Waarom ik na zes weken facebook weer gillend stopte.

Na jarenlange afwezigheid op facebook, heb ik zo’n anderhalve maand geleden tóch weer een account geopend. Het voelde als een flinke nederlaag (ik heb het bedrijf heel vaak openbaar verketterd, dus weer overstag gaan was niet echt consequent), maar het opportunisme won: het zou goed zijn voor mijn rol als auteur in het algemeen, en de verkoop van mijn nieuwe boekje in het bijzonder.

Dus daar ging ik weer.

Het was eigenlijk de bedoeling dat ik alleen een soort pagina voor ‘bekende’ of publieke personen zou openen en beheren, maar daarvoor moest ik eerst weer een normaal account hebben. Ergo: zuchtend een persoonlijke pagina geopend, de basics ingevuld, zestien keer geweigerd mijn telefoonnummer op te geven, en toen (na ruim drie jaar geen facebook) weer back in business.

Hoera.

Maar om eerlijk te zijn voelde ik me een hoer die gedwongen werd aan de slag te gaan op een oceaanstomer vol dronken Russische matrozen. Een nogal vernederende ervaring. En dat was niet voor niets zo.

Ik vind namelijk alles aan facebook kut. Echt álles.

De interface, de kleur blauw, hoe je wordt toegesproken, de eindeloze stroom notificaties, de typografie, de honderdduizenden vragen over je profiel, de traagheid na elke click, het hijgerige karakter van alles, en de dwingende suggesties om je posts aan meer vrienden te tonen… door ervoor te betalen. Dat, en het feit dat facebook gewoon een enge, arrogante advertentiekolos is die elke vorm van privacy met voeten treedt, onbereikbaar is voor gewone stervelingen, en zonder blikken of blozen continu zijn eigen regels bepaalt.

Facebook is groter dan groot. Het bedrijf heeft zóveel geld en invloed, dat het in de praktijk boven alle wetten staat en achteloos hele bevolkingsgroepen kan negeren. Ze manipuleren alles en iedereen, constant, en er is niet echt een manier om ze daar verantwoordelijk voor te houden, laat staan ze te straffen.

Facebook liegt en bedriegt en pusht en verdraait en manipuleert alsof het helemaal niks is. Het bedrijf heeft werkelijk geen enkel moreel kompas, en zou ethiek nog niet eens herkennen als het op een vijfhonderd meter lang roze cruiseschip dwars door Manhattan stoomde.

Ergernis.

Even een voorbeeld van een van mijn vele kleine ergernissen rond het platform (die in essentie gewoon om een leugen gaat): de notificatie ‘Die en die heeft een reactie geplaatst’. Dat klopt vaak niet. Meestal betekent het namelijk niet meer dan dat iemand je niet slechts geliked heeft, maar ‘de moeite nam’ om ook nog even een hartje te kiezen, of een emoticon.

Niks echte reactie dus, niks serieus antwoord of ludieke vraag of met zorg getypt bericht: een voorgekauwde fucking smiley, da’s alles! Maar facebook doet wel alsóf, zodat je meteen weer even op je pagina komt kijken.

Noem het semantiek of mierenneuken, maar dit is dus classic facebook. Het platform hangt aan elkaar van dit soort slinkse psychologische trucjes.

Facebook is erbij gebaat dat je zo vaak mogelijk op je persoonlijke pagina komt, en daar dan zo lang mogelijk blijft hangen. Daarom is er natuurlijk ook die nimmer eindigende batterij aan meldingen dat er zogenaamd weer iets is gebeurd, zelfs als dat eigenlijk helemaal niet zo is.

Bovendien forceren ze het ook gewoon heel doortrapt: als jij een foto met mensen erop plaatst, vraagt facebook tussen neus en lippen door of je misschien iemand wil taggen. Terwijl jij denkt ‘Uh, oké, waarom niet, whatever’, krijgt de persoon die even later de melding ontvangt het warme idee dat er heel bewust getagged is: ‘Iemand heeft aan me gedacht, me expres in een bericht verwerkt, ik krijg oprechte aandacht!’. Zodat hij of zij natuurlijk meteen gaat kijken (en netjes reageren). En uiteraard weer tien minuten slaafs blijft hangen en klikken en scrollen, voor de zoveelste lege ervaring.

En meer advertentie-inkomsten voor de blauwe bende.

Waar ik trouwens aan mee heb gewerkt.

