Gelukkig was daar de koekenplank

Wereldreizen van Gent naar Congo

Ik had vannacht een rare droom. Ik ging naar de winkel om boodschappen. De zaak had een draaideur, zoals in ziekenhuizen en den Delhaize van Mechelen-Noord. ‘t Was geen keten, gewoon een reguliere supermarkt. Stap ik naar de conservenblikken, komt daar toch niet een giraf binnengewandeld zeker. En erachter nog een.

,,Maak plaats, mevrouw,” zei de verkoper. Nu ja, bedankt, die bedenking had ik me ook al gemaakt. Je wil ook geen dispuut met een beest van twee etages hoog. Komen ze hier vaker, meneer? ,,Wekelijks.” Oh. Zo. Ik haalde m’n schouders op, hij lachte. ,,In Zambia is dat niet ongewoon.” Aha, ik was in Zambia.

Ze droegen geen sacoche of winkelmand, ze waren heel gewoon giraf. Ze kochten ook niks, ze liepen zomaar tussen de patatten en de komkommers naar de versafdeling. Er kwam toen nog een beest binnen. Een alligator.

Ik zat toevallig op een kartonnen doos. Zegt meneer: ,,Madammeke, niet bewegen en rustig ademen.” Vond dat beest het plezant om niet rond, maar door die doos te kruipen, waar ik dus op zat.

Maar ‘t was een bananendoos, en die zijn doorgaans te krap voor uit de kluiten gewassen reptielen. Ik voelde alles onder mij zich langzaam verplaatsen. En sja, probeer dan maar eens rustig te blijven. Gelukkig was daar de koekenplank (wat ne oneliner). Geheel in jackiechanstijl sprong ik van doos naar rek bovenop de mueslirepen. Krokkie wandelde verder, ik haalde adem. En toen was er Nestor.

Nestor was groen, geschubd en had vier poten. Een krokodillenkind, niet groter dan een bak tomaten. Hij ontblootte zijn tanden (oh god, die had hij al), kwispelde, sprong tegen me op en blafte.

Die blaf werd een kukeluku van de haan op het erf en ik werd geloof ik wakker. Ik moet vandaag een taak afwerken. Maandag en dinsdag heb ik examens en donderdag twee. Als ik flink gestudeerd heb, ga ik straks naar de filmscreening van L’homme qui répare les femmes kijken.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Kristien Spooren’s story.