Suzanne Truyers vluchtte uit Congo

‘Ik ben met niets vertrokken en met niets teruggekeerd’

Suzanne Truyers is nu wonende in de Dorpsstraat 5, te Houthalen. Dit was in het verleden echter anders. Ze verloor haar hart al op jonge leeftijd aan het toen nog Belgische Congo. Helaas duren mooie liedjes niet lang. Een oorlog brak uit en Suzanne moest vluchten.

Suzanne komt uit een groot gezin. Ze is de oudste van negen kinderen, waaronder zes meisjes en drie jongens. Haar grootmoeder had een café. Deze werd nadien doorgegeven aan de kinderen. Haar familie had ook een kleine supermarkt en een kleine boerderij. ‘We deden alles zelf thuis’, aldus Suzanne. Haar leven was altijd vol gepland. ‘Er was nooit een saai moment. Er was altijd wel iets om te doen. Of je kon gaan helpen in het café, of in de winkel of zelfs op de weide’. Door al deze activiteiten had haar familie een nauwe band. Vooral met haar zus was ze zeer hecht.

Hart verloren aan Congo

Op een dag leerde de zus van Suzanne een jongen kennen. Ze werden verliefd en trouwden al snel. Hij kreeg een aanbod om in de mijnen van Katanga, een stadje in Congo, te gaan werken. Hij nam dat aanbod aan en vertrok samen met Suzanne haar zus naar Congo.
‘Het leventje van mijn zus, daar kon ik wel van dromen’, geeft Suzanne toe. Ze leerde een man kennen die aan de koloniale school in Brussel studeerde. Hij werkte voor de staat en kreeg ook een opdracht om naar Congo te gaan. Suzanne stemde meteen toe. In 1951 vertrokken ze met de boot. ‘We waren drie weken onderweg’, aldus Suzanne. ‘Een erg lange reis, die gelukkig vlot verliep’. Op een gegeven moment vaarde de boot ‘over’ de evenaar. Dit werd natuurlijk gevierd door de reizigers. ‘Er werd een doop georganiseerd. Je kan dit vergelijken met en studentendoop’, getuigt Suzanne enthousiast. ‘We moesten de voeten kussen van Neptunus, door buizen kruipen en werden ingesmeerd met allerlei vieze dingen. Ook het verkleden ontbrak niet’.

Droomleven

Aangekomen in Congo moest haar man, Fernand, gaan werken voor de staat. Hij had een leidinggevende taak en moest de bevolking van Congo commanderen. ‘De Congolezen deden het zware werk. De blanken dirigeerde’. Fernand zorgde ervoor dat er wegen werden aangelegd of werden hersteld. Ook het aanleggen van bruggen en kerken viel onder zijn leiding. Het aanleggen van rijst -en koffieplantages gebeurde ook.
Suzanne bleef achter als huisvrouw. Op dat moment had ze nog geen kinderen. Zij en haar man leefden in een hutje op het platteland, samen met een zwarte knecht. Alles moest zelf gedaan worden. Van de was tot de plas tot het eten. ‘Daarvoor hadden we een knecht, zodat die een handje kon helpen in het huishouden’.

Alles werd zelf gedaan

‘Als we water wilden, moesten we dat ook zelf gaan halen’, vertelt Suzanne. ‘Congolese vrouwen wandelden met kommen water op hun hoofd en een kindje op hun arm.’ Gelukkig kwam er één keer in de week een postwagen langs. Daar kon je dan je bestelling doen en zeggen wat je wou van de winkel. ‘Als we zelf naar de winkel wouden gaan, moesten we 300 km afleggen. Dan was je een week onderweg met de fiets’.
Gelukkig groeiden er in de buurt ook fruit. ‘Papaja’s, appelsienen, ananassen en citroenen hadden we in overvloed’, zegt Suzanne. De mannen zorgden voor het vlees. ‘In der tijd hadden we nog geen frigo, dus wanneer men een wild had geslacht, moest dat diezelfde dag nog worden opgegeten’. Dit kregen ze nooit voor elkaar, dus deelden ze het vlees uit.

