“ze pikke al onze huize in”

Het is een mooie grijze dame. Moeilijk in te schatten of ze ooit echt mooi geweest is, maar aantrekkelijk is ze zeker. Ze praat met een zacht Hollands accent en bekijkt mij onderzoekend wanneer ik hees en katerig mijn visie op integratie uit de doeken doe. Waarna ze een prachtig verhaal vertelt. Hoe ze in hun kleine Hollandse dorpje, vooral bekend van 1 ding: bier, enkele jaren terug 5.000 vluchtelingen dienden op te vangen. Ze gaf toe dat ze er eigenlijk zelf hadden voor gekozen. De vraag was hen gesteld en ze hadden “ja” gezegd. Maar het verliep uiteraard niet zonder slag of stoot. Ze beschreef uitvoerig de moeilijke sfeer en de demonstraties voor en tegen. Hoe het normaal zo harmonieuze en ietwat ingedommelde dorpje in rep en roer stond. Er werd hard geprotesteerd, pamfletten werden uitgedeeld. Op een mooie dag ging er een bijzonder grote demonstratie van tegenstanders door in de dorpskom. Alhoewel de grijze schoonheid gewaarschuwd werd door haar- uitzonderlijk brave- zoon om zich vooral niet in deze optocht te mengen, ging ze toch. “Dat moeten ze vooral tegen mij zeggen.” Ze trok een strijdvaardig gezicht en wees in de verte. “Ik vertrok met de fiets en zag al snel de meute lopen. Plots herkende ik een gezicht; dat van onze glazenwasser Joop!” Er verscheen plots een verbeten trek rond haar mond. “Ik ging naar hem en zei: Joop, wat doe je hier nou?” Ze trok haar schouders op en zette een norse pruillip op. Diep brommend citeerde ze Joop “Nou, ze pikke al onze huize in. Ik zei nou Joop, dat is toch echt wat voorbarig hoor.” Haar impersonatie van de glazenwasser was werkelijk schitterend, ik kon hem mij perfect voor de geest halen. Ze vervolgde haar verhaal met een bloemrijke beschrijving van de redder in nood; de burgemeester. Hoe die in het midden van het volk was gaan staan en gezegd had: “jongens, we hebben ‘ja’ gezegd en nu gaan we dit goed aanpakken.” Hij had open gestaan voor alles; vragen, verwijten, ideeën, … En, na enkele maanden “was het hele dorp om”. Met pretlichtjes in haar ogen vertelde ze dat ze de schouwburg al gauw hebben “opgegooid” en wekelijks genieten van theater uit allerlei verre uithoeken van de wereld. Zomaar, midden in het groene dorpje. Met een in de lucht priemende vinger benadrukte ze dat er intussen 137 ‘vluchteling-’gezinnen permanent gevestigd zijn in het plaatsje. “En ze hebben opnieuw gevraagd of we 5.000 vluchtelingen willen opvangen volgend jaar, nou, we zijn er klaar voor.” Met een tevreden gebaar sloeg ze op tafel.

Het was de ochtend van de shoot- out in München, dat de wijze grijze dame me dit vertelde. Later bleek het hier- alweer- ‘slechts’ om een verwarde jonge gast te gaan. Die eigenlijk geen enkele andere motivatie had om te moorden dan zijn eigen tristesse en kwaadheid. Het is ook een soort van terrorisme, al die psychiatrische tijdbommetjes laten afgaan. Afijn, het verhaal van de wijze vrouw kon op geen beter moment komen, ik had wat positiviteit nodig. Uiteindelijk haalde ik uit haar relaas ook een aantal heel interessante dingen: leiderschap en gemeenschapszin, dat lijken essentiële elementen om zoiets als De Vluchtelingencrisis als communiteit te overleven. Waar de vluchtelingen uiteindelijk zelf ook iets aan hebben. Leiderschap, gemeenschapszin en een grote dosis energie. ‘Optimism is a moral duty’, door Karl Popper geleend van Kant, is nooit eerder zo duidelijk geweest voor mij. Hij bedoelde daarmee dat de toekomst open ligt, dat we er samen voor verantwoordelijk zijn en dat we er samen iets kunnen van maken. ‘So we have a duty, instead of predicting something bad, to support the things that may lead to a better future’, verklaarde hij in 1992. Brandend actueel.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.