De man die een potvis liet ontploffen

Toen Bjarni Mikkelsen op dinsdag 26 november 2013 uit zijn werk kwam vertelde hij zijn vrouw niets over het voorval. “Ik zei dat we nog met de klus bezig waren. En dat er wellicht iets van op het lokale nieuws zou komen die avond.”

Hij had die middag namelijk een potvis laten ontploffen.


Op de Faeröer-eilanden, gelegen in de noordelijke Atlantische Oceaan tussen Schotland, Noorwegen en IJsland, wonen nog geen 50.000 mensen. Als er walvissen worden gespot is er altijd wel iemand die de marinebioloog van het natuurhistorisch museum van Faeröer even belt. Een functie die Bjarni Mikkelsen (45) op dat moment al twaalf jaar bekleedt.

Dat gebeurt ook zeven dagen voor de ontploffing, als er vier potvissen worden gespot in de nauwe zeestraat tussen Streymoy en Eysturoy, de twee grootste eilanden van de archipel. Mikkelsen besteedt er weinig aandacht aan. Hij hoort er verder ook niks meer over.

Twee dagen later, op donderdag, krijgt hij weer een telefoontje. Eén van de walvissen heeft de weg terug naar open zee gevonden, maar de andere drie dieren zijn in het ondiepe gedeelte rondom de ‘enige brug over de Atlantische oceaan’ beland, zoals de Oyrarbakki-brug tussen de twee eilanden wordt genoemd. Een reddingsoperatie is kansloos. Het waterpeil is te laag en de potvissen zijn te groot en te log.

Diezelfde middag overlijdt de eerste potvis. Uit nieuwsgierigheid gaat Mikkelsen een kijkje nemen. Hij ziet hoe de Faeröerse visinspectie zich over de dode walvis heeft ontfermd en het karkas naar open zee sleept.


In de eerste helft van de twintigste eeuw waren dode walvissen een belangrijke bron van inkomsten voor de Faeröer. Op zee werden in die jaren duizenden vinvissen, bultruggen en potvissen met harpoenen gedood en naar land gesleept. Op de walvisstations werd het vlees en spek van de gigantische dieren verwerkt.

Nog steeds worden er op de eilanden de traditionele grindadráp georganiseerd, omstreden jachtpartijen waarbij honderden grienden worden gedood. Maar aan de commerciële walvisvaart is al decennia geleden een einde gemaakt. Van de zeven walvisstations die er ooit op de Faeröer waren is alleen het station van Við Áir is nog intact. In 1984 werd daar de laatste walvis op de helling getrokken. Sindsdien was er geen enkele activiteit bij het walvisstation.

Tot dinsdag 26 november 2013.

“Voor het eerst sinds 1984 was er vandaag weer walvisvlees te vinden bij Við Áir,” zo kondigde de lokale nieuwslezer het item over Bjarni Mikkelsen die avond aan, terwijl zijn linkermondhoek een beetje omhoog krulde.


Een dag na het overlijden van de eerste potvis slaagt een van de twee overgebleven dieren er dankzij de stroming in het diepere water noordwaarts te bereiken. De andere potvis heeft geen geluk. Na nog een dag in het ondiepe water bij de Oyrarbakki-brug overlijdt hij.

Het gebeurt niet vaak dat er een potvis strandt en sterft op de Faeröer-eilanden. Er spoelen wel eens dode walvissen aan, maar die hebben dan vaak al weken of maanden op zee rondgedreven, waardoor er vaak niet meer over is dan een hoop rottend vlees. De complete potvis, met een skelet dat onbeschadigd is, is eigenlijk een buitenkans voor Mikkelsen. Al jaren heeft het instituut waar hij voor werkt plannen om het verlaten walvisstation van Við Áir om te bouwen tot een maritiem museum. Een 15-meter lange potvis zou een mooie attractie zijn. Er wordt snel gehandeld en dat weekend wordt met de visinspectie afgesproken dat deze dode potvis niet teruggaat naar open zee: het museum mag hem hebben.