Omdat ik wat extra aandacht wilde genereren voor mijn nieuwe boekje, besloot ik een paar posts te promoten. Ik maakte een aantal opvallende plaatjes met bijpassende wervende tekst, en betaalde tot maximaal 15 Euro per keer om te adverteren. Wat meteen al opviel is dat ze eigenlijk geen plaatjes willen met leuke zinnetjes erop. Voor mij als reclameman is dat juist een heel effectieve combinatie, maar facebook ontmoedigt het. Weer typisch zo’n regel die het gebruik ingewikkelder maakt, en minder vrijheid biedt.

Dus naast de vrouwentepel, bannen ze nu ook plaatjes met tekst.

Schiet mij maar lek.

Meelezen en doorverkopen.

Facebook is het grootste social media platform ter wereld, met op dit moment een slordige 1,6 miljard gebruikers en het afgelopen kwartaal een omzet van 5,84 miljard dollar. Dat betekent ook dat ze onvoorstelbaar machtig zijn, boven ongeveer alles verheven, en kunnen doen en laten waar ze zin in hebben. Láchend. Dus inclusief je mail en chats doorspitten en gebruiken, je foto’s claimen, slimme koppelingen maken met websites die je búiten facebook bezoekt, iedere scheet die je laat vastleggen tot in de eeuwigheid, maar ook privégesprekken meelezen die je via WhatsApp voert.

En alle (gevoelige) informatie die ze met die activiteiten vergaren, verkopen ze natuurlijk weer voor heel veel geld door. Trouwens, soms lezen en scannen ze niet alleen mee, maar gaan ze nog een paar stapjes verder.

Dat ze ook bezig zijn met het beïnvloeden van leden, bleek onder meer toen ze in januari 2012 een kleine 700.000 timelines corrumpeerden om te kijken welke emotionele gevolgen dat had. Door specifieke content weg te laten en andere juist bewust te tonen (‘emotionele woorden’, noemde facebook het zelf), lukte het ze de stemming van tienduizenden mensen te sturen. Soms werden er meer positieve posts getoond, soms juist meer négatieve, en dat had directe gevolgen op de gemoedstoestand van de gebruikers.

‘Ja, het was een psychologisch experiment’ en ‘natuurlijk zouden we dat nooit écht zomaar doen om geld te verdienen joh’, was destijds het schaapachtige en sussende antwoord van facebook. Maar dat zijn dus uitspraken van een club die con-ti-nu zijn eigen beloftes breekt: het bedrijf is notoir onbetrouwbaar. Als ze zweren dat ze iets niet zullen doen, kun je er juist donder op zeggen dat ze daar een tijdje later (stiekem) van afwijken.

Trouwens, over emoties gesproken: facebook is natuurlijk sowieso een extreem beperkte microkosmos. Je persoonlijke blauwe bubble die elke dag serveert wat jij lekker vindt, waarmee je dus automatisch bevestigd wordt in jouw kijk op de wereld — en je eigenlijk nooit meer iets nieuws leert proeven. Onder het mom van ‘We kennen je steeds beter, dus krijg je relevantere content aangeboden en dat is fijner voor jou!’, houden ze meer en meer de wereld buiten beeld die niet weerspiegelt hoe jij denkt en wat jij vindt (want dat weten ze na al die tijd natuurlijk dondersgoed).

Met andere woorden: facebook is duidelijk geen ideaal platform voor kritische en intelligente mensen die benieuwd zijn hoe personen met een andere kijk op de maatschappij in het leven staan.

Een ander groot persoonlijk bezwaar tegen facebook, is dat het echt een extreem lage voedingswaarde heeft, qua content. Het lijkt wel een lopende band vol kleine hamburgertjes van de McDonalds, die dankzij een hopeloos efficiënte ploegendienst dag en nacht worden gebakken. Je flikkert ze moeiteloos één voor één in je holle kies, het líjkt ook zelfs naar iets te smaken, maar je honger blijft eeuwig ongestild.

En dus start je na een kwartier maar weer een nieuwe sessie (geen probleem natuurlijk: het buffet is dag en nacht open).

Ondertussen blijft facebook volledig ongrijpbaar.

