wel wat bij voorstellen. Ik vind het mooiom te zien dat mijn muziek ook veel voor hen betekend heeft. Het was leerrijk, maar nu was de tijd gekomen om daar wat uit te stappen. Ik zat wat al te gemakkelijk in mijn rol van trieste singer-songwriter met zijn akoestische gitaar.»

Op ‘Lions’ verkent Fitzsimmons de dualiteit die in elk van ons zit. De eeuwig durende tweespalt waar de mens al eeuwenlang mee te kampen heeft. «Het woord symboliseert voor mij de twee kanten die aan elke mens zitten. Dat je nobel en goedhartig kan zijn, maar tegelijk ook donker en gevaarlijk. Het dier in de mens, dat spreekt me aan.»

Hij zegt het rustig en beheerst. Ook de plaat zelf is emotioneel en analyserend. «Ik ben geobsedeerd door die twee verschillende kanten. Vroeger was ik vooral boos omdat ik er niets aan kon veranderen. Ik begreep het niet, en vond het verwarrend. Laat ons zeggen dat ik ermee heb leren leven. Het leven is gewoon een combinatie van blijheid en tristesse tegelijk. Dat maakt het soms pijnlijk, maar op een manier ook mooi. Zelf heb ik niet zo lang geleden heel slecht nieuws gekregen over iemand die me heel dierbaar is, maar op ongeveer hetzelfde moment ben ik voor de tweede keer vader geworden. Het contrast kon niet groter zijn.»

Therapie

In zijn woorden is de melancholie nooit ver weg, al speelt ook het verleden van Fitzsimmons mee. Voor hij probeerde te leven van zijn songs, werkte hij als psychotherapeut.

«Muziek helpt me om met die dualiteit om te gaan. Ik wil het leven begrijpen en het ten volle leven. Ik wil niet weglopen van bepaalde emoties. Muziek is daarvoor een goed instrument, een hulpmiddel.»

Zijn die twee dan vergelijkbaar? «Aanvankelijk misschien wel. De eerste nummers die ik schreef waren pogingen om mezelf te doorgronden. In die zin was het wel gelijkaardig. Maar het is wel anders nu. Ik doe wel meer dan onder mijn eigen hersenpan duiken.»

En dat is misschien maar goed ook. «Het is niet goed om je eigen therapeut te zijn, echt niet», benadrukt Fitzsimmons. «Een aantal vrienden had mij gewaarschuwd dat het geen goed plan is. Don’t shit where you sleep. Want daardoor loop je het risico dat je dingen te lang onthoudt, dingen die je beter zou vergeten. En uiteindelijk heb ik ook externe hulp moeten zoeken.»

Of hij nu gelukkiger is dan toen hij zijn meest donkere teksten schreef, vindt Fitzsimmons een moeilijke vraag. «Ik ben meer tevreden, contenter. Maar dat zeg ik omdat ik niet hou van het woord happy. F. Scott Fitzgerald schreef ooit: ‘happiness, dat zijn de eerste 20 seconden nadat iets heel vreselijk ten einde is’. Daar kan ik me wel in vinden. Je kan nooit alles helemaal op orde krijgen, je moet vooral genieten van de mooie momenten. En de kracht vinden om met moeilijke momenten om te gaan.»

Fitzsimmons zelf heeft heel wat moeilijke momenten in zijn nummers verwerkt. Toch is zijn back catalogue geen dagboek.

Toch vrolijk

«Ik denk dat ze me voor de helft leren kennen. Mijn teksten zijn wel persoonlijk, maar ik ben natuurlijk meer dan dat. Dat merk ik ook na de optredens, als ik even in de bar ga praten. Dan zie je mensen toch denken van: he, hij kan tóch ook vrolijk zijn. (lacht) Je moet ook al een hele tijd met iemand doorbrengen voor je de persoon echt leert kennen.

Als ik echt enkel en alleen zou zijn zoals in mijn nummers, dan zou ik een vreselijke mens zijn. Dat probeer ik toch te vermijden.»

Maar het doet natuurlijk deugd om te zien dat zijn zielenroerselen zo veel weerklank vinden. «Het begon als een vreemd maar mooi ongeluk. Ik heb nooit gedacht dat er iemand anders van zou horen, toen ik mijn eerste nummers klaar had. Het is gewoon gebeurd, en achteraf bekeken houdt mijn traject wel steek. Het is anders dan ik verwacht had dat het zou lopen, maar het is veel mooier zo.»

Morgen en overmorgen vouwt de Amerikaan zijn hart open voor het Belgische publiek. «Je voelt de emoties opnieuw als je op een podium staat. En dat vind ik mooi, maar niet gemakkelijk. Maar ik heb het moeten leren. Zo heb ik een tapijt, dat ik op het podium leg. En de functie is heel duidelijk. Alsik op dat tapijt sta, mag ik dat voelen. Als ik er terug af kom, dan is het gedaan. En dan doe ik dat boek toe voor die avond. Ik trek die grens bewust, omdat ik er niet opnieuw ingesleurd wil worden. Want dat is het moeilijke: ik geloof niet in acteren op een podium. Het moet expressief zijn, maar het mag niet fake worden.»