Bloed in de straten van Bamako
Een dikke lucht van geiten en schapen walmt al dagen door de stad. In de opmaat naar het offerfeest is elke straat vol komen te staan met mekkerend vee. Velden waarop normaal wordt gevoetbald, hebben nu een bijbelse aanblik gekregen. De knuffelgeit van ons overbuurmeisje wordt vetter en vetter. Zij heeft er koosnaampjes voor, maar de guards in de straat noemen hem al ‘Tabaski’. De naam van het offerfeest waar we al maanden naar toewerken.
Elke zichzelf respecterende familie moet er één offeren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een goeie geit of schaap kan tot wel tien keer minimumloon kosten. Je kunt er leningen op afsluiten, proberen een door de overheid gesubsidieerd exemplaar te bemachtigen of speculeren op het weer in de maanden voorafgaand aan Tabaski. In een nat jaar is het groenvoer relatief goedkoop en kun je het beste maanden van tevoren al je slag slaan. Maar blijft het droog dan kost het je klauwen met geld om je offer in leven te houden tot het moment suprême. Wie faalt op bovenstaande fronten kan zich het gezicht redden door vier kippen te offeren.
Op de dagen van het feest zelf, valt het me op hoeveel beesten er nog over zijn. Wellicht een teken van ‘la crise’, zoals Malinezen de recente geschiedenis van hun land in één woord beschrijven.
Het doet ergens een beetje pijn om het te zien. De afgelopen weken zag ik tijdens het fietsen rond Bamako met eigen ogen onder welke omstandigheden ze werden aangevoerd. Op het dak van minibusjes, in de laadruimte van touringcars, opgepropt in kleine laadbakkies of gewoon op de brommer. De bestuurder legt dan het schaap op zijn schoot en bindt de poten achter zijn rug vast. Zo jakkeren ze vanuit de heuvels de stad in, met het dier als een soort levende zwemband. Van de Nederlandse oproep om dit jaar dierendag te eren door het offerfeest te laten lopen, kreeg ik de slappe lach. Maar een campagne om offerdieren bij leven goed te behandelen, zou hier geen overbodige luxe zijn.
Voor de Malinezen is Tabaski een soort kerst en oud-en-nieuw ineen. De slacht gebeurt thuis en het grootste deel van de eerste dag breng je met je uitgebreide familie etend en feestend door. Tegen de avond en de volgende dag ga je in je beste pak de straat op om elkaar te feliciteren en het eten te delen.
Als we een ritje maken over de hoofdweg zien we voor het eerst sinds we hier zijn dat het lunapark in bedrijf is. Het verkeer wordt er half lamgelegd door optochten van opgedirkte vrouwen en kinderen. Naast de ingang ligt de stoep bezaaid met verse huiden in opdrogend bloed. ‘Crise’ of geen ‘crise’, iedereen is uitgelaten. Malinese studiegenoten waarschuwden eerder deze week om extra voorzichtig te zijn in het verkeer. Tijdens het offerfeest zou de drank rijkelijk vloeien.
De overbuurgeit zou het allemaal niet meer meemaken. Ook hij moest onder het mes. Ons buurmeisje speelt nu weer op de trampoline. Volgend jaar een nieuwe geit.
>> nooit meer een verhaal uit Bamako missen? Stuur een mailtje naar maartenvanheems@bkb.nl.