Maandagochtend zit Mikkelsen in een klein rubber bootje. De dode potvis drijft op slechts een paar kilometer van het oude walvisstation. “We bonden een touw om zijn staart en sleepten hem richting land. Het ging eigenlijk verbazingwekkend makkelijk.”


De apparatuur van het walvisstation is buiten werking gesteld, dus er wordt een truck geregeld waarmee de potvis de volgende dag de helling opgetrokken. Het is dinsdag, exact een week nadat Mikkelsen de melding kreeg dat er walvissen in de nauwe zeestraat zwommen.

Hij loopt die dag in een knaloranje pak over de helling. Zijn groene muts heeft tot vlak boven zijn wenkbrauwen getrokken. Het vriendelijke gezicht van de stevige man gaat deels verborgen achter een grote bril met rechthoekige glazen. Als de potvis de helling op wordt getrokken, staat hij met een tevreden glimlach op zijn gezicht naar het dier te kijken.

Mikkelsen heeft de leiding over de operatie. Het plan is om de walvis van zijn vlees en ingewanden te ontdoen. Het karkas kan vervolgens weer voorzichtig in het water worden gelegd, zodat de laatste restanten weg kunnen rotten. Over een paar jaar, als het museum bij de walvisstation klaar is, kan het karkas worden tentoongesteld.

In zijn dienstverband van twaalf jaar heeft Mikkelsen nog nooit een walvis opengesneden. Maar hij is de marinebioloog van de Faeröer. Dit is zijn taak.


Ook KVF, de nieuwszender van de Faeröer, is op de helling aanwezig. Samen met de verslaggeefster loopt Mikkelsen een rondje om de potvis. Haar eerste vraag gaat over het gigantische geslachtsorgaan van de potvis dat uitsteekt. “Ja, het is inderdaad een man,” antwoordt Mikkelsen. “En nee, normaal hangt het niet zo naar buiten. Dat zou niet zo makkelijk zijn bij het zwemmen.”

De verslaggeefster wijst naar de tanden. “Zijn dit de tanden?” Mikkelsen legt met zichtbaar plezier uit dat hij ze heeft geteld. 22 tanden aan iedere zijde, dus 44 in totaal. Ook vertelt hij wat over hoe de walvis zijn voedsel naar binnen werkt, bijvoorbeeld als hij een octopus tegenkomt. “Hij klapt zijn onderkaak hard tegen zijn bovenkaak. Het voedsel blijft dan hangen in de bovenkaak en daarna slikt hij het makkelijk door.”

De potvis is op dat moment al bijna drie dagen dood en het rottingsproces is in volle gang. De stank is enorm. Het toegestroomde publiek heeft geluk dat de wind van land naar zee waait. Uit de mond van de walvis komt een vreemd geluid: de maaginhoud van het dier is aan het gisten.

De potvis ligt op zijn zij en het is duidelijk dat hij al een beetje opgezwollen is door de gistingsprocessen. Mikkelsen neemt een besluit: de druk moet van de potvis worden gehaald.


Ontploffende walvissen zijn geen onbekend fenomeen. De beroemdste is de potvis die in 1970 in het Amerikaanse Oregon aanspoelde. Niemand wist goed wat te doen met het beest. De verantwoordelijkheid over het stuk strand lag bij de wegendienst van Oregon. Zij kozen voor de snelle oplossing: het beest opblazen met dynamiet. De resten zouden in zee waaien en daar snel vergaan. Maar hoeveel dynamiet heb je nodig om een walvis op te blazen? Een halve ton zou genoeg moeten zijn, dachten de wegenbouwers van Oregon.

Wat volgde was een gigantische explosie, die de resten van de walvis in een straal van honderden meters verspreidde. Toeschouwers zagen de stukjes walvis voor hun voeten terechtkomen en auto’s die op een nabijgelegen parkeerplaats stonden raakten zwaar beschadigd door een paar grotere stukken potvis.

