Terror Haza — Gevoel van ‘terreur’ komt niet naar boven

In het Huis van Terreur op 60 Andrássy Boulevard in Boedapest barst het van de historische feiten. Het is het huis van ‘de slechten’ geweest: nazi’s en communisten die er op hun eigen manier afschuwelijke taferelen lieten plaatsvinden. Het museum moet de ellende die Hongarije heeft meegemaakt weergeven. Of het daarin slaagt, is een andere vraag.

Bij de ingang wordt met een grote wand met foto’s en een tank nog een hoge verwachting geschept. Helaas wordt deze tijdens de rondleiding niet ingelost.

Het Huis van Terreur, dat betekent het veelzeggende Terror Haza. Het museum ligt in het hartje van de wereldstad Boedapest. Een betere naam konden de Hongaren niet kiezen voor het museum. In de periode rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebouw op 60 Andrássy Boulevard het hoofdkwartier van de nazi’s. En alsof dat nog niet erg genoeg was, werd het later ook de uitvalsbasis voor communistische organisaties en de politie.

Martelpraktijken en koele liquidaties waren in die tijden dagelijkse kost in ‘The House of Loyalty’, zoals het gebouw genoemd werd door de Hongaarse stichters. Het is jammer dat alle angst en paniek die voelbaar geweest moet zijn op dat adres niet goed genoeg naar voren komt in het museum. De angst schemert wel lichtjes door, maar komt niet aan het oppervlak. De enige plek waar de ernst van het gebouw echt doordringt zijn de bewaard gebleven cellen. In een kleine betonnen ruimte met alleen een hard houten ‘bed’ of soms zelfs niets, begrijp je hoe wanhopig de tijdelijke bewoners van die cellen geweest moeten zijn.

Het is jammer dat dat gevoel niet doorgetrokken kan worden in de rest van het museum. De nazi- en communistenuniformen zijn indrukwekkend, maar worden teniet gedaan op de manier waarop ze zijn opgesteld. Allerlei voorwerpen liggen in kleine glazen vitrines en worden tijdens een rondleiding zelfs amper besproken door de gids. Voorwerpen die alleen op zich al een heel verhaal kunnen vertellen, en dus het noemen waard zijn. Ook grotere en belangrijkere items worden met één zinnetje besproken door de gids, terwijl er bij wijze van spreken boeken over vol geschreven zijn. Natuurlijk kan op zo’n tour niet alles uitgebreid aangehaald worden, maar een beetje diepgang is geen zonde.

Het had dramatischer en bombastischer gekund. Natuurlijk is deze historie geen waar de Hongaren trots op zijn. Ergens is de rustige en terughoudende rondleiding dus op zijn plaats. Toch hadden bijvoorbeeld de archiefbeelden die op kleine schermpjes en met zacht volume werden getoond, harder en groter naar voren mogen komen. Zoals het in die tijd ook écht was. Sommige dingen werden dan weer goed getoond. Een bureau waar het hoofd van de communistische politie zat, met uit een gat in het plafond een machinegeweer. Zo kon iemand die op het matje moest komen meteen geliquideerd worden, zo nodig.

In een witte, stenen ruimte waar mensen werden gemarteld, had je het gevoel dat je gewoon in een badkamer stond. Wat foto’s hadden het geheel afgemaakt. Het gevoel dat er veel meer uit dit historisch gebouw had gehaald kunnen worden, blijft nazinderen. Het idee is goed, alleen komt de terreur die er daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, niet boven drijven. Het gevoel dat er op die plek mensen zijn gestorven en hebben geleden, blijft weg. Zo wordt een razend interessante geschiedenis, ineens bijna saai.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.