Een gek soort geloof

Hoe vaak uitchecken leidt tot te lange werkdagen en wat je hieraan kunt doen

Photo by Lee Campbell on Unsplash

Het lijkt wel alsof we met z’n allen een gek soort geloof hebben in hard werken. Gek omdat we “hard werken” zien als “veel overuren draaien”. Wat natuurlijk helemaal niet hetzelfde is. Je zou net zo goed (of eigenlijk beter) kunnen zeggen dat “hard werken” betekent dat je meer doet in dezelfde tijd. Maar dat is niet zoals veel mensen het zien. Of in ieder geval niet hoe ze vaak denken dat anderen (lees: bazen) dat zien. Mensen die steevast om 5 uur de deur achter zich dicht trekken op het werk staan nou eenmaal niet vaak te boek als harde werkers. En dus zijn er (nog steeds) veel onder ons die de werkdag “oprekken”. Ofwel door tot een uurtje of 7 op kantoor te blijven, danwel door bijvoorbeeld de laptop weer open te doen als de kids op bed liggen. Nog effe dat mailtje aan de baas om 23:03. En dan heb ik het nog niet eens over de gewoonte om af en toe eens een nacht “door te halen”.

Wat zit daar toch achter? Is het de wens te laten zien aan je baas (die er immers ook vaak tot half 8 zit) dat werk heeeel belangrijk is voor je? Geloof je misschien oprecht dat je zoveel meer gedaan krijgt in dagen van standaard 10 uur? Heb je om 4 uur ‘s-middags vaak het gevoel “nog bijna niks gedaan te hebben”? Misschien kom je pas echt in beweging als er een duidelijke urgency is. Of ligt het aan het wegstoppen van gedachten aan de iets langere termijn (d.w.z. voorbij de eerstvolgende deadline) en de gevolgen van overwerk op gezondheid en andere pririoteiten in het leven?

In onze ervaring komt er bij velen ook een soort behoefte aan “troost” bij kijken: de mogelijkheid om tijdens de werkdag even weg te zappen. Weg van die moeilijke, misschien wel stressvolle, of juist oersaaie taak. Naar iets luchtigers. Effe koffie halen, FB checken, het nieuws, een spelletje. Dat nieuwe logo. Het volgende personeelsuitje. Tuurlijk heb je dit ook nodig. Je kunt immers niet 8 uur achtereen full-focus blijven. Maar de frequentie van dit uitchecken stijgt al jaren. En begint een enorm probleem te worden. Onderzoek van Gloria Mark van de University of California in Irvine laat zien dat we gemiddeld iedere 10 minuten stoppen met een taak en aan iets anders beginnen. En binnen een taak vaak niet meer dan 3 minuten met dezelfde activiteit bezig zijn. Terwijl we ruim 20 minuten nodig hebben om ons diepste niveau van concentratie te bereiken.

Mark’s onderzoek toont aan dat je weliswaar kunt compenseren voor deze onderbrekingen door sneller te gaan werken, maar ook dat dit een behoorlijke extra dosis stress met zich mee brengt. Waardoor je meer tijd nodig hebt om te herstellen. En wat misschien nog wel erger is: je maakt ook gewoon meer fouten en je output is “dommer” (d.w.z. je ideeën en oplossingen voor problemen zijn minder slim). Dit scheelt wel 20% volgens onderzoek van Eyal Peer van Carnegie Mellon. Puur productiviteitsverlies dus. Maar hoe komt dat dan eigenlijk? Deels door de toenemende invloed van “stoorzenders” natuurlijk. Die komen er immers steeds meer. Maar dat is het zeker niet alleen: in de helft van alle gevallen is er spraken van zogenaamde self-interruptions: we stoppen er gewoon zelf mee, zonder dat iets of iemand ons onderbreekt.

Eigenlijk zijn “gewone” werkdagen van 8 uur in principe meer dan genoeg om veel werk te verzetten. In feite zou je zelfs in een uur of 5–6 met een goede focus net zoveel (of zelfs meer) kunnen bereiken als de gemiddelde collega. Daarbij kun je (en moet je) gewoon nog je pauzes nemen tussendoor. Normaal lunchen, effe wandelen en zo. Maar hoe doe je dat dan? Die slack eruit knippen? Hoe kom je van dat rottige uitstelgedrag af? Daar zijn natuurlijk 643 self-help boeken over geschreven. Maar die gaan vaak uit van de mogelijkheid een soort superman te worden: beperk de tijd dat je op internet zit, wees gedisciplineerd, check je e-mail maar twee keer per dag. En dat werkt niet echt. In ieder geval niet op de wat langere termijn. Zoek het ook eens in het werk zelf. Dat kan vaak op een betere manier in elkaar worden gezet. Zodat het meer tot de verbeelding spreekt, je aandacht beter trekt en die dan langer vasthoudt.

De laatste jaren hebben we aardig wat voorbeelden verzameld van (oorspronkelijk) saaie taken die door het inzetten van simpele werkdesign technieken plotseling 2 keer zo snel werden afgerond, met minder fouten en met een lach om de mond. En van stressvolle taken waar mensen langer achtereen op konden focussen doordat ze minder negatieve emoties opriepen. Waardoor deze mensen er ook nog eens sneller goed in werden. Met als gevolg dat mensen hun werkdag op een normale tijd (of zelfs vroeger) kunnen beëindigen, genoeg tijd hebben om uit te rusten, om de volgende dag hun aandacht er weer bij te kunnen houden. Een opwaartse spiraal dus.

Die technieken zullen we in andere posts eens wat uitgebreider de revue laten passeren. Voor nu zouden we het al super vinden als je er (nog eens) van doordrongen bent geraakt dat meer werken niet leidt tot een hogere productiviteit. En op de lange termijn zelfs tot minder succes. Want je bent niet van elastiek. En al zou je dat zijn: er zit rek in totdat het knapt. En dat is het toch allemaal totaal niet waard. Ik denk dat we het daar wel over eens zijn.