‘Kan ik ophouden met zoeken?’

Goedemorgen Marnix,

Ik meen dat je in een blog eens als onderwerp de twijfel waar heen te moeten met leven hebt gehad. Over het nut van deze tijd en dat je het de tijd moet geven terwijl je zo graag het antwoord wil hebben. Over het mooie van deze periode omdat het verandering aangeeft.

Ik krijg het helaas niet gevonden, zoek ik niet goed genoeg of vergis ik me en kan ik ophouden met zoeken?

Gr Y

— —

Hoi Y,

Om meteen maar het antwoord op je vraag te geven: ja.

Of nee.

Het maakt eigenlijk niet uit wat voor antwoord ik geef, want als ik zeg dat je moet stoppen zal je dat niet lukken, en als ik zeg dat je moet blijven zoeken zal dat je niet geven wat je hoopt. Kut hè?

Maar ik zal het even nuanceren. Misschien heb je er iets aan.

Ja, je kunt ophouden met zoeken, stop meteen maar, want er is niks anders te vinden dan dit. Dit is écht het enige dat er is, ook morgen, en zelfs over een jaar of vijf. En dit is altijd anders, iedere seconde.

Maar zoekers zien het niet. Die zoeken, en omdat ze eigenlijk niet weten waarnaar, zal het ook nooit gevonden worden.

Terwijl alles echt alleen maar is wat het is.

Soms voel je je helemaal nergens en word je gek van alle vragen in je kop; soms ben je juist Koning van de Wereld en vind je antwoorden totaal niet interessant. Maar dat heeft allemaal niets te maken met vinden van wát dan ook: dat is gewoon het leven zoals het je raakt in alle geuren en kleuren.

Er is geen Gouden Formule of Ultiem Weten of Absolute Waarheid. Er is geen punt waarna alles altijd makkelijk en pijnloos zal zijn. En geen enkele hoeveelheid kennis heeft het vermogen om de woestheid en pijn van ons bestaan te voorkomen. Veel weten is leuk en voelt vaak enorm veilig, tót het moment dat het leven je weer onderuit schopt, en je intellect buitenspel zet.

Aan kennis heb je geen moer als je leven instort, en al je zekerheden zó onder druk staan dat ze lijken te barsten. Dus wat dat betreft, als het gaat om het vergaren van kennis, kun je stoppen.

Hoe hard en lang je ook zoekt; je zal niks vinden. Er is geen definitieve klik waarna alles voorgoed ideaal en hemels is, geen conclusie die je 100% het gevoel geeft dat je niks meer hoeft te doen, geen ultiem achterover leunen of zwelgen in eindeloze tevredenheid en eeuwig durende orgasmes.

Ook al weet ik heel goed dat die tomeloze zoekenergie je iets anders vertelt.

Een bekende kijk op het fenomeen ‘zoeken naar de waarheid’ is dat de onrust die je voelt (en waar je zo graag een — overdrachtelijk — einde aan wil maken), juist wordt opgewekt door wat je doet. Dat betekent dat je dus pas vindt wat je altijd al zocht, als je stopt met ernaar zoeken. Met andere woorden: het enige probleem is je heilige geloof in het zoeken.
Stop ermee, en het probleem is weg. Hoe relaxed!

Maar dat is theorie, Y, want als we naar de praktijk kijken, jóuw praktijk, is er misschien wel een heel ander antwoord op die zo prangende vraag ‘Kan ik ophouden met zoeken?’.

En dat antwoord is ‘nee’.

Nee, misschien kun jij niet stoppen, simpelweg omdat zoeken in je bloed zit. Misschien moet je altijd nog één boek lezen, nog één cursus volgen, of nog dat ene, allerlaatste filmpje zien. Omdat de honger gewoon groter is dan de wetenschap dat je genoeg gegeten hebt. Omdat het idee dat er een ultieme (niet fatale) uitweg aan de pijn bestaat je maar niet los kan laten, en je er tegen beter weten in blijft geloven. En omdat iets weten (bijvoorbeeld ‘er ís geen ultiem antwoord of defintieve staat van eindeloze gelukzaligheid’), nog niet meteen betekent dat je er ook naar kunt leven, dat je het vóelt.

En dat is lullig. En vermoeiend.

Want, nogmaals, er is niks maar dan ook NIKS te vinden buiten jou dat je angst en onrust en hoop van dit moment rechtvaardigt, laat staan ervoor kan zorgen dat alles voor altijd oké is. Vergeet het.

Mooier dan dit wordt het niet. Of beter. Of pijnlozer. Of lekkerder.

En soms ook wel, want alles verandert altijd.

Alleen doet het dat óók als jij het zoeken staakt: het leven wacht niet op jou en je goede of kwade bedoelingen, en dat is het goede nieuws.

Dus je kunt stoppen met trekken en sleuren. Echt.

Je zal je soms goed voelen, en andere keren weer niet. Je zal af en toe denken dat je het helemaal snapt, en dan weer zeker weten dat je compleet verloren bent. Het zal soms lijken of je een beetje dichter bij de oplossing bent, dat Ene Antwoord Op Al Je Vragen bíjna gevonden hebt, of in de buurt komt van de Grote Verlossing… en dan weer niet.

En misschien geeft dat een enorm wanhopig gevoel.

En misschien ook niet.

Zoek gerust verder als je daar bevrediging in vindt, als het zoeken zélf het doel is, als het je iets te doen geeft of misschien zelfs belangrijk voelt voor je identiteit. Blijf gerust graven en lezen en piekeren als je het kunt doen met enig plezier in dat proces. Maar doe het vooral níet als je alleen maar wacht op het moment waarop alles voorgoed op z’n plek valt.

Want zelfs áls dat komt, zal het ook weer verdwijnen. Niks blijft.

Wat je zoekt, Y, maar je gewoon nog niet realiseert, is dit. Wat je zoekt is wat je nu ervaart, alles, precies wat er op dit moment gebeurt, van a tot z. Het slordige, vermoeiende, sprankelende, rare leven met al z’n ingewikkelde situaties en emoties en ups en downs. Dus ook die hardnekkige drive om te zoeken — en, ja, soms duurt die veel te lang (vertel mij wat).

Wat je zoekt is snappen dat je soms gewoon lange tijd moet zoeken, op je tandvlees en misschien zelfs richting bot, omdat dat nu eenmaal is wat mensen soms doen, en niet omdat het jou of wie dan ook ergens zal brengen. Want je bent er al. Je bent hier, en je zal nooit ergens anders zijn.

En wat je voorál zoekt, boven alles, is daar allemaal vrede mee hebben.

Eindelijk.

De diepe realisatie dat het idee dat je leven méér moet zijn dan het nu is, juist het enige obstakel is. Het is al prachtig, zelfs in al zijn lelijke kanten.

En als je dat eenmaal weet valt er een last van je schouders, kun je eindelijk vol overgave gaan genieten, en stoppen met zoeken.

Of niet. Maar dan weet je dat dat er allemaal bij hoort.

Dus leun vooral lekker achterover.

Je hebt het verdiend.

-

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.