Vluchtelingenproblematiek is van alle tijden

Je kunt geen krant meer openslaan zonder het tegen te komen: vluchtelingen, die vanuit Syrië naar een ander land proberen te komen. Op zoek naar veiligheid, onderdak, voedsel en misschien wel een WiFi-verbinding om contact te zoeken met achtergebleven familieleden. Dit probleem kent echter een geschiedenis, want vanaf de twintigste eeuw zijn er al voortdurend vluchtelingen Nederland binnengekomen.

In de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal, maar buurland België was het middelpunt van deze oorlog. In loopgraven in de buurt van de stad Ieper werd het grootste deel van de oorlog uitgevochten. Na de Duitse inval in 1914 sloegen miljoenen Belgen op de vlucht. Meer dan één miljoen van deze mensen trokken naar Nederland. (Koolhaas, 2014)

Een groot deel vertrok al na een jaar, maar diegene die achterbleven, werden opgevangen in speciale vluchtoorden in Ede, Gouda, Uden en Nunspeet of in kampen in bijvoorbeeld Amersfoort, Bergen op Zoom, Roosendaal, Tilburg, en Amsterdam. (Bos, onbekend) Volgens Gerard van Bruggen, schrijver van het boek De Hei is Groot Genoeg hebben de Belgen het vooral in Ede goed gehad: “Het analfabetisme is bijna gehalveerd. Veel volwassenen hebben daar lezen en schrijven geleerd”.

“Het kamp in Ede moest een modelkamp worden”

In Nunspeet was dat al anders: “De opvang in Nunspeet was vijf maanden eerder opgericht. Dat was een hele slechte opvang. Daar werden gelijk kamervragen over gesteld. Het kamp in Ede moest een modelkamp worden en dat is ook gelukt. Er was verwarming, elektriciteit, stromend water. Allemaal dingen, die in het dorp Ede niet bestonden,” vertelt Gerard van Bruggen aan NieuwsVallei (Zeggelaar, 2015)

100 jaar later is de enige herinnering aan de oorlog in Ede een zwerfsteen. @Foto Maritte Hoogendoorn

Toch was het zelfs in Ede niet alleen maar koek-en-ei tussen de Nederlanders en de Belgen. Halverwege de oorlog was het enthousiasme om de Belgen op te vangen mede door voedselschaarste en cultuurverschillen al ver te zoeken. “Cultuurproblemen waren groter. Er was namelijk nog een verschil tussen de calvinistische Edenaar of de bourgondische Rooms-katholieke Vlaming. Dat verschil was nogal groot,” legt de heer Van Bruggen uit. Met lichte dwang probeerde men de Belgen dan ook weer terug naar huis te sturen.

Joden verjaagd

In 1935 kwamen er Joodse vluchtelingen uit Duitsland naar Nederland. Echter beleefde ons land moeilijke tijden door de economische crisis, waardoor de toelatingseisen strenger moesten worden. De regering was bang dat door de komst van de gevluchte Joden de NSB en het antisemitisme nog groter zouden worden. Daarom werd na de Kristallnacht in Duitsland de toelating in Nederland alleen nog maar strenger. Omdat Nederland geen toevluchtsoord voor vluchtelingen wilde worden, besloot de regering om nog maar 7000 vluchtelingen op te nemen.

De Kristallnacht (tussen 9 en 10 november) was een door de nazi’s georganiseerde actie tegen de joden. @Bron Wikipedia

Vanaf 1937 werden vluchtelingen zonder bestaansmiddelen geweigerd. (Historiek, 2009) Alleen mensen, die konden bewijzen dat ze gevaar liepen, werden toegelaten. Toch was dit (bijna) onmogelijk om te bewijzen tot aan de Kristallnacht in 1938, waar synagoge en winkels zijn vernield. Tien dagen na de Kristallnacht besloot Nederland om joden die al illegaal in het land waren te tolereren, hoewel ze het liefst zagen dat deze mensen zo snel mogelijk emigreerden.

De rest was gevlucht of vermoord

Op 17 december besloot, ten navolging van Zwitserland en de Scandinavische landen de grens alsnog te sluiten. (Pauwels, 2009) Joden, die daarna alsnog (illegaal) binnenkomen, komen terecht in Kamp Westerbork, gelegen op de Drentse heide bij Hooghalen. Na 1940 werd dit kamp in gebruik genomen door de Duitse machthebbers.

