Puur.

Ik drink mijn koffie zwart en mijn whiskey straight, geen ijs. Niets om de smaak te verneuken. Ik streef de puurheid achterna. Alles om dat laatste greintje van kinderlijke onschuld te herwinnen. Ik vrees dat het daar wat te laat voor is.

De telleurstelling van het “echte leven” heeft elk klein beetje optimisme in me opgeslokt. Die laatste sprankeltjes hoop, weg. De grote boze wolf heeft ze verslind. IK ging op zoek naar hem. Ik doorzocht elke uithoek, keek in elk steegje, opende elke deur. Tot ik oog in oog stond met mezelf. Daar stond hij. De wolf, de schepper van mijn persoonlijke hel waar ik al zo lang in gevangen zat.

Ik verpletter mijn eigen dromen, verslond het laatste greintje zelfrespect dat ik nog had. Mijn maagdelijkheid, vrouwelijke onschuld, gaf ik weg na mijn eerste ontmoeting met rum. Dan ging het snel. Van enkele slokjes naar nog een fles, een laatste pintje nog één shotje. Om dan weer te belanden in het, me ondertussen veel te bekend, tafereel. Naakt, voor een idioot, die net zoals ik alle hoop had opgegeven. Beiden op zoek naak een beetje plezier, een korte beleving van euforie. Quick fix. Om dan alleen verder te dwalen door de straten onder het oog van onze beste vriend, de duisternis.

De puurheid achterna. Maar met elke stap glijdt hij verder weg.