Waarom zie ik

het niet meer?


Ik ga er voor het gemak even van uit dat je mij al een tijdje volgt, en geïnteresseerd bent in wat ik schrijf over de misvattingen rond het denken en hoe je daarmee om kunt gaan. Voor dit stuk neem ik ook even aan dat je er affiniteit mee hebt, dat het je iets doet. Misschien ben je al eens even gaan zitten om je gedachten te observeren, of misschien had je gevoelsmatig iets met wat ik bedoel, en leek het al een heel klein beetje of je thuis kwam.

Maar dan is dat begrip ineens weg. Paniek!

Het is duidelijk: je wordt genaaid door je verwachtingen. Je denkt (zoals we dat nu eenmaal altijd doen) dat het op een bepaalde manier moet lopen, dat er een zekere exponentiële ontwikkeling in moet zitten, maar dat is niet wat je ziet gebeuren. Bovendien ben je nog steeds heel erg afhankelijk van wat je gedachten beweren over deze materie: plotselinge twijfel is net zo goed een gedachte als het idee dat je het allemaal snapt, alleen is twijfel veel ondermijnender en willen we het meestal niet. En in het begin kun je daar vaak nog niet mee omgaan.

Ik leg even uit wat er met je gebeurt, en hoe het waarschijnlijk verder zal gaan.

Waarom je ‘het kwijt bent’.

In het begin lukte het je misschien om anders naar je gedachten te kijken (het waren frisse denkbeelden die kennelijk wel leuk waren voor je hoofd), maar inmiddels is het denken met volle kracht teruggekomen om te twijfelen over wat ik schrijf. Met andere woorden: het denken is het ineens niet eens met het onderwerp, met waar ik het van ‘beschuldig’.

Waarom zou dat zijn, denk je? Zou het denken zich zomaar gewonnen geven, het zomaar eens zijn met het idee dat het een toontje lager moet zingen?

In feite ben je niet terug bij af, maar juist een stuk verder. En daarom gaan je gedachten protesteren. Aan de hand van alle voorbeelden weet je inmiddels dat we ons denken niet kunnen beïnvloeden of sturen zoals we dat willen. En als reactie daarop komen er nu ook gedachtes op die ingaan tegen wat je eerst zo leuk vond om te geloven. Niks aan de hand. Je denken protesteert, en dat is een voor de hand liggende reactie. Je kon erop wachten.

‘Ja maar jij hebt dit toch ook alleen maar bedacht?!’

Dit is een bekend verwijt of manier om wat ik zeg te ondermijnen: is wat ik schrijf niet ook gewoon iets wat ik heb bedacht? Ja en nee. Alles wat ik hierover schrijf is op de een of andere manier vormgegeven door mijn denken. Zonder het unieke vermogen te schrijven, puzzelen, combineren, spelen met taal en al die andere fijne dingen waar het hoofd zo goed in is, was me dit natuurlijk niet gelukt. Maar waar kwam het allemaal vandaan? Dat mijn vingers het hebben getypt betekent niet automatisch dat ik het kan claimen.

Dat wíl ik niet eens.

Het denken over wat ik schrijf gaat vanzelf. En ook het leven dat ik tot nu toe heb geleefd en wat me zo veel geleerd heeft ging vanzelf, of dacht je nou echt dat ik met veel plezier en heel bewust mijn hele leven verslaafd en depressief ben geweest, dat het een duidelijke keuze was?

Hoe dan ook: uiteindelijk heeft het geresulteerd in een periode waarin ik maar hoef te gaan zitten achter de computer om het te laten stromen. Als een soort doorgeefluik. Het denken helpt me met de logica en de structuur en het herinneren van alles, en nog een heleboel andere praktische dingen; mijn bewustzijn of zo levert de sap, de energie, de inspiratie, de ideeën en het volhouden.

Dus, ja, het denken is belangrijk. Maar niet als bron. En dat moet je echt leren. Daar gaat tijd overheen. En in de tussentijd zal het denken nog regelmatig de macht terugpakken. Je denken is gewoon tegen de lamp gelopen, de laatste tijd. En nu komt het terug met allerlei argumenten die mijn betoog en dat wat jij begint te voelen onderuit proberen te halen.