Kritiek op het bedrijf doet ze minder dan niks. Het interesseert facebook geen flikker dat er mensen klagen en afhaken (of blogs schrijven). De wet van de grote getallen is úitgevonden voor deze club: met ruim anderhalf miljard leden hebben ze een enorme buffer voor het negeren van criticasters en andere personen die niet klakkeloos meehollen met wat er allemaal wordt geflikt. Er is eigenlijk niets wat ze zich niet kunnen permitteren en niets waar ze niet mee weg kunnen komen, en dat soort vrijheid is natuurlijk niet alleen alarmerend, maar ook heel aantrekkelijk als het gaat om dingen uitproberen.

Facebook is zó immens groot, dat ze het account van god zouden schorsen als hij iets onaardigs zegt over de hond van Mark Zuckerberg. Of twee keer de borsten van Maria Magdalena post.

Vies gevoel.

Voor mij was uiteindelijk doorslaggevend dat ik elke dag met tegenzin mijn pagina opende, en zonder ook maar énig enthousiasme naar de statistieken en meldingen keek. Facebook is een kunstmatige, kille en analytische fabriek waarin alles wordt vastgelegd en je continu wordt aangespoord om dingen te doen die je eigenlijk helemaal niet van plan bent te doen.

En dat stond me steeds meer tegen.

Na zes weken grommend en vloekend op facebook te hebben gezeten — alsof ik onder dwang 24/7 een veel te grote buttplug droeg — stopte ik er vandaag weer mee. En nu voorgoed. Ik heb aan het eind van de middag (om 17.59 uur om precies te zijn) mijn account opgezegd, en het voelde al meteen stukken beter. Niet alleen lijkt het alsof ik direct iets van mijn integriteit terug heb gekregen; ik ben vooral heel blij dat ik die onbetrouwbare fuckers niet meer voed met mijn bloed, zweet, tranen, mooie verhalen, fijne links en Euro’s.

Wellicht heeft het professionele gevolgen, krijgen mijn boekjes wat minder aandacht, en kan ik niet meer met Jan en Alleman contact leggen. Inloggen op allerlei gelinkte sites wordt vast ingewikkelder. Misschien krijg ik nog wat te horen van mijn uitgever of kersverse manager. En wellicht had ik het gewoon beter kunnen laten sudderen, dat account, en er zo min mogelijk aandacht aan moeten besteden. Het in de luwte aanhouden voor andere tijden.

Maar fuck dat!

Het bijna ceremonieel aanklikken van de knop waarmee ik mijn account vandaag officieel verwijderde, gaf me een fantastisch, bevrijdend gevoel, en dat zegt genoeg. Elke keer dat ik de afgelopen weken bezig was op facebook.com en wachtte tot de pagina’s geladen waren of mijn advertenties goedgekeurd, elke keer dat ik weer verleid was om te komen kijken naar helemaal niks, voelde ik me een beetje vies en vooral heel leeg.

Alsof ik mijn integriteit had opgegeven, mezelf verraden, en iets deed dat volkomen inging tegen alles wat ik echt belangrijk en waardevol vind. Maar ermee stoppen was ook weer zoiets.

Facebook heeft namelijk dat effect op mensen: je mag steeds minder, je móet steeds meer, maar het gaat zó geleidelijk dat vrijwel niemand er echt moeilijk over doet. Bovendien heb je nu eenmaal heel veel geïnvesteerd in het platform, dus accepteer je het maar gewoon. Hooguit een beetje mokkend.

Het probleem is dat dit steeds vaker een argument blijkt om ondanks alles gebruik te blijven maken van dubieuze apps en linke sociale netwerken: je wéét dat je privacy geschonden wordt, je wéét dat je je ziel aan de duivel verkoopt en persoonlijke informatie schaamteloos wordt doorverkocht, maar ja, het is zo’n gedoe om te stoppen en/of op zoek te gaan naar alternatieven (kijk maar naar WhatsApp).

De ‘pijn’ van het verneukt worden weegt niet op tegen het plezier en het gemak van het gebruik. De routine is zo lekker makkelijk en wezenloos, en de duimpjes en hartjes voelen zo goed. Blasé als basishouding, zo rollen we.

Maar even tussen jou en mij: op facebook blijven ‘omdat iedereen erop zit’ is natuurlijk geen reden, maar vooral een excuus om niet kritisch te hoeven kijken naar wat goed voor je is, of waar je écht achter staat.

Is dat wat je wil?

Ik weiger in elk geval nog langer mee te doen aan een circus dat als vanzelfsprekend wordt beschouwd, maar werkelijk élk greintje respect ontbeert voor de mensen waaraan het zo schandalig veel verdient.

Likes kun je me vanaf nu mailen.

-