Vier goede redenen om het FotoMuseum in Antwerpen een bezoek te brengen

Shooting Range • The Enclave • Walker Evans • Ponte City


Het is alweer van 2004 geleden dat het vernieuwde Antwerpse FotoMuseum (FoMu) aan de Waalsekaai zijn deuren opende. Sinds ik vorig jaar in Stockholm Fotografiska bezocht, was ik van plan snel een bezoek te brengen aan het FoMu. Ondertussen zijn we een jaar later. Je weet hoe zoiets gaat. Begin deze maand ben ik er uiteindelijk geraakt. Zonder plan. Want niet dat er een expo loopt die ik per se wou gaan zien. Ik wou gewoon verwonderd en ondergedompeld worden en daar zijn de curatoren prima in geslaagd.

Shooting range — Fotografie in de vuurlinie? brengt het verhaal over hoe beelden niet enkel een conflict vastleggen maar er ook een belangrijke rol in spelen. Wereldoorlogen, het is een thema dat ik zowel in de boekhandel, filmzalen en musea tracht te vermijden. Ik erken het belang, de gruwel en de lessen die we er met z’n allen moeten uit trekken maar verder gaat mijn fascinatie niet. Toch heb ik aardig wat tijd doorgebracht in dat deel van het museum. Niet de strategische oorlogsvoering intrigeert me, maar wel hoe gewone mensen zich gedragen, normaal proberen functioneren en met oorlog omgaan. Een verhaal dat niet altijd even fraai is. Zo zag ik in de tentoonstelling foto’s van mannen die poseren naast een dood lichaam van een vijandelijke soldaat. Probeer je dat gewoon even in te beelden, dat je quasi triomfantelijk op de foto gaat met een lijk aan je voeten. Ik kan er niet bij. Maar goed, dat is mijn invalshoek en niet meteen waar de makers van de expo de aandacht wilden op vestigen. Waar het wél om gaat, wordt nog het best samengevat door een quote die er op een muur prijkt.

“Beelden van de oorlog? Of oorlog van de beelden?” — FoMu

Kortom, beelden als middel om gebeurtenissen te documenteren maar tegelijkertijd ook gebruikt en misbruikt worden als onderdeel van een propagandamachine. Een machine die op haar beurt weer een invloed heeft op het verdere verloop van een gewapend conflict. Wat dat betreft is er sinds de Groote Oorlog weinig veranderd. Ook vandaag nog worden beelden op grote schaal gemanipuleerd door iedereen die z’n gelijk probeert te halen. YouTube-video’s van conflicten die op het net worden gepost, mogen dan wel authentiek materiaal zijn, ze vertellen daarom niet altijd het verhaal dat strookt met de werkelijkheid.

Oorlog is ook het centrale thema in het werk van Richard Mosse. Met The Enclave, een andere expo die momenteel in het FoMu loopt, brengt hij de gewapende rebellengroepen in het oosten van de Democratische Republiek Congo in beeld met infraroodfilm die oorspronkelijk ontwikkeld was voor militaire camouflagedetectie.

Die techniek levert opmerkelijke beelden op met hoofdzakelijk magentatinten. Een kleurenpalet dat niet thuishoort in de setting van een oorlogsgebied en dus voor de kijker heel desoriënterend werkt. De wreedheid krijgt namelijk iets mooi en esthetisch mee. In zekere zin is het daarom ook een aanklacht tegen oorlogsfotografie. De expo is opgedeeld in een video- en fotoluik. Bezoekers van de tentoonstelling kunnen een gratis print meenemen van de foto die de titel Safe from harm meekreeg.

Een kleinere expo is die van Walker Evans. De tentoonstelling bundelt het fotografisch magazinewerk dat hij gedurende zijn carrière maakte. Evans is een Amerikaans fotograaf die alhoewel hij in opdracht van magazines werkte als fotojournalist, zichzelf eerder als kunstenaar zag omdat hij in zijn foto’s meer wou vastleggen dan enkel de actualiteit. Mooi maar niet meteen het deel waarvoor je speciaal naar het FoMu afzakt.

De tentoonstelling die het meest indruk op mij heeft gemaakt, is die van Mikhael Subotzky en Patrick Waterhouse. Ponte City is een heel merkwaardig verhaal. Het verhaal van een monumentaal appartementsgebouw dat de skyline van Johannesburg domineert. De residentiële wolkenkrabber werd gebouwd in 1975 en is met zijn 173m de hoogste op het Afrikaanse continent. Bedoeld en gestart als een prestigieus woonproject voor de blanke beau monde tijdens de apartheid en geworden tot wat het vandaag is, een architecturale én sociale ruïne.

Nadat Nelson Mandela in 1990 na 27 jaar gevangenschap werd vrijgelaten en met zijn partij aan de macht kwam, werd de apartheid opgeheven. Het begin van een transitieperiode waarin heel wat zwarte nieuwkomers vanuit de townships en de landelijke gebieden hun toevlucht zochten tot Ponte City. Net als tal van andere immigranten uit andere Afrikaanse landen.

Tien jaar later stond het immense flatgebouw symbool voor de stedelijke verloedering van Johannesburg en was het een broeihaard voor criminaliteit, prostitutie en drugs.

“Het gebouw blijft tegenstrijdige reacties uitlokken. Nog altijd staat het centraal in de dromen en nachtmerries van de stad.” — FoMu

De poging in 2007 om het gebouw te renoveren mislukte, ook al waren op dat ogenblik ongeveer al de helft van de bewoners uit het gebouw gezet. In diezelfde periode startten Subotzky en Waterhouse hun gezamenlijk project. Ze maken er kennis met de overgebleven bewoners en fotograferen ze. Het jaar daarna, in 2008, starten ze met het verzamelen van documenten en andere zaken die zijn achtergebleven in de leegstaande flats. Dat doen ze vijf jaar lang. Ze namen foto’s van alle deuren en het uitzicht uit elk venster en plaatsten ze in de juiste volgorde zodat de collage overeenkomt met werkelijk structuur van het gebouw.

Ponte City blijft bij velen, niet in het minst bij de bewoners, tegenstrijdige gevoelens uitlokken. Voor de ene een veilige haven, voor de andere een plek om snel te ontvluchten op zoek naar betere oorden.

Het FoMu is in alle opzichten een goed idee en de expo’s die er momenteel lopen zijn zeker een bezoek waard. Meer lezen doe je op www.FoMu.be.

Bij Shooting Range hoort ook een boek met de gelijknamige titel
Shooting range — Fotografie in de vuurlinie, uitgegeven bij
MER Paper Kunsthalle.

Email me when John De Wever publishes or recommends stories