Moderne Fabel: De Eekhoorn & De Vos

door Johan Fretz

afbeelding door illustrator, naam helaas niet meer te vinden.

Nu de laatste bladeren van de takken van de bomen waren verdwenen, en de koude wind dwars door zijn vacht heen sneed, kon de eekhoorn er niet langer onderuit… Het was nu echt bijna winter. Zijn hart leek wel te bevriezen. De eekhoorn probeerde zijn dikke staart als een warme sjaal om zijn lijf te wikkelen, maar struikelde eroverheen. Klappertandend kwam hij weer overeind en keek verdwaasd om zich heen, naar boven, naar de kale bomen… Overal eekhoornnestjes. Het één nog prachtiger dan het ander. Ornamenten van eikels. Op één nestje vormden kersttakken de zin: HOME IS WHERE THE HEART IS. Er brandde binnen licht. De eekhoorn hoorde gelach, gekakel, het verrukkelijke gekraak van beukennootjes en iemand die zong: ‘It’s the most wonderful time…. of the yeaaaar!’

‘Oh’, verzuchtte de eekhoorn. ‘Waarom heb ik niet ook een nestje gebouwd? Waarom stel ik toch altijd alles uit tot het laatste moment?’ 
Dat was een goede vraag, maar ook slechts de halve waarheid, want de eekhoorn was niet alleen een deadlinewerker, hij beschikte helaas ook over vier linkerpootjes. Zelfs al zou hij op tijd zijn begonnen, dan nog was het hem niet gelukt een nestje te bouwen.
‘Oh’, verzuchtte de eekhoorn, ‘en waarom ben ik toch zo onhandig?’

Ten einde raad ging de eekhoorn naar de stad om in doe-het-zelf- warenhuis EIKEA dan maar een eekhoorn-nestjes-bouwpakket te kopen. Sommigen, de populairste figuren uit de eekhoorngemeenschap, kregen in die winkel gratis bouwmaterialen toegestopt, omdat ze zo’n groot gevolg bewonderaars hadden. De eekhoorn zag een beroemde eek-fluence-hoorn, die zichzelf stond te filmen en in de camera riep: ‘Hiii guuuyys, leuk dat jullie weer kijken, zo dankbaar, I’m here at this amaaazing Scandinavian shop, en vandaag gaan we kijken hoe je je nest weer helemaal winter-zen kunt maken met de laatste Själsligt cactus-decoratie!’

Helaas had de eekhoorn zelf precies helemaal niemand die hem volgde. Hij moest gewoon betalen. In de schappen zag hij het product liggen dat hij zocht: Økhörn-Nësk.

Bibberend van de kou zeulde hij het bouwpakket helemaal naar het bos toe en ging vol goede moed aan de slag. Maar hoezeer hij zijn best ook deed, ook dit doe-het-zelf-nestje kreeg de eekhoorn niet in elkaar. ‘Plaats het elfde schroefje in het vierkantjesmetaaltje’ las hij de instructies hardop voor. ‘Welk vierkantjesmetaaltje?! Die zijn allemaal allang op!’