Vanaf 1942 werden alle bewoners van dit kamp afgevoerd en naar vernietigingskampen afgevoerd en vanaf het voorjaar 1942 werden alle Joden in Nederland gedwongen naar Amsterdam te verhuizen, waar drie speciale wijken bijeen werden gedreven. Van de ongeveer 140.000 Joden die voor de oorlog in Nederland woonden, waren er na de oorlog ongeveer 30.000 over. De rest was gevlucht of vermoord. Na de oorlog verdwenen er nog duizenden Joden naar Verenigde Staten of Israël.

Kolonie onafhankelijk

Door de Tweede Wereldoorlog oorlog hadden de kolonies, waaronder Nederlands-Indië gezien dat de Westerse landen niet onverslaanbaar waren. Daarom werd op 17 augustus 1945 door Soekarno en Hatta de republiek Indonesia uitgeroepen. Bloedige gevechten konden deze actie niet stoppen en daarom werd na vier jaar, op 27 december 1949 Indonesië officieel onafhankelijk. (Robinson, onbekend)

Toch duurde het nog tot eind jaren zestig voordat Nederland en Indonesië volledig los van elkaar waren gekomen. In de tussentijd verlieten meer dan 300.000 mensen de voormalige kolonie om zich in Nederland te vestigen. Het ging hierbij om Nederlanders van gemengd Europees-Aziatische afkomst, ook wel Indo’s genoemd en om Nederlanders van uitsluitend Europese afkomst.

Van de Indo’s werd verwacht dat ze maar meededen

Door de oorlog lag Nederland in deze tijd nog flink in puin, dus heel vriendelijk werden de nieuwe bewoners niet ontvangen. Er was in die tijd al nauwelijks werk en er heerste een woning te kort. Van de Indo’s werd verwacht dat ze maar meededen en de Molukkers, voormalig militairen werden jarenlang opgevangen in Kamp Westerbork en in een Duits kamp in Vught. Zij kregen amper bijscholing en konden moeilijk aan werk komen.

Er werd namelijk gedacht dat de Molukkers zo snel mogelijk wel weer zouden vertrekken. De verhoudingen tussen de regering en deze groep waren niet goed door de terugkomst naar Nederland, het massale ontslag uit het leger en het feit dat de Nederlandse regering zich niet zou gaan inzetten voor het oprichten van een Molukse republiek. De tweede generatie Molukkers zorgde voor veel opschudding in de vorm van gijzelingen en criminaliteit. De derde generatie heeft inmiddels al geaccepteerd dat ze in Nederland wonen, maar houdt wel de Republik Maluku Selatan (RMS) in Nederland tot stand.

Werkende vluchtelingen

De Tweede Wereldoorlog had in omvang en vernietigingskracht alle eerdere oorlogen overtroffen. (Hoffs, 2008) Dus terwijl in de jaren ’50 tijdens de wederopbouw vooral Nederlanders ons land verlieten, kwamen er in de jaren ’60 weer mensen bij. De economie trok na de Tweede Wereldoorlog weer aan en dus kwamen er ook weer veel banen vrij. Deze moesten opgevuld worden en daarom koos de regering voor gastarbeiders: arbeiders uit landen rondom de Middellandse zee. (Sprangers, onbekend)

In het begin werden deze arbeidskrachten gehaald uit Italië en Spanje, maar halverwege de jaren ’60 waren dit Turken en Marokkanen. In 1965 immigreerden ruim 11 duizend Spanjaarden. Toch waren zeven op de tien immigranten na 10 jaar weer terug in hun oorspronkelijke land. Terwijl de Turken en Marokkanen vaak bleven en na verloop van tijd hun gezinnen over lieten komen. (Wereldjournalisten, 2007)

Een gemengd huwelijk tussen een Marokkaanse gastarbeider en een Nederlandse vrouw kwam nauwelijks voor.

