Bot wijst op verantwoordelijkheid

Dit artikel is een publicatie voor Volleybalkrant en bevat geen column.

De gemeente Amstelveen trok de wenkbrauwen op, toen het een aantal weken terug via de media beschuldigd werd door volleybalvereniging AMVJ-Martinus. “Het lijkt wel of men vergeten is waar de verantwoordelijkheid ligt.”

Enige tijd geleden was er commotie bij de leden van volleybalvereniging AMVJ-Martinus in Amstelveen. Het iconische Zonnestein, wat door de club als clubhuis werd uitgebaat, gaat tegen de vlakte. Zonnestein was jarenlang de uitvalsbasis voor de volleyballers in de Bankrashal, waar volgens kenners de basis werd gelegd voor het beroemde Bankrasmodel (waar dankzij de intensieve trainingswijze de weg naar het goud in Atlanta zou zijn begonnen).

De oplevering van het pand was in samenspraak met Peter Bot, wethouder Sport van de gemeente Amstelveen, al enkele malen uitgesteld. Aangezien het sportzaaltje al jaren op de lijst van oplevering stond, verwachtte de vereniging wederom uitstel. Toen bleek dat woensdag zes januari jongstleden het pand toch echt leeg moest, reageerde AMVJ-Martinus in de ‘Dichtbij’ nogal fel, en zette hun vraagtekens bij de gang van zaken. Bij de Gemeente Amstelveen gingen de wenkbrauwen omhoog.

“Het lijkt wel alsof men vergeten was wie waar verantwoordelijkheid heeft,” aldus Bot, een groot liefhebber van sport en volleybal in het bijzonder. “We hebben al maanden gezocht naar meerdere oplossingen, in samenspraak met de volleybalvereniging én de andere sportverengingen. En dat terwijl wij helemaal niet verantwoordelijk zijn voor het kunnen uitbaten van een clubhuis.”

Woordvoerster van de gemeente Juke Warmerdam voegt toe: “Het feit dat Peter Bot nog steeds helpt, luistert en geïnteresseerd is, is puur omdat hij de sport een warm hart toedraagt. Dit valt helemaal niet onder zijn takenpakket. Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor trainings- en wedstrijdruimte. Dat kan de vereniging al geruime tijd, onder andere in de Nieuwe Bankrashal. Ik vind het dan ook niet netjes hoe de vereniging de media heeft opgezocht.” Bot voegt toe: “Los daarvan hebben we meermalen met elkaar gekeken naar de opties voor een nieuw clubhuis, keet of horecamogelijkheid. De verenging wilde Zonnestein echter zo lang mogelijk behouden.”

Bot heeft daarom een week na het media-optreden van de vereniging alle betrokkenen bij elkaar aan tafel geroepen. Vice-voorzitter Matthy Huijbers heeft tijdens dit gesprek zijn functie per direct ter beschikking gesteld. Zodoende kan nu alleen voorzitter Henk Heuvingh reageren.

Heuvingh herkent zich in de uitspraken van wethouder Bot. “Dat eerdere overleg is geweest, ja. Maar wij gingen er vanuit dat Zonnestein nog steeds door ons kon worden uitgebaat. De plannen om te slopen zijn al jaren niet concreet.” Lang wil hij er niet over praten. “We hebben deze maand een goed gesprek gehad met zijn allen. Nu Zonnestein als clubhuis van de baan is, hebben we goed kunnen praten over de mogelijkheden. Zo is er Pandora, een kleine ruimte tegenover de Nieuwe Bankras.”

Hij wil benadrukken dat er geen boosheid is. “Begrijp me niet verkeerd, we zijn heel blij met de inzet van Peter Bot. Maar dat Zonnestein ineens opgeleverd moest worden, dat was wel even lastig, ja. Dat is voor veel recreatieve sporters een iconische plek, een goed barretje om samen te kletsen na een training.” Dat de verantwoordelijkheid daarvoor dus bij de clubs ligt en niet bij de gemeente, gaat er niet helemaal in. Het biertje achteraf hoort net zo goed bij de daadwerkelijke sportactiviteit. “De gemeente draagt uit juist die recreatieve sporters een hart onder de riem te willen steken. En ja, er is gesproken over bijvoorbeeld een Port-o-Cabin naast de Nieuwe Bankras. Maar die dingen zijn niet goedkoop.”

Juke Warmerdam: “Natuurlijk is het fijn dat men achteraf een drankje kan doen. Maar het gaat om wiens verantwoordelijkheid dat is. De gemeente draagt zorg voor trainings- en wedstrijdruimte, niet voor een horecagelegenheid.” Bot: “ Dat Zonnestein gesloopt moet worden, is al jaren bekend. Maar vanwege dit en ander bestuurlijk gesteggel is dat steeds uitgesteld. We hebben hier nu de unieke situatie kunnen creëren dat twee omwonenden mee konden stemmen over de keuze van de projectontwikkelaar van deze plek. De ontwikkelaar moest aantonen hoe hij draagvlak in de buurt zou vinden voor de manier waarop de grond en de ruimte gebruikt gaat worden.”

In de tussentijd moest Zonnestein worden vrijgemaakt. Dit pand van de gemeente werd door het Sportbedrijf aan de volleybalvereniging verhuurd. Bot: “Onze afdeling Vastgoed wilde het pand al voor de zomer van 2015 vrij van huurders hebben zodat na de zomer gestart kon worden met asbestonderzoek en Flora- en Fauna onderzoek. Zodoende is er met de volleybalvereniging al vóór de zomer gesproken over oplevering. Ik kon op persoonlijke titel de uiterste datum rekken tot nieuwjaar.” Warmerdam: “Dat er vervolgens in de media werd gesproken over de plotselinge sluiting, was dus niet alleen onjuist, maar ook onterecht richting de gemeente.”

Heuvingh: “Wij gingen er vanuit dat het weer een loos ultimatum was, nu stonden we ineens op straat. Ook de grote broer van Zonnestein, de Bankrashal is nog niet gesloopt. Ik heb zelf nog gebeld met de projectontwikkelaar, die sprak over een sloop in 2017. Vandaar dat het voor ons wel degelijk vrij plotseling kwam. Maar goed, het gesprek was vruchtbaar en nogmaals, we zijn dankbaar met de inzet van Peter Bot.”

Bot: “De omgang was in het verleden prettig, dat moeten we kunnen behouden. De historie van deze stad en sport is een zeer belangrijke. Het oude monument, wat eerst altijd voor de Bankrashal stond, hebben we laten opknappen. Dat wordt geplaatst bij de Nieuwe Bankrashal, als herinnering aan de prachtige volleybalhistorie in Amstelveen. De oplevering van de Bankras is al enige tijd geleden geweest. Ik ben erg verheugd met het plan de sloop van de oude hal als festiviteit te maken. Ik weet niet wie dat gaat oppakken, maar ik hoorde dat ze onder andere de stenen van de hal willen laten opkopen, door oud-sporters. Dat zou een fantastisch moment zijn.”

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.