Levenslessen van een Dogon gids

“Groeten is erg belangrijk voor ons. Als je een bekende tegenkomt, moet je niet alleen vragen hoe het met hem gaat. Maar ook met zijn familie, met zijn gezondheid, met zijn vrouw, nog een keer met hem, met zijn land, met zijn hond, met zijn vee, met zijn huis, en dan nog een keer met hem… Hij mag alleen maar antwoorden met ‘goed’, ‘goed’, ‘goed’. ‘Sewo’, ‘sewo’, ‘sewo’. Anders is hij onbeleefd.” Dat ritueel is zo ingesleten dat de vragen voor een buitenstaander bijna niet meer te onderscheiden zijn. De hele bovenstaande lijst werd meer dan eens binnen 20 seconden afgewerkt.

“Wij Dogon zijn heel vreedzaam. Hier gebeurt nooit iets ergs. Behalve dat we continu vechten over land. Daar gebruiken we veel geweld bij. Van een dorp zitten alle inwoners al meer dan een jaar in de gevangenis.”

“Met maar één vrouw heb je een heel zwaar leven. Dan maakt ze de hele dag ruzie met jou. Je moet er twee of drie hebben, dan zitten ze alleen elkaar in de haren.”

“Onze vrouwen houden ervan om het zwaar te hebben. Mannen pakken de brommer, maar zij lopen graag 40 km naar de markt met manden op hun hoofd. Kunnen ze lekker lang kletsen met elkaar. ‘Kwek, kwek, kwek!’ Elke dag willen ze hard werken en alles doen. Terwijl de mannen onder een boom liggen en bier drinken. Daarom worden onze vrouwen wel 100 jaar.”

“Zonder toeristen verdwijnt onze cultuur. Nu jullie niet meer komen, moeten onze kinderen werken en wonen in de stad. Daardoor vergeten ze onze geschiedenis. We hebben jullie nodig om onze tradities te behouden.”

“De koningen van de Dogon, heten Hogon. Nu is er nog maar eentje over. Hij woont alleen in een kleine grot hoog in de rotswand. Het is strikt verboden dat hij de grond raakt. Heel soms vragen we hem om raad. Dan moet een jongen naar de grot klimmen en de Hogon de hele dag op zijn rug houden. Hij mag trouwens ook niet in contact komen met water! Maar dat hoeft ook niet want hij wordt elke dag schoongelikt door een slang die bij hem in de grot woont.”

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Maarten van Heems’s story.