Groen gras en mooie lucht. Links buiten beeld staan mango- en papajabomen.

Kolwezi, Katebi en Mutoshi

Wereldreizen van Gent naar Congo

Om half acht in het centrum van Lubumbashi vertrekt dagelijks een schoolreisbus van Transkat. Vier uur later komt die aan in mijnstad Kolwezi. De weg gaat noordwestwaarts langs Kapolowe en Lac Tshangalele, Likasi, Fungurume en Kisenda. We leggen vandaag 304 kilometer af.

Het zwembad is al uitgegraven. Dit wordt een luxecomplex.

Onderweg speelt een film, preekt een zielenhoeder, zingt een radio en leurt een kind met koek en friet. We houden ergens halverwege halt. Of ik me ook wil soulageren, vraagt hij. Nu weet ik dat die formulering een vraag is naar mijn blaasinhoud, maar lange tijd begreep ik niet waar dat ‘troosten’ of ‘verlichten’ precies op sloeg.

Eigenlijk niet, bedenk ik me, en die gedachte maakt me treurig. Ik wenste dat ik liters water had gedronken en voor het eerst in mijn leven het genot kon ervaren van traag plassen in de regen in de brousse van Afrika, met rondom varens en een mangoboom en bossen en bergen en net genoeg privacy om dat alles gedurende de hele pispauze van achter een kokospalm te aanschouwen. Geef toe, dat klinkt tof.

Het zicht was yogawaardig.

Desondanks uitgestapt haast ik me enkele druppelkes later weer naar binnen. We groeten de alweer toeterende chauffeur, bedanken de dame die ons twee gegrilde maïskolven verkocht en laten de straatventers verder voor wat ze zijn. Ik nestel me tegen het raam. De tweede film gaat over stoere mannen en ontspoorde treinen.

We komen aan tegen de middag. Vandaag op het programma staat een familiebezoek aan tante dada Nicky. Zij en haar kroost wonen in een huis dat voorheen van vooraanstaande mijnwerkers was. Ze is een lijvige vrouw met kunstharen en een indrukwekkende melkvoorraad, maar ze heeft ook iets zachts, iets moederlijks, iets wat ik al die maanden in Congo nog niet in die mate tegenkwam. Ik ben voor haar even zonderling, want de komende vier dagen delen zij en ik verhalen over hier en daar en nu en straks. Ik krijg ook twee mokken thee met rietsuiker.

Aan het strand van Katebi.

De tweede dag is historisch. We wandelen door de stad en bezoeken de kopermijn van Mutoshi. Stilaan kan ik me een beeld vormen van wat zich jaren geleden heeft afgespeeld. Begin 20ste eeuw ontdekten geologen mineralen in Haut-Katanga. Leopold II, op dat moment naarstig op zoek naar een manier om zijn kolonie in waarde te stellen, haalde opgelucht adem. De regio moest uitgebuit, de inkomsten ten volle benut worden. In 1906 ontstond de Union Minière du Haut-Katanga. Drie groepen speelden een grote rol: de kolonisator (administratie), de handelaar (exploitatie) en de missionaris (onderwijs en civilisatie).

Decennia later is het land onafhankelijk, zaïriniseerde Mobutu het bedrijf naar Générale des Carrières et Mines en blijft het oude paternalisme bestaan. De structuur van de Gécamines maakte een onderscheid tussen arbeiders, ouvriers, en hogergeplaatsten, cadres. Op sociaal vlak (logement, onderwijs, verzorging, hobbyzalen…) gingen alle voordelen naar de laatste groep. De gevolgen ervan zijn nog steeds zichtbaar.

Onderweg.

Dag drie rijdt een jeep ons naar Katebi-aan-het-strand. Ik kruip bovenaan op het dak en speel fotograaf en mediterend levensgenieter. We wandelen nog langs het water, raken vast in drijfzand, verliezen er onze schoenen, kreunen blootsvoets verder op stenen en schelpen. ‘s Avonds zijn we uitgenodigd voor toast en tequila of fruitsap, de dag erna help ik tante Nicky in de keuken, zaterdag bezoek ik het college, zondag reist de Transkatbus weer huiswaarts. De trip vermoeit, ik val in slaap, dat nieuwe jaar bezing ik morgen wel. Beste wensen.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Kristien Spooren’s story.