Perfectionisme

brengt je niets


Als er íets is waar ik mijn hele leven last van heb gehad, is het wel perfectionisme. Ik moet er wel eerlijk bij zeggen dat ik het niet had bij alle facetten van mijn aardse bestaan (zoals mijn financiën bijvoorbeeld), maar vooral als het ging om mij als persoon, was het nooit genoeg.

Ik denk dat perfectionisme ten onrechte een veel te positieve naam heeft. Perfectionisten zijn altijd bezig de puntjes op de i te zetten. Nooit tevreden en dus ook eigenlijk nooit klaar. Het kan namelijk altijd beter, volgens de perfectionist, en alhoewel dat in theorie misschien best waar is, kun je het in de praktijk gewoon niet volhouden.

Het is trouwens belangrijk om even een wat duidelijker beeld te krijgen van het fenomeen ‘perfectie’ an sich. Want zoals bij zoveel andere woorden, is er eigenlijk niet slechts één invulling van. De definitie zou kunnen zijn dat iets optimaal is, dat het niet beter kan, dat elke poging om er nog iets aan toe te voegen onzin is, omdat het niet meer hoeft. Perfect betekent af, klaar, niets meer aan doen, adembenemend compleet. Maar kan dat in werkelijkheid?

Is het écht mogelijk een graad van compleetheid te bereiken die ultiem is? Volgens mij is dit weer een van de zoveelste concepten waar we klakkeloos in geloven zonder er ooit serieus bij stil te staan: perfectie in de zin van feilloos en foutloos bestaat gewoon niet. Het is een idee, een illusie, een ideaalbeeld waar veel mensen evengoed hun hele leven mee verkloten.

Oh, er is trouwens nog een andere manier om het woord perfect te benaderen. In de uitdrukking ‘Alles is perfect zoals het is’ zit juist heel veel relativering. Dit betekent namelijk niet dat iets beter moet of kan, maar dat het van huis uit, dus intrinsiek en altijd, allemaal al goed is. Dat is meer mijn benadering, ook al betekent het niet dat ik nooit iets doe om andere omstandigheden te creëren. Maar dat is een gezond en ontspannen streven.

Er is niks mis mee om aan je levenssituatie te werken, om bepaalde doelen en dromen en ideaalbeelden te hebben. Als je er maar speels mee omgaat. Want zodra perfectie verwijst naar een staat van totale compleetheid, van een bijna sprookjesachtig ‘niets-meer-aan-toe-te-voegen’, verblindend volmaakt, heb je een probleem als je het probeert te bereiken. Helemáál als je vindt dat je zelf perfect moet zijn, zoals ik jarenlang heb gedacht.

Onzeker, onaf.

Het grootste gedeelte van mijn leven was ik nooit goed genoeg. Tenminste: de ik waarvan ik dacht dat ik het was. Die bundeling gedachten over een zekere Marnix zeg maar. Het was een onuitputtelijke warboel van onzekere, minzame, bestraffende, kritiserende, kleinerende gedachten. Ik had voor mijn gedrag allerlei standaarden bepaald die huizenhoog waren en waar ik maar zelden (meestal niet) aan voldeed. En áls ik er aan voldeed, was de tevredenheid daarover slechts tijdelijk. Binnen no time kwam er weer een nieuw verwijt, een nieuwe klacht over mij, een nieuw te bereiken doel.

Vooral op sociaal gebied had ik extreem veel last van perfectionisme. Ik wilde altijd de leukste zijn, de meest mysterieuze, de meest bijzondere, meest opvallende. Dit begon in de brugklas van het VWO, waar ik mijzelf op de een of andere manier opnieuw heb uitgevonden, en ontdekte dat je je sociale omgeving perfect kunt manipuleren met welgemikte acties. Daar bouwde ik stukje bij beetje aan een stoïcijnse Marnix die ondoorgrondelijk was, vaak sarcastisch en meestal minzaam.