Hoe heerlijk voorspelbaar!

Waar ik over schrijf is geen trucje of kunstje: je moet het eerst inzien, en er dan vervolgens bij blijven. Het denken vindt het niks, en zal dus heel vaak met tegenargumenten komen die heel plausibel klinken, omdat je denken zich er zelf waarderend over uitspreekt. Lekker onpartijdig. In elk geval zal het jou vaak genoeg nog aan het twijfelen brengen, en soms ben je het zelfs helemaal kwijt.

Maar ook een gedachte over het feit dat mijn verhaal onzin is, en je denken héél belangrijk, is uiteindelijk maar weer een verhaal. Net als alle andere verhalen waar je hoofd steeds mee komt. Alleen misschien net wat sluwer. Net wat meer op een gevoelige plek, omdat het net zo lekker ging, en je fijn een beetje begon te geloven in wat ik schrijf omdat je het denken begon te doorzien.

Nu weet je dus wat het is. Het denken probeert weer grond terug te winnen. Feliciteer het met zijn vindingrijkheid, en realiseer je dat dit nog vaak zal gebeuren. Het heeft mij ook heel veel tijd gekost voor het normaal werd, en voor ik vrijwel niet meer in de listen van het denken trapte. Er komt een moment dat je weer helder voor je ziet wat je nu kwijt lijkt te zijn. En dat laatste is slechts een rookgordijn van het denken, een poging om weer de belangrijkste rol in je leven te spelen. Dit soort stuiptrekkingen gaat nog een hele tijd door.

Even een reminder (voor je onrustige geest).

Het kan heel fijn zijn om te ontdekken dat je geen invloed hebt op het denken zodat je jezelf veel minder kwalijk hoeft te nemen. Maar het kan ook heel machteloos voelen. Het lijkt dan ineens alsof je, door er anders over te denken, een wapen bent kwijtgeraakt. Een deel van een soort vermeende zekerheid. Maar zo werkt het niet.

Je hebt namelijk al nooit zelf bepaald wat je denkt, en dat verandert niet als je ineens ziet hoe het écht in elkaar zit. Het functionele denken, wat je de hele dag nodig hebt om je te kunnen handhaven in de wereld, doet gewoon netjes zijn werk en zal dat blijven doen, en daardoor val je nooit stil. En ook de ándere vorm van denken, die alles wat er in je hoofd gebeurt meteen persoonlijk maakt, gaat ook nog een tijd door. Alleen kan er een soort onthechting ontstaan, waardoor je dat automatische claimen van al je gedachten minder serieus neemt.

Dit is een proces en duurt echt wel een tijdje voor het bestendig is, vooral omdat het indruist tegen alles wat je hebt geleerd over het denken, en de macht die je het altijd hebt gegeven.

Dat je nog heel lang gedachten houdt die verontrustend zijn is een gegeven, wen er maar vast aan. Of, laat ik dat even nuanceren: die gedachten líjken verontrustend. Omdat je ze macht toekent. Omdat je altijd hebt geloofd dat die suggesties die je rare of ongezonde dingen willen laten doen, een wezenlijk onderdeel van jou zijn.

Als je ontdekt dat je gedachten zonder de lijm van het ego -dat alles wat je denkt meteen persoonlijk maakt- niets meer zijn dan verhaaltjes, verliezen ze hun dwangmatige karakter. Ook dat kost tijd: je hebt immers altijd gedacht dat jij het was, dat jij dacht, en dus ook dat jij die nare en vervelende en onconstructieve dingen op de een of andere manier verzon of toeliet.

