Waarom gamen CEOs onder werktijd?

Hoe gebrek aan voortgang op het werk ons kwelt en hoe je dit voorkomt

Photo by Mark Cruz on Unsplash

Het is eigenlijk te bizar voor woorden: het merendeel van de drukbezette CEOs, CFOs en presidents of the board van grote Amerikaanse ondernemingen geeft toe dat ze dagelijks tussen de 15 minuten en een uur van hun werktijd besteden aan… gamen?! Dat kan niet kloppen!? Maar toch is het zo. De grote vraag is echter: waarom in hemelsnaam? Wat blijkt? Als ze dit doen, voelen ze zich minder gestresst, hebben ze meer zelfvertrouwen en denken ze dat hun focus toeneemt. En wat nog belangrijker is: ze voelen zich productiever. Dit roept vragen op. Wat zorgt ervoor dat velen zich niet productief voelen in hun werk? Hoe productief voel jij je meestal? Kunnen we taken zodanig ontwerpen dat we ons daar beter door gaan voelen, en dus ook echt productiever worden?

Het komt allemaal voort uit de manier waarop onze dagelijks werk eruit ziet. We hebben vaak te maken met ambigue taken waarbij er meestal niet één juiste manier is om ze te doen. Verder is het vaak niet zo makkelijk te zeggen of iets nu echt “af” is of niet. Meestal hebben we gewoon geen tijd meer en moet het dus maar af zijn. Ook komen we er bij veel taken pas een hele tijd later achter hoe goed we ze gedaan hebben (en moeten we dit horen van anderen, wiens oordeel we wellicht niet altijd vertrouwen). Dit nog afgezien van de toenemende problemen die we ondervinden bij het concentreren op het uitvoeren van deze taken.

Alles bij elkaar ervaren we op het werk vaak zoveel setbacks, factoren die ons weerhouden van het boeken van voortgang, dat we langzaamaan onze intrinsieke motivatie verliezen. Je hebt er dus op een gegeven moment “gewoon effe geen zin meer in”. Dit komt ook doordat we vaak met te grote doelen bezig zijn, die te ver van ons af staan. Door progressie te zien als het halen van dit soort doelen krijgen we veel te weinig succeservaringen. En dit geldt in extreme mate voor de hogere echelons in een bedrijf: hoe dichter bij de top, hoe surrealistischer je werkervaring eigenlijk wordt. Overigens is de gemiddelde kantoorbaan geen haar beter: steeds meer mensen vragen zich af wat ze nou eigenlijk helemaal voor elkaar krijgen en wat dit ertoe doet.

Zo beschouwd zijn die gamende CEO’s niet zo vreemd meer. Laten we dit verhaal eens wat nader bekijken. Wat spelen ze dan zoal, die CEOs? Ten eerste de zogenaamde casual games. Dit zijn vrij simpele spelletjes, zoals Patience of Mijnenveger, waarbij je dingen moet sorteren, op elkaar stapelen, of zoeken. Niet heel moeilijk, en je “bereikt” altijd wel iets. En laat dit nou net zijn wat in echte banen vaak niet lukt. Het andere soort games is wat complexer en speel je vaak online en met meerdere spelers tegelijk. Voorbeelden zijn FarmVille en PlantVille. Wat daar zo aantrekkelijk aan is? Die spellen zitten vol met mogelijkheden om meteen productief te zijn. Je maakt een beslissing, je voert een aantal handelingen uit, en er verandert iets, dingen worden beter.

Nou hoor ik sommige lezers denken dat dit bericht over die CEOs een nonsense verhaal is. Maar nee. Het is geen op zichzelf staand, methodologisch gebrekkig en sensatiezoekend onderzoekje geweest. Het is een gedegen studie uit de hoek van de zogenaamde alternate reality game design beweging, waarvan Jane McGonigal, verbonden aan het San Francisco Art Institute en de University of California, Berkeley één van de kopstukken is. “Ja, die lullen uit eigenbelang” zul je zeggen: “ze willen gewoon meer games verkopen, lekker objectief onderzoek.” Maar niks van dit alles: hun missie is juist om het echte leven beter te maken door toe te passen wat ze hebben geleerd van het ontwerpen van games. Ze zouden dus het werk van die CEOs tot een betere ervaring willen maken zodat deze niet meer hoeven te vluchten in PlantVille om zich productief te voelen.

Nog niet overtuigd? Ga voor de aardigheid eens na wat voor hobbies veel mensen er op nahouden. Postzegels verzamelen bijvoorbeeld. Eindeloos ordenen in van die grote boeken. Een deel van de aantrekkingskracht van dit soort activiteiten zit hem volgens mij in het feit dat je (hopelijk ongestoord) een hele tijd “lekker bezig” kan zijn, voortgang kunt boeken. Hetzelfde geldt voor fotoboeken volplakken en kruiswoordpuzzels of sudoku’s oplossen. Zelf heb ik iets dergelijks van het weekend nog ervaren toen ik honderden foto’s en video’s van mijn smart phone zat up to loaden naar GoogleDrive. En ik, of all people, heb dit afgemaakt en vond het niet eens vervelend. Echt, vraag je maar eens af waarom we dit soort dingen leuk vinden. En bedenk dan dat het mogelijk is om allerlei soorten werktaken ook op die manier te ontwerpen. Moet je kijken wat dat met motivatie doet.

Nou heb jij aan het eind van deze blogpost een keuze: ofwel je doet dit allemaal af als fun fact en denkt: “mooi, grappig, lekker belangrijk en nu weer over tot de orde van de dag”, ófwel je probeert hier iets van te leren wat jou kan helpen in je dagelijkse werk meer progressie te boeken. OK, maar wat is de les dan? Ten eerste: managers zouden zich meer moeten richten op het wegnemen van storende elementen die zorgen dat hun mensen niet lekker door kunnen werken. Zoals een scrum master dat doet. Verder moet iedereen precies weten wat ze zelf op korte termijn moeten bereiken om bij te dragen aan die grote team- of organisatiedoelen. Ook moet het op ieder moment duidelijk zijn hoe goed of slecht een taak wordt uitgevoerd. Dit lijkt onmogelijk maar de ervaring leert dat dit vooral een kwestie is van creatief denken. En ten slotte moeten mensen in hun werk eindelijk eens met rust worden gelaten. Geef ze het spel, en ze zullen het spelen.