Opeens hoorde de eekhoorn een stem achter zich: ‘Hey gappie. Kan ik je misschien ergens mee helpen?’
De eekhoorn verstijfde, deze stem… Dit klonk als… als een… Hij draaide zich om en inderdaad: daar stond een vos. Meteen schoot de eekhoorn achter een boom.
‘Hey, rustig maar kleine. Je hoeft niet bang voor mij te zijn’, zei de vos. ‘Ik ben hier niet gekomen om je te tjappen ofzo. Nee joh, gek!’ 
Voorzichtig kwam de eekhoorn weer vanachter de boom tevoorschijn. Hij bekeek de vos eens goed. Er rustte een ronde, blitse zonnebril op zijn spitse neus, waardoor zijn ogen niet goed te zien waren.
‘Ga je me echt niet opeten?’ vroeg de eekhoorn.
‘Natuurlijk niet, ouwe!’
 ‘… Je weet wat ze over jullie zeggen toch?’, vroeg de eekhoorn.
 ‘Nou, wat zeggen ze dan zoal?’, vroeg de vos.
De eekhoorn zette nog een stap naar voren en zei: ’Ik heb een keer met een haas gesproken, die heel erg bezig is met de machtsstructuren hier in het bos en die had het de hele tijd over jullie Fox Privilege en dat jullie allemaal heel erg niet Woke zijn en de rest enorm Opressen en dan met jullie Foxy Innonence de baas spelen terwijl jullie geen Agency hebben en dat jullie het hele bos kapot maken met jullie Carbon Foodprint en alle anderen kleinhouden, verjagen of… opeten.’
De vos begon keihard te lachen. ‘Wajóó, kleine vriend, wat had die haas liggen smoken, in zijn safe space? Gevalletje verkeerde paardebloem, vrees ik. Zo’n typische Guthase. Je moet niet alles geloven wat ze zeggen. Fake News! Er zijn zeker kwade vossen. Er zijn er zelfs die de hele BV Bosrijk voor zichzelf willen houden en er een hele grote muur omheen willen bouwen. Make The Woods Great Again! Maar weet je: zo’n vos ben ik niet. Nee ik: ik ben juist van de verbinding. Feel the Bern, ouwe!’
De vos zette zijn zonnebril af. De eekhoorn begon nu, ondanks de kou, wat te ontdooien. De vos had een open, zachtmoedige blik. Misschien was dit inderdaad een vredelievende bosbewoner.
‘Dus eekhoorn’, zei de vos, ‘Waarom kom je niet gewoon bij ons wonen?’
‘Bij jullie wonen?’, vroeg de eekhoorn.
‘Ja, bij ons. Want bij ons is het goed toeven.’
‘Goed… toeven…’, herhaalde de eekhoorn onwennig.
‘Precies gap!’, zei de vos. ‘Kom maar mee, anders bevries je hier maar. Kom: ik draag je wel. Je zult wel moe en hongerig zijn.’ 
De eekhoorn knikte. Er kon nu zelfs een glimlach van af. En de vos tilde de eekhoorn op zijn rug en droeg hem helemaal naar het vossendorp.

Bij de toegangspoort stonden reusachtige letters: I Foxyland. ‘Sommigen willen ze weghalen, omdat het te individualistisch zou zijn, snap jij dat nou, ouwe?’
Samen stapten ze het dorp binnen. Overal vossen. Iedereen knikte het nieuwe duo vriendelijk gedag. De vossen wandelden, met hun kleine vosjes naast zich, of ze renden, met draadloze oordopjes in hun oren, of ze zaten aan kroegtafels, luid orerend, te drinken, of zonder met elkaar te spreken, kijkend naar hun gloeiende handpalmen, waarin je hun ogen zag oplichten.
Uit een boomstronk klonk een ronkende beat en daaroverheen een lage vossenstem: ‘Ik heb 1, 2, 3, 4 pillen gebruikt en ik heb 1, 2, 3, foxy ladies in huis! En m’n pupillen, ja, die liggen d’r uit. Want ik heb 1, 2, 3, 4 pillen gebruikt.’
‘Damn. Dat wordt hard gaan vanavond ouwe,’ zei de vos.
De eekhoorn wist niet precies wat dat betekende, maar knikte toch maar. ‘Net wat je zegt lieve vos, hard gaan.’

De huizen van de vossen waren groot en op de daken lagen enorme zonnepanelen.
‘Er is maar één planeet, kleine, heal the world, ja toch?!’, zei de vos.

Hij leidde de eekhoorn naar zijn nestje. In een oude eik was een klein, maar heel knus huisje gebouwd. De vos opende het luik. De eekhoorn klauterde naar binnen. Zijn mond viel open. Er stond een bedje, een schrijftafeltje, er was een bad, een eetvertrek en een televisie met Fox News erop.
‘Wauw!’, zei de eekhoorn. ‘Dit is het allermooiste nestje dat ik óóit heb gezien.’
‘Nou, gelukkig maar ouwe, want het is van jou’, zei de vos.
‘Meen je dat nou?’
‘Ja, het staat sinds kort toch leeg.’
‘Waar is de vorige bewoner?’, vroeg de eekhoorn. ‘Oh, op reis’, zei de vos.

Die avond at de eekhoorn bij de vossen aan tafel. Hij kreeg zijn speciale eekhoornmaal van de verste bessen en de meest krokante beukennoten, terwijl de vossen hun vierkante vossenvoer naar binnen schrokten.