Anders dan de Europese joden een eeuw geleden beschikte de Marokkanen en Turken namelijk over sterke banden met land en cultuur van herkomst, en oriënteren zij zich vaak sterker op hun afkomst en geloof dan op de samenleving waarin ze zijn terechtgekomen. (Plan en Snel, 2006) Daardoor werd ernaar de Spanjaarden en Italianen een stuk positiever aangekeken: zij waren namelijk meer westers en deelde het Rooms-katholieke geloof met een deel van Nederland. Dat blijkt ook wel uit de huwelijken: een gemengd huwelijk tussen een Marokkaanse gastarbeider en een Nederlandse vrouw kwam nauwelijks voor, terwijl een gemengd huwelijk tussen een Italiaanse gastarbeiders en een Nederlander vaker voorkwam. (Singalees, 2009)

In totaal kwamen er tussen 1965 en 1974 zo’n 225 duizend immigranten naar Nederland om te gaan werken in mijnen, textielindustrie of in een fabriek of werkplaats. Om de immigratiegolf te regelen, werden er wervingsakkoorden afgesloten met deze landen. Nederland selecteerde vervolgens de arbeidskrachten op leeftijd, gezondheid en vakbekwaamheid. Daarnaast moesten werkgevers de reiskosten van de gastarbeiders betalen en voor geschikte huisvesting zorgen.

Inwoners Bijlmermeer

Door de oliecrisis in 1973 was er geen behoeften meer aan arbeidskrachten, dus werd de arbeidsmigratie onder het kabinet Den Uyl stopgezet. Toch bleven er bevolkingsgroepen uit andere landen komen: ditmaal waren het de Surinamers. Zij zochten naar werk met het idee dat Nederland het beter had dan Suriname, omdat de (hoge) uitkeringen hier snel werden gegeven.

De overheid probeerde deze stroom in te dammen, maar omdat het Statuur voor het Koninkrijk der Nederland (uit 1954) maar één staatsburgerschap voor het hele Koninkrijk kent, waren de Surinamers staatburger en mochten zij dus niet worden geweigerd. Voor en na de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 is bijna de helft van deze bevolking naar Nederland komen.

De Surinamers waren bang dat Nederland binnenkort snel de grenzen voor ze zou sluiten.

Met de onafhankelijkheid van Suriname wilde de Nederlandse regering meteen afspraken maken met de Surinaamse regering. Toch gingen ze hier niet mee akkoord. Uiteindelijk werd er een overgangsregeling van vijf jaar getekend waarmee er tussen 1975 tot 1980 vrij verkeer bleef bestaan tussen Nederland en Suriname. De Surinamers waren bang dat Nederland binnenkort snel de grenzen voor ze zou sluiten, dus grepen ze hun kans om nog te emigreren.

In totaal zijn er tussen 1973 en 2013 zo’n 249.000 Surinamers geëmigreerd naar Nederland en toch zijn er ook weer 64.000 inwoners vertrokken. (Immigratie in Nederland, 2006) Een groot deel is terechtgekomen in de Bijlmermeer. Een in de jaren zestig gebouwde wijk met veel hoogbouw, die vaak in het nieuws is geweest vanwege sociale problemen en ruimtelijke ordening.

Asielzoekers

Vanaf de jaren ’80 krijgt Nederland te maken met een nieuw soort vluchteling: de asielzoekende migrant. Uit verschillende delen van de wereld komen mensen, die uit hun eigen land moesten vluchten voor verschillende motieven. Toen de aantallen nog klein waren, werd er per geval langdurig gekeken of iemand recht had op een verblijfsvergunning. Vaak werden de vluchtelingen uitgenodigd via de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Verenigde Naties.

Toch zit er wel een verschil tussen een asielzoeker en een vluchteling: “Iedereen die een asielaanvraag heeft ingediend kan asielzoeker worden genomen en zijn alleen diegene die erin slagen om aannemelijk te maken dat zij voldoen aan de daarvoor geldende regels vluchteling”.

In de jaren ’80 kwamen er zo’n 1.000 asielzoekers per jaar aan de poort, terwijl dat in de jaren ’90 als gevolg van de Joegoslavische Burgeroorlog zo’n 40.000 per jaar waren. (Immigratie in Nederland, 2006) Hierdoor werd ook het toelatingsbeleid strenger. Nederland, die gebonden is aan het Verdrag van Genève ging op zoek naar wetten om deze asielzoekers te weren en dus de vluchtelingenstatus te onthouden. Volgens de immigratie- en naturalisatiedienst krijgt zo’n 20 % van de aanvragers een permanente verblijfsvergunning.

Tot 1987 was de opvang van asielzoekers grotendeels geregeld door de gemeentes die direct toegang gaven tot alle faciliteiten: woning, uitkering en onderwijs. Sinds 1987 wordt de opvang geregeld door middel van de ‘bed-, brood- en badregeling. Toegang tot uitkeringen, onderwijs oor volwassenen en werk werd hiermee afgeschaft.

