Ziek zijn in Bamako

Ik was ziek de afgelopen week. Koorts, spierpijn, buikgriep, hoofdpijn, het hele pakketje. Ik bracht zes dagen door in de intense saaiheid van een hotelkamer in vijftig tinten bruin. Wie ooit een man met griep heeft meegemaakt, weet dat het zelfmedelijden dan niet van de lucht is.

Mijn misère werd af en toe onderbroken door het zoeken naar woonruimte. Licht aan het einde de tunnel. Op dag twee hadden we beet. Een klassieke Malinese villa, ingeklemd tussen een Chinese groothandel in medicijnen en een Chinees bordeel. Onze bewaker moet straks beschermende kleding dragen tegen alle soa’s die de oversteek maken.

Het enige dat snel gaat in de tropen is verval. En aan onderhoud hebben de mensen hier een broertje dood. Je moet bij een nieuwe stek dus vooral kijken naar de basis. Ligt er een mooie vloer in, is er voldoende lichtinval, is er overdekte buitenruimte, etc. Dat heeft dit huis allemaal, dus sloten we onze ogen voor het zwarte goedje in het zwembad, de putlucht in de badkamers en de modderige voortuin. Wij vroegen de antikraakploeg om voor de volgende dag de eigenaar te bestellen.

Terwijl ik half stond te spacen van de maagkramp verscheen voor ons een zeer oude man. Magerder dan de dunste boom in de straat. Op zijn smalle puntige kin stond een witte sik waarboven knoeperds van gele tanden het zonder tandvlees moesten stellen. Hij gaf ons zijn zegen.

Drie dagen verder is het onderhandelingsspel over de verbouwingskosten vol op de wagen en ben ik teruggekeerd onder de levenden. Toch geen ebola. De ziekte roept kennelijk zulke schrikbeelden op dat geen van mijn vrienden nog dacht aan malaria. Allen vreesden direct voor de gruwelijkste aller griepen. Opvallend, want ik woon in een land waar nog nul ebolagevallen bekend zijn. Bovendien heeft niemand mij ooit in de weer gezien met andermans bloed of diarree.

Defensie heeft aangekondigd dat onze jongens alhier uit voorzorgsmaatregel onder meer het contact met dode dieren vermijden. Ook dienen zij zich te onthouden van de consumptie van bushmeat. Ik denk niet dat ze voor de ebola uitbraak apen en vleermuizen op het menu hadden staan in Gao, maar het thuisfront kan weer rustig slapen.

Ik ben benieuwd wanneer we de eerste Malinese besmetting te pakken hebben, maar ik was het in ieder geval niet.