Fijn
Het was middag. Een zondag in augustus.
De mier zat op het hek, en keek over de gele velden naar de rand van het bos, via de blauwe lucht met twee luie spierwitte wolken en de brandende zon, langs de glinsterende rivier die onzichtbaar richting zee meanderde, om te eindigen bij zijn zachtjes wiebelende voeten.
Hij gelukzuchtte.
Fijn was eigenlijk alles wat je nodig had.