Syriërse vluchtelingen

Dus met al deze voorbeelden zie je dat het vluchtelingenprobleem, waar Nederland nu mee te maken heeft niet alleen van deze tijd is. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden mensen voor de opvang open, terwijl er nu vaak strijd is over waar de vluchtelingen uit Syrië naartoe moeten. In Syrië heerst al jarenlang een bloedige opstand tegen het autoritaire regime van president Assad. (Leijdendekker, 2015)

Ruim 7,6 miljoen Syriërs zijn binnen hun eigen landgrenzen op de vlucht, terwijl miljoenen anderen de grens overgestoken zijn op zoek naar veiligheid. Nederland zou eerst 2.074 vluchtelingen opvangen, maar daar zijn er door de Europese Commissie nog zo’n 7.214 bijgekomen. De opvang gebeurt in sporthallen, scholen en asielzoekerscentra. De meeste andere vluchtelingen gaan naar Frankrijk, Duitsland en Spanje. Zij nemen ongeveer 24.031, 31.443 en 14.931 vluchtelingen op.

Bibliografie

(Singalees), M. H. (2009, juni 7). Veertig jaar Marokkanen in Nederland. Opgeroepen op november 5, 2015, van Mens-en-samenleving: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/37400-veertig-jaar-marokkanen-in-nederland.html

Bos, M. (Onbekend). De opvang van Belgische vluchtelingen in de oorlog. Opgeroepen op oktober 22, 2015, van Historisch Nieuwsblad: http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6984/de-opvang-van-belgische-vluchtelingen-in-de-oorlog.html

Historiek. (2009, oktober 13). De menselijke maat van vluchtelingen in de jaren 30. Opgeroepen op november 2, 2015, van Historiek: http://historiek.net/de-menselijke-maat-van-vluchteling-in-de-jaren-30/5985/

Hoffs, Ruud (2008). Internationale machtsverhoudingen na 1945. Den Haag: Boom Onderwijs, blz. pag. 21–23

Immigratie in Nederland. (2006, juni 4). Opgeroepen op oktober 22, 2015, van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Immigratie_in_Nederland

Koolhaas, M. (2014, maart 27). Belgische vluchtelingen in Nederland. Opgeroepen op oktober 22, 2015, van NPO geschiedenis: http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/2009/juli/Belgische-vluchtelingen-in-Nederland.html

Leijendekker, W. H. (2015, september 15). Dit is wat je moet weten om de vluchtelingencrisis te begrijpen. Opgeroepen op november 5, 2015, van NRC: http://www.nrc.nl/nieuws/2015/09/14/dit-is-wat-je-moet-weten-om-de-vluchtelingencrisis-te-begrijpen

Pauwels, H. (2009, april 29). Alle grenzen gingen dicht. Opgeroepen op november 2, 2015, van De Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/alle-grenzen-gingen-dicht

Plank, Pieter H. van der en Snel, Johan (2006). ‘Democratie kan zich niet ontwikkelen in een onbegrensde ruimte’. Wapenveld, jaargang 56.

Plank, Pieter H. van der en Snel, Johan (2005). Recensie van: Natievorming en staatsburgerschap in de XXe eeuw. Wapenveld, jaargang 55 (nummer 5).

Robinson, T. (Onbekend). Indische Nederlanders in het kort. Opgeroepen op november 3, 2015, van Vijfeeuwenmigratie: http://www.vijfeeuwenmigratie.nl/term/Indische%20Nederlanders#86-inhetkort

Sprangers, H. N. (Onbekend). De nieuwe gastarbeider. Opgeroepen op november 3, 2015, van CBS: http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/537659D0-02B3-46B2-AC9F-52F9A89286B5/0/index1094.pdf

Wasserstein, Bernard (2007). Barbarij en beschaving. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, blz. 759–767

Wereldjournalisten, R. (2007, juni 21). Gastarbeiders in Nederland. Opgeroepen op november 5, 2015, van Wereldjournalisten: http://www.wereldjournalisten.nl/factsheet/2007/06/21/gastarbeiders_in_nederland/

Zeggelaar, D. (2015, oktober 26). In Historisch Museum Ede is een bijzondere expositie over vluchtelingen. Opgeroepen op oktober 22, 2015, van NieuwsVallei: http://www.nieuwsvallei.nl/cultuur/belgen-op-de-hei/832

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.