En het werd winter, kouder dan het ooit was, maar het nestje van de eekhoorn was zo warm als het dorp dat hem liefdevol opnam, en hij kreeg nootjes, eikels, besjes, zoveel hij maar wilde. En elke avond rond het kampvuur, zongen ze liedjes en dronken ze glühwein en op oud en nieuw zagen ze het vuurwerk de lucht in schieten.
‘Allemaal honderd procent biologisch afbreekbaar, gappie!’, zei de vos.

En het werd lente en langzaam konden ze vaker naar buiten en in de ochtend, op het open veld, bracht de eekhoorn samen met de vos de zonnegroet: ‘Namaste, ouwe’, zei de vos.
‘Namaste!’, zei de eekhoorn.

En het werd zomer en de eekhoorn en de vos gingen zwemmen in de vijver, en ze spraken uren over de toekomst van het bosrijk en in de avonduren speelden ze schaak, waarbij de eekhoorn de stukken met het gewicht van zijn hele lichaam over het bord verschoof.

En de tijd vloog en het werd herfst en de bladeren begonnen weer naar beneden te dwarrelen, en het werd kouder, toen de vos op een dag naar de eekhoorn keek, die in zijn huisje zat en een stuk dikker en ronder was geworden. De vos vroeg: ‘Zeg, kleine vriend. Hoeveel sterren zou jij je leven hier geven, als het mocht?’
‘Wel vier sterren, vos! Of nee; vijf sterren! Of nee; zes sterren! Ik wil hier nooit meer weg!’, zei de eekhoorn. ‘Ik blijf voor altijd hier!’
Nu keek de vos naar de grond. Hij wiebelde een beetje op zijn poten. 
‘Wat is er?’, vroeg de eekhoorn.
‘Nou, luister dan, kleine’, zei de vos. ‘Je weet dat ik je een beter leven heb gegeven, maar we zijn nu… Nou ja: het wordt nu langzaam tijd om… Om er een einde aan te maken.’
‘Een einde? Waaraan? Moet ik terug naar huis?’
‘Nee, eekhoorn’, zei de vos beschaamd. ‘Ik bedoel; een einde aan jou leven.’
De eekhoorn schrok overeind, maar de vos stond voor de deuropening van het huisje. De eekhoorn kon geen kant op. Misschien had hij het verkeerd verstaan.
‘Maar vos, je maakt een grapje toch?!’, vroeg hij.
‘Ik vrees van niet, kleine’, zei de vos.
‘Maar ik dacht dat je om me gaf?’, zei de eekhoorn.
‘Maar ik geef ook om je, zei de vos.
‘Je hebt me opgetild, je hebt me hier gebracht, je hebt me een veilig thuis gegeven!’
‘Ja, dat klopt,’ zei de vos: ‘ik gaf jou een beter leven!’
‘En nu dan?!’, zei de eekhoorn.
‘Luister’, zei de vos. ‘Het spijt me, maar zeg zelf: anders was je daar meteen in het bos doodgevroren. En dit, dit is de natuur eekhoorn, vossen eten nu eenmaal eekhoornvlees.Dat zijn tradities en van tradities, eekhoorn, moet je met je pootjes afblijven.’
De tranen biggelden nu over de wangen van de eekhoorn. De vos durfde hem bijna niet meer aan te kijken.
Hij zei: ‘Je wilt niet weten hoe wreed de anderen zijn. Ze halen jullie als baby’s al weg bij jullie moeders, ze proppen jullie van kinds af aan met duizenden bij elkaar, in kleine hokken, zonder daglicht, ze mesten jullie vet en brengen jullie naar de slachtbank. Terwijl ik… Ik heb jou toch echt eerst, een beter, wat zeg ik: een ge-wel-dig leven gegeven. Of niet soms, ouwe?’
‘Dat maakt het alleen maar veel en veel erger, vos! Ik dacht dat jij mijn vriend was’, zei de eekhoorn.
Op dat moment voelde hij hoe de vos een spuitje in zijn pootje duwde. Even schrok hij, maar meteen daarna voelde de eekhoorn zich daas en duizelig worden.
De vos keek hem nog een keer aan en zei: ‘Het spijt me, kleine.’ en de eekhoorn viel in een diepe slaap.

