Barbara Sarafian

‘Ik speel enkel in film, niet in het dagelijkse leven’

Jarenlang schipperde Barbara Sarafian tussen haar rol als actrice en haar situatie van alleenstaande moeder. Nu is ze getrouwd en staat haar zoon op eigen benen, maar veel rustiger werd het niet. Zowel op de set van de knappe dramedy Vincent als ernaast draaien haar moederlijke gevoelens overuren. ‘Moeders moeten goed kunnen incasseren.’

door Johannes De Breuker (voor Marie Claire, september 2016, p. 66–67)

Tien jaar geleden leek Barbara Sarafian even van het scherm verdwenen. Dat veranderde met het prachtige Aanrijding in Moscou (2008) waarin ze de 41-jarige Matty vertolkt die dankzij manliefs midlifecrisis met drie kinderen achterblijft. Niet alleen veroverde zij in deze film het hart van de veel jongere truckchauffeur Johnny, ook filmminnend Vlaanderen (en ver daarbuiten) viel als een blok voor haar.

‘Ik hou van rollen waarbij emotie en intellect elkaar triggeren of het voor elkaar verpesten,’ vertelt Sarafian. ‘Voor velen zijn dat contrasten, maar dat is niet zo.’ Kijk maar naar moeders die hierdoor verscheurd worden tijdens de opvoeding van hun kinderen. Een moeder heeft altijd extra zorgen die voortvloeien uit haar angsten of verbeelding, legt ze uit. ‘Bij mij gaat dat vaak over het fysieke sterven van je kind.’

Op die angst speelt ook het aangrijpende Vincent in, want naast de suïcidale worstelingen van een jonge geteisterte ziel, is deze dramedy ook het portret van een moeder die toekijkt hoe een ideaal haar zoon verteert.

Hoe herkenbaar is jouw personage?

Barbara Sarafian: Ik heb een geraffineerde relatie met m’n zoon opgebouwd omdat we zo lang alleen waren. Met veel mensen in de buurt heb je minder tijd voor de nodige stiltes en gesprekken, iets wat je in de film ziet. Zo verlies je de snelle evolutie van je kind soms uit het oog. Als ik een zoon had als Vincent, zou ik aan de ene kant trots zijn op z’n ecologische bezorgdheid. Aan de andere kant zou ik hem ook een paar wafels verkopen. Is’t nu genoeg met uwen shit? Kan je iemand van 17 jaar zomaar krediet geven om alles te geloven wat hij wil?

Als een kind iets fouts doet, wordt er natuurlijk vaak naar de ouders gekeken.

Sarafian: Het is altijd de schuld van de moeder, dat lees je in al de freudiaanse lectuur. Ik zeg al jaren: kijk naar de moeder. Dat gaat niet over wat ze wel of niet goed heeft gedaan, maar over hoe zij emotioneel in het leven staat.

Om die reden is Vincent ook een mooie film over moederschap. Vind jij het leuk om die moederrol te spelen?

Sarafian: In deze fase van mijn leven kan ik niet ontsnappen aan moederrollen en dat is niet erg. I am a mother! Maar een schort dragen of met een symbolische deegrol rondlopen, doe ik niet meer. Moeders doen iets anders. Ze zijn bang, zitten wachtend aan tafel en kijken om vier uur ‘s nachts naar hun gsm. Tenzij je mrs. Robinson bent of een flirterige mama die jaloers is op haar dochter, zijn moederrollen vaak niet echt interessant of sexy. De archetypische moeders die door een scenarist worden doorgrond, zijn zeldzaam.

Heeft dat te maken met het ouderdomscomplex van de filmindustrie?

Sarafian: Ik ben oud en niet mooi, zeggen ze. I’m not easy on the eyes. Daar heb ik tot nu toe mijn kracht van gemaakt. Humor en zelfrelativering zijn daarom belangrijk. Als het niet voor mijn snoetje is, sluit mij dan in uw hart voor iets anders. Ze zeggen trouwens dat seksisme van mannen komt, maar wat vrouwen dagdagelijks met elkaar uitvoeren vind ik ook erg. Je hebt vrouwen die heel seksistisch zijn naar andere vrouwen toe: durf jij zo buiten te komen?

Hoe ga je daar mee om?

Sarafian: Meestal sta ik daar dan met een blik van what the fuck? Die heb ik van m’n moeder. Een tijdje geleden gingen we samen naar een poshy restaurant maar door al de gordijnen duurde het een kwartier voordat we ingang vonden. In plaats van in een existentiele kramp te schieten — oh nee, nu weet iedereen dat wij hier voor de eerste keer komen — maakten we er een schakespeariaans schouwspel van. Toen we een tafeltje vonden, bleek er naast ons een groepje Rotary-dames, die m’n moeder kende, van hun glaasje te nippen. Toen de ober vroeg wat we wilde drinken, zei m’n moeder heel plat ‘een pinte’. Ik fluisterde nog: speel toch even mee. Never, zei ze. Ik vrees dat ik het ook heb. Ik speel enkel in film, niet in het dagelijkse leven.