Nomaden in Srebrenica (II)

Kasper
Kasper
Jul 15, 2015 · 5 min read

Op 11 juli 1995, twintig jaar geleden, werden meer dan 8000 moslimmannen in Oost-Bosnië vermoord door Servische legers. De gruwelijke massamoord werd erkend als de laatste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De Belgen Kasper Goethals (22) en Johannes De Bruycker (26) en de Nederlander Coen van de Ven (23) trokken naar de stad. Hun verhalen werden gepubliceerd in De Morgen, P-Magazine en Balkan Insight. Exclusief voor Vranckx en de Nomadenblikken ze terug op hun eerste stappen in de wereld van de internationale journalistiek.


Door Coen van de Ven, Johannes De Bruycker en Kasper Goethals


Lees eerst: deel I over onze aankomst in de stad.

De regenbui is gaan liggen en met de warmte van de zon verandert de stad. We zitten op het gloednieuwe balkonterras van Motel Alic, dat uitkijkt op het centrale plein van het stadje. Het is vrijdag: dag van gebed voor de moslims in Srebrenica.

Een tiental tieners komt de moskee uitgelopen. We horen hun gegiechel en geplaag vanop vijftig meter afstand. De meisjes met hoofddoeken en jeansbroeken, de jongens met Nike-schoenen en trainingsvestjes. Vanuit een koffiebarretje voor het gebouw waar we slapen slaat de oudere generatie hen gade. Ze roepen hen charmant blaffend toe met gespeelde afkeuring. “De jeugd van tegenwoordig.” Een Joegoslavische knipoog.

Een man slaat zijn vriend amicaal om de schouder, als de temperatuur in de stad stijgt, leven de mensen op straat en wordt de sfeer hartelijk. ©Coen van de Ven

De kwispelende straathonden die om aandacht en eten smeken zien er kerngezond uit, de bloemen in de voortuinen staan in bloei. Vanop het terras zien we metershoge witte vlinderstruiken uit een van de ruïnes groeien. Het huis werd twintig jaar geleden gebombardeerd tot bloempot.

We voelen ons meer op ons gemak, het kwik is boven de 25 graden gestegen en de bevolking leeft op straat. We vragen ons af of we ons de schichtige en boze blikken van de eerste dagen hebben ingebeeld, de inwoners komen nu voorzichtig gastvrij over.

Het is druk, we lopen van het ene gesprek naar het andere. We interviewen de imam, de burgemeester, de priester, de vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, de hoteleigenaar, de voetbalcoach, de schoolmeester en tientallen jongeren uit de stad. We beginnen te begrijpen waarom de mensen ons achterdochtig aankeken. Een jonge man die bij een ngo werkt vertelt ons: “wij — Serviërs en moslims leven in vrede samen. Het zijn de buitenstaanders die in het verleden wroeten en oude wonden openen.”

We horen het keer op keer — de afkeer voor journalisten die in drie dagen tijd een verhaal komen schrijven met weinig aandacht voor de gevoeligheden van de locals. “Ze komen steeds hetzelfde riedeltje herhalen”, vertelt de hoteleigenaar waar de meeste westerlingen verblijven. “Dat er nog steeds massagraven gevonden worden en dat we niet kunnen samenleven.”

Een fotograaf komt foto’s nemen voor een krant uit Macedonië. Met zijn team blijft hij twee dagen voor hij weer naar huis vertrekt. De inwoners houden niet van journalisten die te snel komen en gaan. ©Johannes De Bruycker

Wij willen een genuanceerder verhaal vertellen. Een verhaal dat meer is dan een vluchtig hoofdstuk in de geschiedenisboeken of een jaarlijkse herdenking. We zijn benieuwd naar de mensen die er nu leven, hoe vrede in stand blijft en op wat voor manier de genocide van twintig jaar geleden de onderlinge verhoudingen en economische ontwikkelingen beïnvloedt.

Langzaam winnen we vertrouwen en voelen we ons welkom. “Vind je ook dat er veel meer mensen naar ons lachen en ons groeten?” vraagt Kasper. Het is merkbaar waardevol om hier langer dan een week te zijn. We horen de verhalen over corruptie en drinken — koffie en raki — met de mensen uit Srebrenica. We zien een vredige samenleving maar leren ook snel hoe restanten van een ooit zo diepe verdeeldheid zich nog steeds manifesteren in de straten en kroegen van het stadje.

We ontdekken bijvoorbeeld dat de twee groepen zich onderscheiden door het bier dat ze drinken en de voetbalploegen waarvoor ze supporteren, maar dat de jeugd pinten ook aan elkaar doorgeeft als ze samen in de ruïnes feesten.

We gaan met lokale jongeren op stap, hier krijgt Coen uitleg over de verschillende bieren die de Serviërs en Bosnische moslims drinken. ©Johannes De Bruycker

Na een week ín de stad — verruimen we ons blik door letterlijk het perspectief te vergroten. We bezoeken de boerderijen hoog in de heuvels en Tuzla, de stad waar vele moslims heen vluchten toen Servische troepen de stad binnenvielen. We schrikken als we twintig jaar na de Val van Srebrenica een vluchtelingenkamp binnenstappen waarvan de inwoners nog steeds niet thuis zijn. Al zou je kunnen argumenteren dat ze dat juist wel zijn: het kamp is hun huis geworden en jonge kinderen die hier ooit heen kwamen, hebben inmiddels nieuwe gezinnen gesticht. Als we op de terugweg aan een medewerkster vragen hoe de bejaarde vrouw heette die ons haar huisje liet zien, horen we dat zij twintig jaar jonger is dan we haar hadden ingeschat. “De mensen hier zien er veel ouder uit dan ze in werkelijkheid zijn,” verklaart onze tolk. “De koolmijn waar ze een klein inkomen bij elkaar scharrelen is ongelooflijk ongezond en geld voor goed eten en medicijnen hebben ze niet.”

Johannes (links) en Coen (rechts) drinken koffie en discussiëren over het werk van de voorbije dagen in Srebrenica. ©Kasper Goethals

Elke avond blikken we in onze kamer in het hart van Srebrenica terug op de indrukken van de dag. Langzaamaan verschuift onze focus van het verzamelen naar het het verwerken van informatie. Coen en Kasper discussiëren over de vorm van de artikels, de hoofdpersonages en de observaties. Johannes bewerkt foto’s en begint te selecteren. Langzaam vormen tientallen verhalen zich in ons hoofd en op papier.

We keren terug naar Sarajevo. We vragen aan een taxichauffeur om ons naar een waterpijpbar met uitzicht op de stad te brengen. De lichtjes dansen tussen de heuvels. Het is een elfenstad. Johannes vraagt of we nu na drie weken ergens spijt van hebben, of we iets anders hadden willen aanpakken. We kijken elkaar aan.

Eigenlijk niet. We hebben Srebrenica leren kennen en een reeks verhalen verzameld waar veel mensen thuis geen flauw benul van hebben. Veel meer hoopten we niet te doen, maar we willen die verhalen dan wel in de media krijgen.

Deze blog bestaat uit drie delen. Dit is deel twee. In deel één vertelden we over onze moeilijke aankomst in de stad, in het volgende deel vertellen we over onze terugkeer naar België en hoe we de verhalen hebben gepubliceerd.

    Kasper

    Written by

    Kasper

    '92 - Freelance journalist

    Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
    Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
    Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade