‘Het lampje moet aangaan bij de leerlingen’

Begrijpend lezen met actuele teksten bij het vak Engels heeft meerwaarde

Engels is wereldtaal nummer 1 en met de opkomst van het internet is de taal alleen nog maar belangrijker geworden. Op dit moment lopen de beheersingsniveaus van het Engels bij leerlingen echter sterk uiteen. Dit zorgt ervoor dat docenten voor een grote uitdaging komen te staan. Hen wordt gevraagd te differentiëren to the max. Woordenschat en begrijpend lezen zijn daarbij belangrijk knelpunten. We spraken met enkele docenten die dagelijks met deze situatie moeten omgaan.

Mignon van Hasselt & Marianne Molendijk

Grote verschillen
Op de vraag hoe groot de verschillen tussen haar leerlingen in een gemiddelde brugklas zijn, antwoordt Randee Gagné, docente Engels aan het Omnia College in Gorinchem, resoluut: ‘Enorm! Ik heb leerlingen in de klas die nauwelijks een woord Engels spreken. Die leerlingen zitten bij wijze van spreken naast leerlingen die al heel goed Engels spreken. Deze leerlingen hebben bijvoorbeeld veel gereisd met hun ouders, of spelen veel online games, waarin ze chatten met spelers van over de hele wereld. De niveaus in de klas lopen grofweg uiteen van A0 tot B1 van het Europees Referentiekader (ERK).’ Gagné vertelt dat veel van haar leerlingen op de basisschool nauwelijks Engels hebben gehad. ‘Het Engels op de basisschool is vaak een ondergeschoven kindje. De leerkrachten moeten Engels geven, maar zijn daar vaak niet voor opgeleid. Bovendien gaat Nederlands of rekenen bijna altijd voor. Er is dus weinig tijd voor Engels. In de praktijk komt het erop neer dat er Engels wordt gegeven als er tijd over is en als de leerkracht er toevallig zin in heeft.’ 
Er zijn natuurlijk basisscholen in Nederland die wel meer en vaker Engels geven, maar over één ding tasten alle basisscholen in het duister: het hoe vaak en hoe veel. De overheid is hier ook niet duidelijk in. Trimbos, Fasoglio en Tuin zeggen hierover in het Handboek vvto (2014): ‘Naast de verplichte lessen Engels in groep 7 en 8 (Eibo), start zo’n 17% van alle scholen in Nederland al in groep 1 tot en met 4 met vvto (vroeg vreemdetalenonderwijs). Eenzelfde percentage begint in groep 5 en 6. Het is niet helder waartoe elk van de drie varianten in termen van beheersing leidt. Die helderheid wordt ook niet verschaft door de kerndoelen Engels voor het primair onderwijs. Die gelden namelijk voor alle drie varianten, ongeacht het aantal uren dat aan Engels besteed is. Ze zijn globaal geformuleerd en doen geen appel op beheersingsniveaus. Ze bieden daardoor weinig houvast. Met andere woorden: scholen in het po weten niet waar ze naartoe moeten werken, behalve wellicht in het geval van Eibo.’ Daarnaast lopen binnen de populatie leerlingen de niveaus ook sterk uiteen door externe factoren, zoals het opleidingsniveau van de ouders, etniciteit en sociaaleconomische positie. Hiervoor waarschuwde Paul Rosenmöller al in de Nationale Onderwijsgids van 17 augustus 2015.

Beginnen bij nul
Ga er dus maar aanstaan als docent Engels in het vo: groepen die in taalniveau variëren tussen A0 en B1. Dat niveau moet je overigens vaak zelf maar een beetje inschatten, want duidelijke gegevens zijn er (bijna) niet. De Kraay zegt hierover in het Handboek vvto (2014): ‘De overdrachtsgegevens van het Cito zeggen niets over de taalvaardigheid Engels, en de meeste scholen toetsen die taalvaardigheid zelf niet. De beginsituatie van leerlingen wordt daarmee onderschat. Omdat de lesmethoden van voren af aan beginnen, lijkt voor de brugklasdocent Engels een versnelde herstart de beste oplossing.’ 
In het uiterste geval kun je dus als brugklasleerling afkomstig van basisschool A, die vvto heeft aangeboden, in dezelfde klas komen als brugklasleerling afkomstig van basisschool B, die alleen in groep 7 en 8 een uurtje Engels in de week heeft gehad. Je slaat dan aan het begin van het schooljaar vol verwachting je Engelse lesboek open en komt er tot je grote schrik achter dat je weer helemaal van voren af aan mag beginnen, met je voorstellen met Hello, how are you? My name is… Dat dit een grote deceptie kan zijn, is dan zacht uitgedrukt. De Kraay: ‘De uiteenlopende taalvaardigheidniveaus van brugklasleerlingen leiden niet tot gedifferentieerd onderwijs Engels. Er ontbreekt overleg tussen basis- en voortgezet onderwijs over de didactische aanpak en continuïteit in leerlijnen. De gebruikte onderwijsleermaterialen in beide schooltypen zijn qua ontwerp evenmin op elkaar afgestemd.’ Gagné zegt hierover: ‘Onze stichting (Stichting OVO) heeft een talentenstroom Engels. Dit betekent dat de leerlingen van de basisscholen van deze stichting vanaf dit jaar Engels krijgen vanaf groep 1. Ook is er een werkgroep in het leven geroepen met docenten uit het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Zo hopen we de kloof beter te dichten.’
Dit soort initiatieven beginnen langzaamaan steeds meer voet aan de grond te krijgen. Echter, ze zijn nog in de minderheid. Op veel scholen is er nog niet of nauwelijks een doorlopende leerlijn voor Engels. Dit geldt overigens niet alleen voor de aansluiting po-vo. Ook Ch. van Altena, docente Engels op het Nova College in Haarlem (mbo), geeft aan te maken te hebben met een grote verscheidenheid aan voorkennis bij haar studenten. Zij zegt hierover: ‘We hebben veel studenten die onvoldoende Engels hebben gehad of die tijdens de vooropleiding problemen hadden met Engels.’

Begrijpend lezen bij het vak Engels
Een belangrijk knelpunt bij het vak Engels is het begrijpend lezen. Ook voor de leerlingen van Gagné geldt dat. ‘De leerlingen hebben moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, bijvoorbeeld als zij een samenvatting moeten maken. Ook verwijzingen en verbanden (verwijs- en signaalwoorden) vinden zij lastig. Bij het vak Nederlands hebben zij vaak geleerd hoe ze dit moeten doen. Bij ons op school werken ze bijvoorbeeld met Nieuwsbegrip. Daar leren ze aan de hand van een stappenplan leesstrategieën in te zetten. Helaas zie ik dat de leerlingen dit niet vanzelf ook doen bij Engelse teksten. Zij zien het vak Nederlands en het vak Engels als twee gescheiden dingen. Als ik hen erop wijs, zie je wel een lampje aangaan. ‘O ja,’ denken ze dan, ‘dat heb ik eerder geleerd!’ Voor ons als docenten is het dus zaak om leerlingen telkens weer te wijzen op die leesstrategieën. In onze vakgroep hebben we afgesproken dat we minimaal één keer per week aandacht besteden aan begrijpend lezen. Daarnaast zoek ik echter allerlei momenten in de les om de strategieën weer voor het voetlicht te brengen. Bijvoorbeeld: als de leerlingen voorafgaand aan een spreekopdracht een tekstje moeten lezen, bespreek ik eerst de stappen van het oriënterend lezen met ze.’
Om te werken aan leesstrategieën bij het vak Engels, werkt het Omnia College met het programma Newswise. ‘Bij dat programma leerden de leerlingen te werken met een stappenplan lezen (Step-by-Step Reading Guide), waarin alle strategieën verwerkt zijn. Dit stappenplan kunnen we ook goed gebruiken bij alle andere teksten die de leerlingen lezen,’ aldus Gagné.

Differentiatie
Als docent Engels wil je er natuurlijk voor zorgen dat leerlingen niet afhaken, maar alle groepen letterlijk en figuurlijk bij de les blijven. Gagné: ‘Traditionele methodes zijn vaak erg statisch. Ze zijn gericht op de standaard leerling, de teksten zijn erg kort en gaan vaak over gedateerde onderwerpen. Daarnaast zijn de opdrachten vaak voorgekauwd. Het gaat om op reproductie gerichte inhoudsvragen, die leerlingen niet aanzetten tot actief lezen.’
Om aan te sluiten bij de interesses van leerlingen en de vele niveauverschillen in de klas zoeken veel docenten dan ook op internet naar aanvullend materiaal. Zo ook Van Altena en Gagné. Van Altena: ‘Het vraagt interesse en creativiteit om dit vak te geven. Je moet bereid zijn meerdere bronnen te raadplegen.’ Gagné zegt daarover. ‘Ik zoek vaak op internet naar aansprekende leesteksten voor de leerlingen van verschillende niveaus. Gelukkig delen docenten veel op internet, ik maak daar dankbaar gebruik van. Lastig is alleen wel dat vaak niet vermeld wordt welk ERK-niveau het betreft. Dat moet ik dan eerst zelf nog inschatten. Ook binnen onze sectie proberen we via de elektronische leeromgeving (ELO) dingen die we hebben gevonden uit te wisselen. Dat is erg prettig. Helaas kost het mij als docent erg veel voorbereidingstijd. Een soort ‘kennisbank’ met daarin leesmateriaal op thema en niveau zou mij heel erg helpen.’

Actualiteit in de les
De teksten die Gagné zoekt komen vaak van verschillende nieuwssites. ‘Het inzetten van de actualiteit vind ik echt een meerwaarde. Door de verschillende actuele onderwerpen sluit je niet alleen aan bij andere vakken, maar ook bij de belevingswereld van de leerlingen. Ze hebben er vaak al iets over gehoord of gelezen en zijn daardoor gemotiveerder om te lezen. Maar ook als het over een onderwerp gaat dat wat minder dichtbij ze ligt, is dat heel leerzaam. Zo laat je ze zien wat er nog meer gebeurt buiten hun eigen kleine wereld.’ 
Ook Van Altena gebruikt regelmatig de actualiteit in haar lessen. ‘Ook wij werken met Newswise. Daarnaast gebruiken we leesteksten van de BBC en ReadZone Weekly. De meerwaarde van al dat actuele materiaal vind ik dat studenten hun woordenschat ermee uitbreiden. Wel vind ik volwassen nieuws, naar jongeren vertaald, niet zo’n meerwaarde hebben. Met negatief nieuws worden jongeren al overspoeld. Maar thema’s die ingaan op wat hen bezighoudt — muziek, festivals, films, liefde — zijn wat mij betreft een mooie aanvulling.’

Een must voor iedereen
Kortom, docenten Engels in het voortgezet onderwijs én in het mbo lopen tegen dezelfde problematiek aan. Het niveau van hun leerlingen loopt sterk uiteen en hun methodes sluiten — zeker wat betreft het begrijpend lezen — hier niet of nauwelijks op aan. Er is dus voor het vak Engels behoefte aan methodes die gebruikmaken van actueel, motiverend materiaal voor begrijpend lezen, en die geschikt zijn om mee te differentiëren.

Met dank aan: Randee Gagné (Omnia College Gorinchem) en Ch. van Altena (Nova College Haarlem).

Literatuur
Kraay, T. de (2014). Doorlopende leerlijn Engels en differentiatie. In: A. Corda, K. Philipsen & R. de Graaff (red.), Handboek vvto. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
Trimbos, B., Fasoglio, D. & Tuin, D. (2014). Doorlopende leerlingen po en vo: I can do it better and better… In: A. Corda, K. Philipsen & R. de Graaff (red.), Handboek vvto. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
www.nationaleonderwijsgids.nl

Mignon van Hasselt en Marianne Molendijk zijn werkzaam bij de CED-Groep en (mede)ontwikkelaars van Newswise, een methode begrijpend lezen voor het vak Engels op basis van actuele teksten. Bekijk hier een filmpje over Newswise in de praktijk.