Nathan

Ik woonde in een huis met drie meiden. Net afgestudeerd, aan de voet van het volwassen leven maar nog veilig onder één dak met leeftijdsgenoten van hetzelfde geslacht. De zolderverdieping deelde ik met een huisgenoot en er zaten van die mooie houten steunbalken in de nok. Op een dag besloot ik dat het leuk zou zijn om daar een hangplant aan te hangen, om zo wat groene accenten aan te brengen in mijn kamer. Bij de bloemist om de hoek kocht ik een simpel maar doeltreffend exemplaar. Het plantje had een lange piekerige bos haren dat overtuigend naar één kant hing.

In ons huis was het de gewoonte om je plant een naam te geven. In eerste instantie voor het sociale aspect maar onbewust om de urgentie van verzorging te benadrukken. Zo waren daar Carel Cactus, Otto Orchidee en Fia Ficus die ons huis verrijkten met hun vegetatie. Mijn hangplant miste echter een label met NAW-gegevens en van het uiterlijk van de plant kreeg ik weinig inspiratie. Zo bracht het plantje enkele dagen anoniem door op mijn aanrecht.

Tot ik later die week op de wc zat en door ons fanatiek bij elkaar gespaarde voetbalplaatjesboek bladerde. Tevreden liet ik mijn blik glijden langs alle mannen die we tot nu toe hadden bemachtigd. Het was op de pagina van Roda JC dat mijn oog bleef hangen bij een sticker links boven in de hoek. Nathan Rutjes. Ik wist het meteen; Nathan zou de naam worden van mijn hangplant. Die grijns, dat haar, die mat; duidelijk. Ik riep mijn huisgenoten bij elkaar en Nathan werd ingezegend met een glas water en kreeg zijn definitieve plek aan een spijker in de balk.

Een paar jaar gingen voorbij totdat een paar weken geleden de radertjes in mijn hoofd ineens gingen draaien bij het horen van deze naam. En wat blijkt; Nathan Rutjes is nu een ding. En ‘de mat’ ook. Net als die van zijn zoontje. Lavezzi. De toen nog nietszeggende sticker heeft zich nu ontpopt tot een energiek fenomeen. Het kapsel -zo blijkt nu- was dus geen éénmalige uitspatting maar een ‘fashion’-statement. Ik voelde een glimp van trots over het feit dat de mat mij al in zeer vroeg stadium was opgevallen.

Na een korte research (www.nathanrutjes.nl) ging de wereld van Nathan voor mij open. Naast zijn voetbalcarrière verschijnt hij regelmatig op tv om de kijker te verblijden met zijn aanwezigheid. Met zijn eindeloze beleefdheid en aandoenlijke naïviteit komt hij op voor mensen in de zorg, bemoeit zich met de politiek en motiveert studenten voor hun examen. En dit alles met een constante, bijna irritante grijns op zijn gelaat. Hij is zelfs vorig jaar uitgeroepen tot ‘Maatschappelijk Speler van de Eredivisie’. Gelukkig maar.

Deze ontdekking stelde mij gerust. Ik had het gevoel dat ik tv-kijkend-Nederland wel aan Nathan over kon laten. Zo’n schaamteloze positivo kunnen we met z’n allen wel gebruiken.

De groene versie van Nathan (er was een moment dat hij ineens in bloei stond en we overwogen hem Nathalie te noemen) is er niet meer. Door onbekende reden begon zijn haardos ineens uit te vallen, verloor hij zijn groene kleur en na verloop van tijd ontbrak elk teken van leven. Maar de voetballende sticker is er nog wel. En zolang ik die nog lachend op tv zie, zal ik altijd aan mijn eerste hangplant blijven denken.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.