En weet je wat? Het werkte als een dolle! Heel veel mensen vonden me belachelijk boeiend. Het probleem was alleen dat ik bijvoorbeeld zelden werd uitgenodigd voor feestjes, omdat de meeste schoolgenoten dachten dat ik toch niet zou komen. Het gevolg was een soort chronische eenzaamheid, veroorzaakt door hevige populariteit. Maar in plaats van dat ik er wat aan deed in positieve zin, werd het alleen maar erger, en bleef ik sleutelen aan een figuur die ik helemaal niet was, maar waar ik wel enorm mee scoorde.

Op een gegeven moment ontaardt perfectionisme in een verzengend kritische houding. In elk geval in mijn geval. Er was maar weinig wat ik goed kon doen voor mezelf, en de lat lag steeds onmenselijk hoog en werd net zo makkelijk steeds hoger gelegd. Zoals ik al zei ging het in mijn geval vooral om sociaal perfectionisme. Of ik daarin slaagde was makkelijk af te meten aan het aantal lachers op mijn hand, slijmjurken die om me heen hingen, of de hoeveelheid meisjes (en later vrouwen) die verliefd op me waren.

Het werkt hevig verslavend: als je de oppervlakkige sociale dynamiek een beetje doorkrijgt, kun je de zaak stevig naar je hand zetten. Dat deed ik dus ook continu.

Overigens gebruikte ik elke tool die ik maar kon bedenken om te bereiken wat ik zo graag wilde. Naast humor en vlijmscherp cynisme, ontwikkelde ik een stevige dominante houding, die ik waar ik ook maar binnenkwam meteen liet gelden. Want ondertussen was ik meestal doodsbang niet aan mijn eigen eisen voor sociale perfectie te voldoen, en met een grote bek mobiliseer je vrijwel elke situatie in no time. Ik was er supergoed in.

Verwachtingen, verwachtingen.

Bijna elke situatie waar we in ons leven tegenaan lopen die spanning en problemen oplevert, heeft te maken met verwachtingen. En het gewenste resultaat en het geprojecteerde goede gevoel dat we in gedachten koppelen aan een bepaalde situatie in de toekomst. Ook perfectionisme is hier een uitstekend voorbeeld van. In dat geval, namelijk, is er de onuitgesproken en vaak onbewuste gedachte dat we pas rust krijgen van onze hyperkritische geest als alles helemaal goed is. Maar omdat dit niet kan, heeft het hoofd altijd wat te doen. En laat dat nou nét zijn grootste raison d’être zijn.

Het denken is heel erg blij met perfectionisme, omdat het op die manier een belangrijke rol in je leven kan spelen. En dat ook altijd kan blíjven doen.
Het denken komt met verwachtingen, met voorspellingen, met strategieën, en uiteindelijk met recensies van en kritiek op wat je hebt gedaan of juist hebt laten liggen. Het is nooit stil of bescheiden, behalve misschien als je ooit iets bereikt wat op de een of andere manier neigt naar perfectionisme, of als je jezelf professioneel verdooft met beproefde middelen. Maar het duurt allemaal maar eventjes.

Perfectionisme is het idee dat we trots op onszelf kunnen zijn als alles beter is dan nu. Dat we pas geslaagd zijn als we zo’n beetje alles op topniveau hebben opgelost. En nou is dat laatste op zich geen probleem, want een beetje ambitie is gezond en prima, maar als perfectionisme je leven gaat beheersen moet je er echt iets aan gaan doen.

Maar hoe stop je ermee?

Gedachten over jezelf en je gedrag, over dingen die je wel of niet had moeten doen (of in elk geval beter dan je ze deed), houden nooit op, laat dat duidelijk zijn. Ze zullen er altijd zijn, dus daar zul je de bevrijding niet vinden. Stoppen met denken aan en over perfectie gaat je gewoon niet lukken. En ook het idee dat je precies goed genoeg bent zoals je op elk moment bent zal niet werken, hoe aardig het ook klinkt.

Net zoals bij al onze problemen, draait het bij perfectionisme om gedachten, en dan vooral een heel ingewikkeld spel van voorspellingen en meningen over wel of niet behaalde doelen. In je hoofd vinden er continu evaluaties plaats en worden er non-stop nieuwe plannen uitgedacht voor meer en beter. Dit zal niet stoppen, maar in feite maakt dat niet uit.