Maar meestal ontploffen walvissen door natuurlijke processen. Door het ontbindingsproces bouwen zich gassen op in het karkas, tot dat het lichaam het niet meer houdt. Zo zorgde het transport van een dode walvis in 2004 voor chaos in Zuid-Taiwan. Het zeventien meter lange dier werd op een oplegtruck naar een reservaat vervoerd via de snelste route: dwars door de stad. Midden op een drukke straat ontplofte de walvis door de opgebouwde druk. Niemand raakte gewond, maar omstanders, auto’s en winkels kwamen onder het bloed en ingewanden te zitten.


De potvis ligt op zijn zij. Het plan van Mikkelsen is om het beest in de lengte open te snijden. Daarvoor maakt hij gebruik van een flensiknívur, een traditioneel mes, lijkend op een zeis, dat vroeger ook werd gebruikt op de walvisstations.

Voordat Mikkelsen begint te snijden laat hij het publiek op afstand zetten. Hij staat in zijn eentje voor de grote potvis. In zijn rug draaien de camera’s.

Mikkelsen begint de operatie door met de flensiknívur een kleine opening te maken in de buikwand. Een beetje vet komt naar buiten. Met veel moeite vergroot hij de inkeping. Op de plekken waar hij snijdt gaat de dikke huid van de potvis bol staan, maar voor de rest gebeurt er niets.

Hij doet een stapje terug om de buikwand te bekijken. Hij heeft niet diep genoeg gesneden. De buikholte heeft hij nog niet bereikt, de druk neemt toe, maar de lucht kan er nog niet uit.

Mikkelsen onderneemt een nieuwe poging en steekt het mes in de opening die er al is. Hij port het mes heen en weer. En met kracht drukt hij hem vervolgens in een keer naar binnen.

De klap die volgt is gigantisch.

De buikwand scheurt uit elkaar. Het bloed vliegt als eerst naar buiten, snel daarna gevolgd door de ingewanden. Hele stukken darm worden uit de buikholte geslingerd. Het bloed, dat al een paar dagen in het rottende lichaam zit, is bijna zwart en stroomt met liters tegelijk over de helling. Door de explosie wordt het mes uit de handen van Mikkelsen geblazen. Het komt vast te zitten in het houten schuurtje van het walvisstation, op zo’n vijf meter afstand. Nadat de ingewanden vlak langs zijn gezicht zijn gevlogen, bloedspetters achterlatend, draait Mikkelsen zich om en rent hij weg. In zijn vlucht kijkt hij nog om. Een paar meter bloederige darm ligt opgehoopt tegen het schuurtje aan. De resterende ingewanden hangen half uit de buikholte.

“Je kan je niet voorstellen hoeveel energie er vrij kwam bij die explosie. Nu gebeurde het op een halve meter afstand, maar de potvis had ook precies voor me kunnen exploderen. Ik weet niet wat er dan was gebeurd.”


Het schuurtje zit onder het bloed en wordt schoongespoten. De ingewanden op de helling worden opgeruimd. Terwijl het bloed nog uit de potvis sijpelt staat Mikkelsen de verslaggeefster van KVF nog even te woord.

De walvis laten ze voorlopig zo liggen. Het is tegen vier uur in de middag en op de Faeröer valt de duisternis al in. Bij de ontploffing is het skelet niet beschadigd, dus in de dagen die volgen zullen ze het karwei afmaken.

Thuis vertelt Mikkelsen niet over de ontploffing. Zo bijzonder vindt hij het niet. “Het ziet er dramatischer uit dan ik het heb ervaren. Misschien stond ik er gewoon te dicht op.”

Pas op het nieuws ziet hij ‘s avonds hoe spectaculair zijn beelden zijn. En hoe droog zijn commentaar tegen de verslaggeefster. “Nou, zoals je zag ontplofte de potvis,” zegt Mikkelsen, met de bloedspetters en een grijns op zijn gezicht. “Dat gebeurt wel eens, dat de potvis ontploft.”

Voor wie nog meer video’s wil zien van ontploffende walvissen: