Dinsdag.


De mier zat bij het meer. Het was nog vroeg in de middag, erg heet, en de wereld was zelden zo rustig en tevreden geweest.

Het was dinsdag. Maar waarom? En maakte het eigenlijk iets uit?

De mier keek om zich heen. Op zoek naar typische dinsdagdingen.

Er was zon, en die was heel, heel fijn, maar maandag was-ie er ook geweest (nog bedankt daarvoor!).

Er was de knalblauwe lucht, er waren wolken, een spiegelglad meer. In de verte zag hij de bomen. Het geruststellende, bescheiden geluid van een geslaagde luie zomerdag was er ook, overal. Maar waar hij ook keek en hoe hij ook luisterde, het leek allemaal niet anders dan vorige week woensdag. Of afgelopen zaterdag.

Er was niets dinsdags aan deze dag.

De mier stond op, rekte zich uit, en begon te rennen. Over de oude houten steiger die het meer in liep.

Hij rende en rende en rende, de wereld zoefde langs hem heen (of hij langs de wereld). En toen hij bij het einde van de slordig getimmerde houten weg over het water was gekomen, sprong hij het meer in.

Joelend.

Het was fris en verkwikkend. Na een paar tellen kwam de mier weer boven en stak hij zijn armen triomfantelijk in de lucht.

Hij schreeuwde van pure blij.

Het leven was fijn.

Hoera voor dinsdag.

Email me when MarnixAmsterdam© publishes or recommends stories