Eureka

over een eiland als een verdwijnpunt
verhaalt Rilke ons dat houdt de ogen toe
overzichtelijk aan alle zijden gelijk wordt alles
bij vloed — die verwischt den Weg im Watt
en verwarrend kringelt de dijk

om zijn bewoners die in dromen geboren worden
waarin de wereld zich moet melden zwijgend
ze spreken immers zelden
hij spreekt over hun Schlaf en hun zinnen zijn als een Epitaph
maar onzin want als hun blik dan archimedisch
(misschien wat puntig) wat beschrijft
nicht auf sie Angewandtes, zu Groβes,
Rücksichtloses, Hergesandtes…

dan bescheiden maar overvloedig 
over wat niet in woorden te vatten
vondst is en onbekend is en aandrijft
onverklaard nabij komt en blijft

Een Friese versie van bovenstaand gedicht werd in juli 2013 gepubliceerd in Frysk Literêr Tydskrift Ensafh.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.