België

Om de drie jaar keerden Suzanne en haar gezin terug naar België voor zes maanden. Dit gebeurde met de boot of met het vliegtuig. Ondertussen had ze al drie kinderen. Elk van hun was geboren in Congo. Bij hun laatste terugkeer naar België, was de oudste al zes jaar. ‘Zij is toen niet meer meegekomen naar Congo, zodat ze in België naar school kon gaan’, vertelt Suzanne.

Voorzorgen

Afrika staat bekend om haar vele ziektes, waaronder Malaria. Die waren in de jaren ’50 ook aanwezig. Toch werden de blanken daar goed op voorzien. ‘We moesten elke dag een pilletje innemen. In die pilletjes zat een bepaalde stof, kinine, die ons beschermde tegen Malaria’. vertelt Suzanne. Maar Malaria was niet de enige ziekte waarvoor ze moesten oppassen. ‘De slaapziekte is ook een ziekte die veroorzaakt wordt door een muggenbeet, en is zelfs dodelijk. Gelukkig hebben mijn gezin en ik nooit last gehad van één van deze ziektes.’ Haar zus daarentegen wel. Zij kreeg Malaria, maar is daar gelukkig van genezen. Buiten deze zorgen was Congo erg vredig, totdat de zwarte bevolking in opstand kwam.

Helse reis

Na negen jaar gelukkig geleefd te hebben in Congo, brak de hel los. Congo eiste hun onafhankelijkheid op in 1960 en er ontstond een oorlog. Op dat moment moest Suzanne alles achter laten en vluchten. Enkel de vrouwen en kinderen mochten gaan, de mannen moesten nog wachten. ‘Ik moest vluchten met mijn toen 14-weken oude baby op de ene arm en mijn peuter op de andere arm’, zegt Suzanne stil. Ze mocht niets meenemen van bagage op het vliegtuig. Enkel spullen voor de baby zoals water en melkpoeder en de toenmalige luiers van doeken, mochten mee het vliegtuig op. ‘Ik ben met niets vertrokken en met niets teruggekeerd’. Enkele spullen die Suzanne had ingepakt en opgestuurd had naar België, zijn nooit aangekomen. ‘Zal onderweg wel gestolen zijn. Dat gebeurde vaak in Congo. Mijn camera is ook gestolen tijdens mijn terugkeer naar België’.

Bang hartje

Na een lange reis achter de rug te hebben van Congo naar Parijs en van Parijs naar Brussel, kwam Suzanne eindelijk veilig aan in België met haar kinderen. Haar man was echter een ander verhaal. ‘Na twee maanden stond hij ineens voor de deur. Al die tijd had ik niets van hem vernomen. Geen teken van leven, niets. Dat waren voor mij de langste maanden uit mijn hele leven’, aldus een ontroerende Suzanne.

Eind goed, al goed

Suzanne startte samen met haar man en drie kinderen hun leven op in België. Dit was even wennen voor haar, na zoveel jaren te hebben geleefd in een totaal andere cultuur. ‘Ik ben sindsdien niet meer in Congo geweest. Ondanks dat ik er zo aan gehecht was, was het veel te gevaarlijk om terug te keren.’ Ze vertelt hoe spijtig ze het vindt wat er van Congo is geworden. Verschillende leiders hebben Congo proberen te leiden, maar dat is hun niet gelukt. ‘Ze hebben alleen hun zakken ermee gevuld’, zegt Suzanne verontwaardigd. ‘Al die werken waaraan mijn man heeft meegeholpen, zijn allemaal vernield. De onafhankelijkheid heeft Congo niet beter gemaakt. Integendeel, Congo zal nooit meer hetzelfde zijn’. (LV)

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Lisa Viola’s story.