Simon de goalgetter

Laatst werd ik gebeld door de bondscoach van Sierra Leone. Hij had in Nederland mijn collega’s ontmoet. Via een krakende lijn vertelde hij dat één van zijn sterspelers en goede vriend ook in Bamako woont en dat het hem goed leek als wij elkaar zouden ontmoeten. Dan waren we maar samen. Deze week begon onze vriendschap in een aftands Libanees tentje aan de Place CAN. Op dit plein wordt gememoreerd dat Mali in 2002 de Africa Cup organiseerde. Met een enorme voetbal op een sokkel en bronzen borstbeelden van de symbolen van de deelnemende naties. Een adelaar voor Mali, een Olifant voor Ivoorkust, een leeuw voor Kameroen, etc. Sierra Leone was er tot Simons spijt toen niet bij.

Via Google had ik weinig over Simon kunnen vinden. Geen foto’s in ieder geval. Toen ik bij aankomst zijn nummer belde, trof ik een kleine man met een spijkerjasje over zijn hoofd als bescherming tegen de zon. Van zijn gezicht was zijn leeftijd nauwelijks af te lezen, maar het was in ieder geval niet de jonge nog actieve international die ik had verwacht. Simon speelt al drie jaar niet meer. Zijn conditie is nog goed, hij gaat elke ochtend om 6 uur hardlopen. En er zijn genoeg Malinese clubs die interesse hebben. Maar de wedstrijden worden hier al om 15u of 16u gespeeld en dat vindt hij te warm.

Hij vertelt me over het voetbal in Freetown. Elke dag trainen op het strand. Een veel beter klimaat sowieso. Vochtig ja, maar met zeewind en het wordt hooguit 30 graden. Daar was hij een ster. Goalgetter. Fantastische wedstrijden gespeeld. Er komt een gloed over zijn gezicht als hij eraan terug denkt, maar er schijnt ook een zekere tragiek in door. Het zijn herinneringen aan een onbereikbare gouden tijd. Door duizenden dagen en kilometers gescheiden van het hier en nu.

De tussenliggende periode is een lang verhaal waar ik weinig van begrijp. Ik maak eruit op dat hij en zijn vrienden wilden emigreren naar de Verenigde Staten om een betere toekomst op te bouwen. Dat die tocht strandde in Israël. En dat ze daarna logischerwijs alleen nog naar Mali konden.

In het begin was dat niet slecht. Hij vond werk bij een schoonmaakbedrijf waarvan de eigenaar nauwe banden had met de premier. Maar die is gewipt in december en daarmee verloor ook Simons broodheer zijn lucratieve contract. Nu zit Simon zonder werk en brengt hij zijn dagen door bij de kapper onder zijn huis.

We rijden erheen zodat ik hem volgende keer daar kan treffen. Zijn straatje kijkt uit op de blinkende Amerikaanse ambassade en een school voor vredesmissies. Op de binnenplaats hangt een dikke uienlucht. Voorbereidingen voor de maaltijd van de dag. Via steeds donkerder trappen en gangen komen we bij Simons domein. Een schemerige kamer van twee bij drie meter. Een bed, een stapel spullen en een poster van Chelsea aan de muur. Collega’s die stuk voor stuk het miljoenvoudige bezitten.

We blijven maar een minuutje. Zulke huizen zijn niet gebouwd op bezoek ontvangen. Te klein en te warm. Het leven speelt zich af op de binnenplaats en op straat. In die drukte beneden maakt Simon een brede armzwaai en verklaart tevreden: voila, ma famille africaine. Daar hoor jij nu ook bij. Als je ooit iets nodig hebt zal ik je helpen.