Het kost tijd om wat vaker en automatischer in te zien dat je niet bent wat je denkt, want je denken is er altijd als de kippen bij om je in de war te brengen. Denken is hardnekkig, slim, en het is overal. Geen enkel fenomeen op aarde heeft zulke briljante PR als het denken, omdat het jou immers laat geloven dat jij het doet, en je dus alles kan wijsmaken. Daarom voelt denken zo serieus en intiem en persoonlijk: het vindt plaats binnenin jou, het wordt gebruikt om van je leven een verhaal te maken, om dingen te snappen en op te lossen. Geen wonder dat het lijkt alsof het alles over jou zegt!

Loskomen van het dwangmatige karakter van je denken begint met het inzicht dat het in jou ontstaat, maar nooit kan zijn wat jij bent. Gedachten komen en gaan immers altijd weer, en jij bent juist al die tijd aanwezig. Jij bent er altijd om die gedachten te hebben, te ervaren, om erdoor te worden meegesleurd, of er juist niet meer zo krampachtig in te geloven. Als je dit eenmaal ziet, ontstaat er (meestal) een opening die vervolgens steeds een beetje ruimer wordt. Dat kan echt wel even duren want we hebben het over een zeer hardnekkig systeem dat jou ook nog eens een enorm schijngevoel van veiligheid en vrijheid geeft, en wat je ergens dus best wil bewaren.

Zitten en kijken.

Bij mij was mediteren -of in elk geval regelmatig even de tijd nemen om mijn gedachten te observeren- erg effectief, omdat ik zo steeds beter ontdekte dat ik er niks over te zeggen had. In het begin is dat uitermate frustrerend, helemaal als je het idee hebt dat mediteren inhoudt dat je hoofd leeg en stil wordt, maar juist die frustratie is onderdeel van wat je leert. Je kop zal nooit helemaal leeg worden en dat is ook niet boeiend: als je maar ontdekt dat die gedachten jou niet definiëren. Dat ze altijd, zonder uitzondering, uit het niets komen, en weer in de tijd oplossen.

Als er gedachten opkomen dat je jezelf iets moet aandoen, of dat alles fout gaat en het nooit meer goed komt, zijn dat alleen maar verhaaltjes. Zonder het idee dat die verhaaltjes over jou gaan, zou je er nul last van hebben. Snap je dat? Als je die gedachten ziet als een random suggestie van je hoofd (dat nu eenmaal graag wat te doen wil hebben), doet het je steeds minder, omdat het niks over jou zegt, behalve dat het in jou verschijnt.

Het begint ermee dat je dát snapt. En, ja, ze zullen ongetwijfeld nog een tijd blijven komen (ik had dat heel erg met gedachten over drank en drugs; inmiddels zijn die vrijwel verdwenen), maar zeg dan steeds tegen jezelf dat het niet over jou gaat. Doe dat gerust letterlijk, van binnen, of hardop. Accepteer dat het iets is waar je altijd in geloofd hebt omdat je niet beter wist, maar waar je nu wel klaar mee bent. Dit zal de hechting die je met je geschiedenis hebt steeds minder sterk maken.

Tot op de dag van vandaag ben je in de ban geweest van alles wat je denkt. Het is een elementair onderdeel van je leven. Een van je belangrijkste ‘waarheden’. Daarom zijn begrip van de situatie en de werking van de illusie echt niet genoeg om er meteen en definitief anders over te denken. Het is iets wat je je in het begin een tijdje heel bewust moet realiseren, en waar je stevig mee aan de slag moet.

Het denken zal je nauwelijks adempauze gunnen bij de dreigende ontmanteling van zijn hegemonie, dus maak er serieus werk van om het te observeren, en beetje bij beetje te leren dat je al die tijd in een verkeerd idee hebt geloofd. Ik garandeer je dat je nog veel vaker zult twijfelen, maar twijfelen is denken, en dat zegt niets anders dan dat er paniekbellen afgaan.
Waarom gaat het dan weer weg?

Waarschijnlijk heb ik het regelmatig over dingen waar je tot voor kort nog nooit bij stilgestaan had. En het zou me zelfs niets verbazen als de basis van mijn verhaal, dat je niet bent wat je denkt, op heel wat tegenstand kan rekenen. Omdat denken nog steeds op nummer 1 staat bij alles wat je doet (dat ben je immers gewend), is het heel hardnekkig en voelt de weerstand die het opwerpt ontzettend realistisch. Je voelt letterlijk wat je denkt, en als dat alleen maar ongeloof is, zal er niet zonder slag of stoot ruimte ontstaan.