Want als je eenmaal hebt ingezien dat perfectionisme je gewoon nooit de ruimte zal geven op een echt ontspannen leven, en dat vol overgave wil veranderen, hoef je eigenlijk niets anders te doen dan je bewust worden van wat je over jezelf en je taakjes en klusjes en doelen denkt. En wat je denkt nádat je bepaalde activiteiten tot een eind hebt gebracht, of als je dat juist níet hebt gedaan. Dan begint het af te brokkelen.

Het is het doorzien van dat gedachtencircus.

Het begint met het inzicht dat perfectionisme je nooit zal kunnen brengen wat je misschien verwacht. De perfecte perfectionist bestaat namelijk niet. Perfectionisme is een dolgedraaid systeem van kritiek in je hoofd dat nooit tevreden is, want dat is nou juist de reden dat het bestaat. Maar gelukkig is je redding ook hier weer de volgende realisatie:

Je bent niet wat je denkt.

Als je hoofd zegt dat je een loser bent, een afhaker, een slappeling, iemand die er met de pet naar gooit of wat je dan ook kan bedenken, is dat ook echt het enige wat er gebeurt. Je bént al die dingen niet; het zijn gewoon random suggesties van je hoofd (soms roept-ie ineens leuke dingen, de asshole) die in jou verschijnen. Het wordt pas echt een probleem als je er waarde aan gaat hechten, en dat is natuurlijk precies wat de meeste mensen doen.

Bijna iedereen gelooft onvoorwaardelijk wat er zich in zijn of haar hoofd afspeelt, en pas als je inziet dat het niets meer is dan verhalen die opkomen en weer verdwijnen, altijd weer, pas als je dat écht hebt geobserveerd en het je eigen hebt gemaakt, zal het systeem zijn macht verliezen.

Perfectionisme is niets anders dan een onhandige combinatie van dwangmatig denken en conditionering. Op de een of andere manier ben je opgevoed met het idee dat alles altijd beter kan en moet (inclusief de onuitgesproken maar machtige gedachte dat jij dus nooit goed genoeg bent), en daarom hecht je zoveel waarde aan gedachten die dat herhalen. Het is er ingestampt, dus het zal tijd kosten je niet meer zo ongemakkelijk te voelen onder de eindeloze kritiek die je hoofd passeert.

Afstand nemen.

Ik heb nog steeds dezelfde gedachten over hoe alles beter zou moeten, alhoewel veel minder dan vroeger. Ik denk nog steeds vaak dat ik perfect moet zijn, dat alles moet kloppen en sociale flaters (wat dat dan ook moge zijn) belangrijk zijn om te voorkomen. Maar hoe ik ermee ómga, is een totaal ander verhaal. Het gaat niet om de inhoud van wat je denkt, want dezelfde gedachte kan bij verschillende mensen totaal verschillende reacties oproepen. Het gaat erom of je je erdoor laat beïnvloeden, leiden, sturen, en gek maken.

Wat helpt bij ál je problemen is afstand nemen van de gedachten die ze veroorzaken. Eigenlijk bestaan problemen vrijwel nooit búiten je denken. Het denken maakt alles ingewikkelder dan het is, koppelt aan elke gebeurtenis eindeloze verhalen en laat je comfortabel maar wurgend in je slachtofferrol glijden. Afstand nemen doe je door je gedachten te observeren, door steeds meer in te zien dat ze jou niet zijn, maar slechts in jou voorbij komen. Dat is niet zweverig, maar een levensveranderend feit.

Het hebben van perfectionistische gedachten is oké. Ten eerste is er niks mis mee om dingen te willen veranderen; ten tweede kun je gewoon niks aan die gedachten doen. Het is onmogelijk alleen maar níet-perfectionistische gedachten te hebben: daar heb je helaas niks over te zeggen. Maar dat maakt allemaal niet uit wanneer je hebt doorzien hoe het werkt met dat denken. Dan verliest het langzaam maar zeker zijn invloed, en lach je erom.

En het mooie is: dan maakt het niet meer uit of alles perfect is of niet!

Dát is pas perfect.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.