Even later opende hij opnieuw zijn ogen. Hij stond op een loopband, verdrukt tussen andere eekhoorns. Van achter plastic flappen, een stukje verderop, hoorde hij oorverdovend gekrijs en gejank komen, dat zijn trommelvlies deed scheuren. Voor en achter hem begonnen de eekhoorns te piepen, hun bange ogen zochten naar daglicht dat nergens meer viel te bekennen. Het rook hier naar angstzweet, en de eekhoorn voelde zijn hele lijf klam en stram worden. En de loopband versnelde, het mechanische geluid, monsterlijk gelijkmatig, het gekrijs van eekhoorns, eekhoorns zo ver het oog reikte, eekhoorns over de loopband, vooruit, eenrichtingsverkeer, een voor een verdwijnend onder de plastic flappen, naar een onbestemde ruimte en de eekhoorn voelde een koude snijdende wind, zoals precies een winter geleden, die onder een kier door naar binnen waaide, en hij voelde die kou dwars door zijn vacht heen prikken en hij probeerde opnieuw om zijn dikke staart om zijn middel te slaan, als een warme sjaal, maar natuurlijk: hij struikelde eroverheen, nog een laatste keer, zijn snuitje plat op de loopband. Hij was al bijna bij de doorgang en wist allang wat hem te wachten stond en nu het eenmaal zo ver was, voelde hij helemaal geen spijt meer: niet van zijn onhandigheid, niet van zijn vertrouwen in de vos, niet van het feit dat hij dingen altijd maar uitstelde, nee: hij verlangde alleen nog maar naar een nestloos bestaan, onder een kale boom, of tenminste nog één keer de laatste bladeren van de takken naar beneden zien dwarrelen, vallend op de koude grond.

En de eekhoorn zag een onbekende vos in wit kostuum opdoemen, met een mondkapje op, hij hield een scherp object in zijn handen. En de eekhoorn duwde zijn snoet zachtjes tegen de jas van de onbekende vos aan. Hij wilde iets zeggen, maar er kwamen al geen woorden meer uit zijn mond. De eekhoorn blies een koud ademwolkje uit.

Die avond werd de eekhoorn — zes sterren, Beter Leven — medium- welldone geserveerd op een bedje van vijgen, met een saus van dille… en kamille. De eekhoorn zag er niet meer uit als een eekhoorn, maar als een anoniem mals vierkantje.
‘Verrukkelijk’, zei de oppervos. ‘Je kunt echt proeven dat dit dier een goed leven heeft gehad. Ruimte! Wat goed vrienden, dat wij kiezen voor mededogen. Dát heet beschaving!’ en hij hief het glas met de andere vossen, die instemmend mee proostten.
Maar terwijl iedereen zich smakkend tegoed deed aan al dat eekhoornvlees, wilde het de vos deze avond maar niet smaken. Met lood in zijn schoenen, liep hij naar het lege nestje van zijn kleine vriend, in de boomstronk naast zijn eigen huis. Daar zag hij een aangevroten beukennootje liggen, een half opgemaakt bedje, het slaapmutsje van de eekhoorn en een handboek: Zelf Leren Klussen Voor Eekhoorns. Op dat moment voelde de vos een traan over zijn wang rollen, kromp zijn hele buik samen en besloot hij plechtig nooit, nee, echt nooit meer een eekhoorn op te eten.

Met zijn maag nog vol van schaamte, liep hij het bos in, om even op adem te komen. Hij was al een poosje onderweg, toen hij van een eindje verderop opeens een hoge stem hoorde: ‘Plaats het kleine schroefje in het metalen plaatje? Maar ik heb geen kleine schroefjes meer!’

De vos wilde doorlopen, maar alsof zijn lichaam een eigen wil had, kwam hij tot stilstand. Zijn poten bleven aan de grond genageld, zijn hoofd boog naar de plek waar de stem vandaan kwam. Een kleine eekhoorn draaide zich om, zag de vos, schrok en dook weg achter een Økhörn-Nësk-bouwpakket.
Heel even aarzelde de vos nog, maar toen zei hij toch: ‘Hey gappie. Kan ik je misschien ergens mee helpen?’

© Johan Fretz