Als ik me eenzaam voel, fantaseer ik over nieuwe ontmoetingen

Sinds een tijdje woon ik in een kleine studio vlakbij De Magere Brug. Ik kijk uit op tuinen. Uitkijken op een tuin geeft een hoop meer rust dan uitkijken op de straat. Dat merkte ik meteen al. Toen ik er net woonde, hoorde ik vaak pianomuziek. Dat kwam onmiskenbaar bij m’n buurman vandaan. Moest ik eerst om lachen: in de grachtengordel van Amsterdam geen geluidoverlast van baldadige jongeren, maar ’s ochtends vroeg wakker door klassiek gepingel.

Dat het goed was, hoorde ik meteen. Ik zit niet zo in het klassieke pianocircuit, maar dit was geen meisje van acht met pianoles. Ik keek op het naambordje van het huis naast mij en ontdekte via Google dat ik een beroemde buurman had. Een pianist.

Hij speelde vaak, dagelijks. Een paar minuten, soms een kwartiertje. Ik werd er rustig van. Je hoorde weinig anders aan de achterkant dan een blaffende hond en een andere buurman die dan riep: ‘Mevrouw de Waal, uw hond blaft! Mevrouw de Waal! Uw hond!!!’ Dan vond ik dat pianospel toch sympathieker.

Ik besloot m’n buurman een mailtje te sturen. Ed, stuurde ik, Ed, ik word altijd heel erg rustig als u pianospeelt. Dat wilde ik u even laten weten. Met de hartelijke groeten van uw buurmeisje uit het kleine studiootje.

De pianist was al wat ouder en woonde alleen. Ik begon te fantaseren over een uitnodiging voor een kop koffie en een goed gesprek. Over het leven, de liefde en verlies. Over een vrouw (niet nodig) en kinderen (nooit gekregen). Over vrienden die, als je ze koestert, net familie zijn. ‘Is het dan niet eenzaam, Ed, altijd met jezelf?’, zou ik hem vragen. ‘Tsja, soms is het sappelen,’ zou hij zeggen. ‘Maar ik heb altijd de muziek.’ En hij speelde en ik luisterde.

Als ik me eenzaam voel, fantaseer ik over ontmoetingen met mensen. Over gezelligheid, warmte, goede gesprekken. Met regelmaat droom ik over de liefde van m’n leven in een chaletje, in de bossen of de bergen. Met pasta, chocomel, zo’n kleedje bij de open haard. Niet dat je daar op gaat liggen — dat is nooit zo zacht als in de film. Maar gewoon, samen, een beetje liefde. Een beetje geborgenheid.

Als ik uitgedroomd ben over de liefde, fantaseer ik over oudere mensen, die me onder hun vleugels nemen. En me dan leren hoe je weerbaarder wordt voor het leven — en dat je nog niks gezien hebt als je pas dertig bent. Die positief blijven als ik niet snap wat we hier nou eigenlijk aan het doen zijn en met een taartje van de HEMA vertellen over die keer dat zij liftten naar Spanje. Zonder smartphone en internet. Of dan even pianospelen.

‘Bedankt Lianne. Dat is fijn om te horen! Groetjes uit Rome, Ed.’ Hij was niet eenzaam en niet thuis.