Heb jij een nutteloze baan?

Photo by Brooke Cagle on Unsplash

Als jij aan het werk bent, denk je dan wel eens bij jezelf: “wat ik nu aan het doen ben is echt zooo nutteloos”? Een kwart van de mensen vindt hun werk niet bepaald zinvol, zo konden we ruim een week geleden lezen in de Volkskrant. Deze verspilling van arbeidskracht zou vooral een fout van het management zijn omdat die nutteloze banen blijven bestaan. Maar volgens mij is het nog erger: moet je eens kijken hoeveel er nutteloze taken worden uitgevoerd in het kader van een baan, die als geheel nog wel zin lijkt te hebben.

We doen te veel dingen omdat “we het altijd zo gedaan hebben”, “mijn baas het zegt” of “ik er anders problemen mee krijg”. Allemaal voorbeelden van extrinsieke motivatie: je doet iets omdat het moet, om een straf (of negatief gevolg) te ontlopen of misschien wel om een bepaalde (grotere) beloning te krijgen. Extrinsiek slaat op het feit dat de reden waarom je iets doet buiten jou zelf ligt en niks met de activiteit te maken heeft. En dit leidt tot een slechtere kwaliteit van het werk, minder werkplezier en meer stress. Intrinsieke motivatie, daarentegen, komt uit de taak zelf voort: je doet het omdat het interessant, uitdagend of mooi is om te doen. Je ervaart dan minder stress of verveling en levert beter werk af.

Maar intrinsiek vs extrinsiek is niet zwart-wit: er zijn ook tussenvormen. De motivatie-goeroes Edward Deci en Richard Ryan hebben het over verschillende vormen van extrinsieke motivatie. Het is namelijk moeilijk om in 1 keer van geen motivatie (amotivatie) naar intrinsieke motivatie te gaan. Dit moet je stapsgewijs doen. Wat zit hier dan tussen?

De meest primitieve vorm van (extrinsieke) motivatie wordt externe regulering genoemd. Dat wil zeggen: je moet het doen. Het zijn de regels, of de voorschriften. Je hebt het idee dat je geen keus hebt. Belonen en straffen spelen hierbij ook vaak een rol. Iets meer naar rechts krijg je introjectie. Je doet iets om je niet schuldig te voelen of omdat het waardering of acceptatie oplevert.

Vervolgens komen we identificatie tegen: je vereenzelvigt je als het ware met een taak. Het uitvoeren ervan helpt je om iets anders te bereiken, wat waarde heeft voor jou. Dus bijvoorbeeld een verkoper in een winkel maakt de toonbank schoon omdat de klant dan een betere indruk krijgt en wellicht iets meer koopt. Voeg je hier ook nog een dosis autonomie aan toe (je voelt dat je de ruimte hebt om zelf te bepalen hoe je je werk doet), dan krijg je integratie. De taak is nu onderdeel van wat jij zelf belangrijk vindt. In het geval van de verkoper: ik maak schoon omdat ik dan tot een beter klantcontact kom en dit is voor mij een belangrijke waarde in mijn werk.

Alles bij elkaar krijg je dus zoiets als hieronder. Dit geeft je toch wat meer keuzes bij het beantwoorden van de vraag: “waarom zou ik dit doen?”.

Misschien blijf je nu toch zitten met de vraag: “ja leuk, maar hoe doe ik dit dan precies?”. Hier is een aantal mooie werkdesign technieken voor. De eerste noem ik De klant van de klant. Wat houdt dit in? Eerst bedenk je voor wie je een bepaalde taak of activiteit doet. Als je met “echte” klanten werkt is dit natuurlijk simpel, alhoewel je ook hier even verder moet kijken dan wat voor de hand ligt. We zien echter de grootste problemen met “zinloosheid” in beroepen zonder duidelijke klant, zoals PR-functionarissen en financieel managers. Voor wie doe je het dan?

Stap twee is vervolgens de vraag wat zij (je klanten) doen met wat jij hen geeft. Dit kun je hen gewoon vragen. Soms zijn deze antwoorden al erg verfrissend. Maar er is meer: probeer te achterhalen voor wie zij (je klanten) dat dan doen. Wie of wat wordt er beter van wat zij doen met jouw input? En leuke gesprekjes die daardoor onstaan joh! Ik heb hier echt mensen die al jaren dezelfde dingen routinematig doen opeens horen zeggen: “Jemig, dat wist ik helemaal niet, dat werpt een totaal nieuw licht op die stomme formulieren!”.

Laatst deed ik wat werk voor een nationale bank van een EU-lidstaat. Zaten er een stuk of 15 teamleiders bij elkaar te klagen over een grote Excel tabel die ze iedere twee weken of zo moesten invullen voor het MT. Hierin moesten ze tot in detail de uren van hun mensen plannen voor de komende periode. Deden we deze oefening met ze. Zij aan het MT vragen wat zij met die tabellen doen. Wat bleek? Ze gebruikten deze data om prognoses te maken van de werkdruk in bepaalde functies. Dit was dan weer input voor het plannen en faseren van bepaalde investeringsprojecten of andere vernieuwingen. Dus de klant van de klant…. waren de teamleiders zelf. Dit inzicht had best een aardige impact. Het was nog steeds niet echt interessant werk maar we waren een heel eind naar rechts opgeschoven.

Er zijn nog andere methoden op dit gebied, zoals de Goldratt hierarchie, die je helpt om inzichtelijk te maken hoe activiteiten bijdragen aan hogere doelen. Geen rocket science maar je moet er even tijd en aandacht aan schenken. Hier moeten we het tijdens een workshop maar eens uitgebreid over hebben. Dan zorg ik er voor dat de oefeningen duidelijk nut hebben en dat het een gave ervaring wordt. Leren is namelijk gewoon erg leuk met intrinsieke motivatie!