Adembenemend.

Bunkeya, deel I

Wereldreizen van Gent naar Congo

Op negentien december in Bunkeya, Haut-Katanga, marcheert een optocht door de straten. De mensen lachen, er is plezier, er zijn dansers, het is feest. Ze zijn op weg naar Mont Nkulu. Die is hoog en heilig en ligt een flink stuk buiten het dorp. De wandelaars puffen, hier en daar rijden auto’s mee.

In de massa stappen ook vlaggendraaiers. Hun doeken zijn rood met in het midden een witte bol. De kleuren symboliseren een dag van moed en een van dood. Jaren geleden was Bunkeya een groothandelscentrum, hoofdstad van M’siri’s koninkrijk. Haar inwoners, Bayeke, plukten de vruchten van diens onderhandeling- en veroveringswerk. Aan het hoofd van de verschillende Yeke vazalstaten stonden chef coutumiers.

Vlaggendraaiers en anderen in het dorp.

Eind negentiende eeuw groeide de Europese interesse in Bunkeya. Leopold II van België, officieel gezaghebber, zond twee expedities uit naar het paleis van koning M’siri. Die laatste, na overleg met de lokale chefs, accepteerde de Belgische autoriteit niet. Een derde tocht in 1891, onder leiding van William Grant Stairs, was succesvoller: koning M’siri, nog steeds weigerend, werd vermoord door Omer Bodson. De legende vertelt dat M’siri niet zomaar te doden was. Hij kon zich op eender welk moment in een onschendbare leeuw veranderen. Marida Alfonsica, Msiri’s tweede vrouw, verried het geheim. De veroveraars moesten zijn hoofd afhakken, pink afsnijden en de koord om zijn buik doorknippen. Boven de troon in de koninklijke vertrekken in Bunkeya is nog steeds een leeuw geschilderd.

Na de dood van koning M’siri stortte de politieke stabiliteit in elkaar. Prins Mukanda Bantu werd door de Belgische machthebber aangesteld als zijn vaders opvolger, maar hij kreeg weinig eigenlijk zeggenschap. Pas in de late twintigste eeuw verbeterde de leefsituatie in Bunkeya weer geleidelijk.

Onderweg.

Op negentien december in Bunkeya, Haut-Katanga, lopen meisjes met staartjes en meisjes zonder staartjes naast meisjes die zwijgend genieten van de inspanning. Ze passeren een kliniek, een universiteit, de weg naar de tombe van Bodson (op zijn beurt gedood door M’siri’s zoon).

De optocht naar de berg trekt nieuwsgierigen aan. Schoolkinderen rennen, moeders kraaien, askari’s (soldaten) schateren. Slippers en sportschoenen wandelen naast sandalen en blote voeten. Aan de voet van Mont Nkulu staan troms. De weg kronkelt naar boven langs grote bomen en groene planten. Daar zal een rite het verleden herdenken. Centraal in de menigte danst de stoel van Mwami (chef) Godefroid Jr, nazaat van koning M’siri.

Rituelen op Mont Nkulu. De schoenen zijn verboden, de geit is voor de Mwami en diens entourage.

De rest van de dag worden nog drie geiten, een kip en twee manden meel geofferd, een schorpioen gevonden, kibuku gestookt, familie bezocht, woorden in plaatselijk Kisanga geleerd (Kyungulomuane, goedenavond en Eomuanetuasante, het antwoord), bomen beklommen, een ontmoeting met de Mwami geregeld, een onbekend insect bewonderd, over de markt gewandeld, natuurlijke lijm gevonden, knuffels en snoepjes beloofd.

Op negentien december in Bunkeya ben ik deel, en ook weer niet, van het gebeuren. Dat gaat ongeveer zo: boven na de ceremonie rust ik uit op blote voeten. Het landschap is magnifiek, de verte vol vlaktes. Ik zie bomen en bergen en planten, ik ruik natuur en regen en frisse lucht. Ik adem en reflecteer en mijmer en leef.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.