Wauw.

Bunkeya, deel II en kerstfeesten

Wereldreizen van Gent naar Congo

De man met de slang om zijn nek zei dat ik ook een keertje mocht. Zo’n lijf is glad en zwaar, het voelt een beetje als een doorgeknipte autoband op je schouders. Een python vormt zich naar je lichaam, de mijne kronkelde naar boven en naar achter en weer naar beneden. Ik vond mezelf wel kei kei stoer.

Op kerst in Congo kleurde ik ook nog een Dumbokleurplaat, zag ik een krokodil en een babystruisvogel en sjeesde ik door de brousse in de regen op de moto. Dat laatste was het enige mogelijke vervoermiddel naar en van Ferme Benjin. Het schemerde, toen werd het donker. De rit hobbelde over nachtelijke rode aarde.

Bunkeya.

De week voor officieel vakantieverlof nemen de proffen hun aanwezigheid niet zo nauw. Iets voor achten op de campus wreef ik maandag de slaap uit mijn ogen, ik was die ochtend tevergeefs vroeg opgestaan. Maar in mijn rood K-waytje en met mijn mooie sokken baalde ik daar niet zo van. Er zijn dagen die minder huppelend verlopen.

Het weekend had ik uitgewuifd in Bunkeya. Daar vierden jong en oud de grote Mwami, die de nacht op Mont Nkulu had doorgebracht. Een rij rituele hutten, vikambelo, kreeg offers. Een stoet mensen bezocht het kerkhof. Wij vertrokken in een auto met vier man op de achterbank, vier vooraan en een negende reiziger op het dak. Onderweg op een heuvel moesten we duwen.

Bunkeya feest.

Dinsdag reis ik opnieuw, nu naar Kolwezi in het noorden, voor onderzoek en proefondervindelijk nieuwjaarsfeesten. Vijf uur bus, ik laad alvast mijn muzikale troost op.