Klootzakken

,,Kkkklootzaken zijn het’’, zegt Wim. ,,Ze hebben jarenlang van me geprofiteerd.’’ Hij maakt wilde armgebaren. Zijn gezicht loopt langzaam rood aan. ,,Ik weet al jaren dat ik te hard werk. Maar dat dit zou gebeuren heb ik me nooit bedacht. Ik ging altijd met plezier naar mijn werk.’’

Mikel knikt. Hij weet het. Hij heeft het zien gebeuren. Hoe zijn vader langzaamaan steeds meer klachten kreeg. Maar hij zei er maar sporadisch iets van. En zijn vader helpen in de tuin of met de boodschappen: nee, daar had hij nooit zin in.

,,Als je weer beter bent, moet je het hen gewoon vertellen’’, zegt hij.

,,Wat dan?’’

,,Dat het klootzakken zijn. Ze hebben veel te lang van je geprofiteerd.’’

,,Kkklopt. Dat zal ik ook doen.’’

,,Je moet ze niet sparen.’’

,,Nee, dat doe ik ook niet.’’

Het is onverdraaglijk om zijn vader zo te zien. Fragiel als hij is, niet meer die sterke man die hij ooit was.

,,,Je had eerder moeten zeggen dat je het niet aankon’’, zegt Mikel plots verontwaardigd. ,,Je had beter je grenzen moeten bewaken.’’

,,Maar ze hadden me nodig. Zonder mij duurde het veel langer voordat ze wisten waar ze aan toe waren.’’

,,Niemand is onvervangbaar’’, zegt Mikel, terwijl hij met zijn vast op tafel slaat.

,,Niemand. En daar zullen ze op jouw kantoor nu achter komen.’’