Aanslag op je stamkroeg

Toegegeven, La Terrassa is een beetje een hoerentent. Maar wel eentje waar ik regelmatig kom. Het uitgaansleven in Bamako is rijk aan donkere holen waar je kan dansen en bier drinken. Maar er zijn er nauwelijks plekken waar je dat half in de buitenlucht kan doen op een dakterras met uitzicht over de stad. Dus neem je de opdringerige meisjes van plezier langs de bar maar op de koop toe. Twee vrijdagen geleden hielden terroristen daar gewapenderhand een pleidooi voor meer kuisheid in de stad. Of tegen de aanwezigheid van westerlingen. Of voor frisdrank. Geen idee wat er om gaat in het verknipte brein van de Moktar Belmoktars van deze wereld.

Terwijl iedereen daar nu lustig op los speculeert, raken de restaurants leeg en scherpen ambassades en internationale organisaties haastig de veiligheidsvoorschriften aan. In een stad waar de criminaliteit vrijwel nihil is, wordt het na één gerichte aanslag niet meer veilig geacht om in het donker over straat te gaan. Op papier buigt niemand voor terreur, in de praktijk blijkt het verrassend makkelijk om mensen massaal in angst te laten leven.

De heren van IS hebben ondertussen Bamako alweer overtoept in Tunis. Maar nog steeds, vijf doden en een aantal zwaargewonden in onze Rue Bla Bla is geen kattenpis. Dus ik kan het mensen niet kwalijk nemen als ze de deur niet uit durven. Al lijkt het gewone leven zich voor de meeste expats langzaam weer te hervatten. De gemiddelde Malinees herpakte zich de dag erna alweer. Al dan niet noodgedwongen. In de meeste gevallen wel diep verontwaardigd over de zoveelste slag die Mali is toegebracht door een stel godsdienstwaanzinnige criminelen.

Voor mijn vriendin en mij is het leven eigenlijk vrijwel onveranderd doorgegaan. Niet vanwege buitengewone moed of roekeloosheid, maar we zijn er kennelijk goed in om potentiele risico’s en gevaren weg te denken. Bovendien deprimeert het om binnen te zitten. Er moet geleefd worden, gefietst, gewerkt, geshopt… En op vrijdagmiddag moet er geborreld worden. Dat is mijn heilige traditie. Dus ik ga maar eens op pad. Op jullie gezondheid!

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.