Slow stories

Ik hou enorm van papier. Nog steeds. De body van een gebonden boek, de veelheid van een zaterdagkrant die geduldig voor je op tafel ligt, de luxe die afdruipt van de glanzende pagina’s van een glossy magazine. Ik wil ze vasthouden en me laten meevoeren door de zorgvuldig gemaakte teksten en beelden. 
Al verdringen Twitter, Linkedin, Facebook, Pinterest, WhatsApp en Instagram zich ook om mijn tijd en aandacht. Toch gaat dat niet ten koste van mijn ‘zuivere’ leestijd. Het komt erbij en is op veel manieren een verrijking.

Maar wat willen we graag ECHT vastleggen voor het nageslacht?

Boek voor je selfie
Bij deze wil ik een lans breken voor het trage verhaal. Met dank aan mijn oma (101!) en aan mijn tante Christien. Het afgelopen jaar had ik de ongekende luxe om voor beiden een levensverhaal te mogen schrijven. Een creatief proces dat uitmondde in twee boeken die nog vele generaties in de familie zullen blijven. Verhalen die niet verloren gaan in het digitale moeras en die de digital natives van de toekomst gewoon uit de kast kunnen pakken.

“Sluit je ogen en denk eens terug aan dat dorp. Wat heb je aan? Omschrijf eens waar je loopt en wat je ruikt. Waar ga je heen?”
Mijn tante Christien vond het in eerste instantie maar rare poespas, die vragen van mij. Tuurlijk, ze wilde graag een boek over haar leven maken. Maar kon dat dan niet aan de hand van de foto’s, bidprentjes en de krantenartikelen die ze me gegeven had?

Het verhaal dat alleen JIJ kunt vertellen.

Nou, nee dus. Want voor mij als schrijver zit de lol ’m nou net in die persoonlijke details. Het moet het verhaal zijn dat door niemand anders verteld kan worden, alleen door jou. En dus moest ook Christien eraan geloven. En ze vertelde.

“Als ik mijn ogen dicht doe, loop ik weer door ’t getske (steegje), van mijn ouderlijk huis naar dat van mijn opa en oma. Aan de rechterkant was een hoge muur, en aan de andere kant een dichte heg. In de heg waren mussen altijd druk bezig met mus zijn. Als je heel stilletjes liep, hadden de vogels niet eens de gaten dat je langs kwam. ‘t Getske was mijn eigen doorgang naar een wereld waar ik graag was. Een wereld vol grote mensen. Ik keek en luisterde en dronk in wat er allemaal gebeurde. Speelgoed was er niet. Maar ik herinner me dat mijn opa me liet spelen met een kippenpoot, als hij aan het slachten was. Door te trekken aan een peesje, kon ik de tenen van de poot laten bewegen. Pure magie.”

Laten we deze trage verhalen niet vergeten, nu we ons voortdurend lijken te haasten om alles digitaal vast te leggen.

Het zijn verhalen uit een ander tijdperk. Een simpel leven in een boerendorp, toen mensen nog leefden van hun eigen land en dieren. Met keukens waar handen, rood van het harde werk, voortdurend bezig waren monden te voeden en verse etenswaren klaar te maken en te bewaren. Boven de stoof hingen de hammen en rookworsten te drogen en in de kelder stonden de weckpotten met ingemaakt groente en fruit af te koelen. De kostbare oude foto’s uit mijn tantes albums, met de strenge gezichten in zwart wit, onderstrepen hoe hard en ernstig het leven was.

“Deze herinneringen worden me door niets of niemand ontnomen”, zei tante Christien, toen ze met tranen in haar ogen door haar eigen boek bladerde en haar eigen verhaal las. Afbrokkelende herinneringen zijn nu tastbaar en hebben een vaste plek. Laten we in deze tijd, waarin we ons voortdurend haasten om alles digitaal vast te leggen, deze trage verhalen niet vergeten.