Dat ik de hegemonie van het denken doormidden aan het zagen ben, is meestal niet heel makkelijk te accepteren. Doorzien dat je je hele leven lang in een extreem slimme illusie hebt geleefd en geloofd (waarin je zogenaamd de baas over je hoofd was), wil er echt niet zomaar in. Het is niet als een cursus Spaans of een paar lesjes gitaar: dit is fundamentele stuff, en dat betekent dat het op veel keiharde weerstand zal stuiten. En dus kan het heel goed dat je het niet makkelijk ziet, of niet in één keer.

Is dat erg? Nee, op zich niet. Ik gun je van harte een lichter leven, en het scheelt belachelijk veel als je ziet waar je problemen over het algemeen vandaan komen, maar als je dat níet meteen ziet verandert er ook niks in negatief opzicht. In elk geval zal het dan waarschijnlijk niet erger worden, maar zit je alleen zó vast in alle ideeën over je gedachten, dat je daar niet vanaf komt. Of misschien op dit moment gewoon nog niet.

Ik heb bijvoorbeeld Een nieuwe aarde van Eckhart Tolle (die gast van De kracht van het Nu) een paar keer gelezen, en er zaten hele stukken in waar ik de eerste keer geen moer van begreep. En dat is nog heel wat abstractere kost dan waar ik het over heb! Dus het kan dat het niet meteen indaalt, dat het tegen die denkmuur van je aan klettert, en misschien scheelt het dan als je het later nog eens probeert. Of je leest wél ijzerenheinig door, en hoopt dat het zaakje uiteindelijk alsnog breekt. Wat jij wil.

‘Ik snap het nu helemaal, maar..’

Dit is ook altijd een goeie: je snapt het en voelt het en begrijpt het en er is een tijdje opwinding. Maar dan komt de twijfel weer terug. Je voelt het ineens niet meer..

Zie je wat er gebeurt?

Je ‘accepteert’ op een gegeven moment dat het denken maar wat doet, en dat voelt eventjes fijn, maar als het dan vervolgens iets doet waar je weinig mee kunt (namelijk ondermijnende gedachten produceren en twijfel zaaien over je nieuwe inzichten), is er geen sprake meer van die acceptatie. Dan volgt er meteen onzekerheid en weerstand.

Het is een bekende volgorde:

Eerst wist je niet hoe gedachten echt werken, toen kreeg je het inzicht dat je er niks aan kan doen (en dat was wel een tijdje spannend), en vervolgens begint de twijfel weer. Maar in feite gaat het om een denkbeeldige scheiding van situaties, want het zijn allemaal gedachten. De ene is op zich niet belangrijker dan de andere, tenzij je een beeld hebt van wat je graag zou wíllen denken. En meestal is dat zo.

Voorwaardelijk vertrouwen.

Voorwaardelijk vertrouwen betekent dat je ‘het ziet’, maar alleen als je gedachten dat volledig ondersteunen. Je hebt dus nog steeds gedachten nodig die inhoudelijk gezien kloppen met wat je graag wil geloven. Dat is iets anders dan het ook echt voelen op het allerdiepste niveau.

Dat je het snapt is een gedachte, en dat je het níet snapt ook. Maar die eerste heb je gewoon liever. En zolang je afhankelijk blijft van de leukere gedachten (waaronder ‘ik snap het nu!’), ben je nog steeds niet vrij. Je kunt niet zeggen ‘ik accepteer het feit dat ik mijn gedachten niet verzin volledig, maar die en die wil ik niet!’.

Dat is voorwaardelijk.

Het gaat erom dat je het op een gegeven moment allemaal zó goed voelt, dat het zó’n wezenlijk onderdeel van je is geworden, dat het niet meer uitmaakt of er nog twijfel in de vorm van denken overheen komt. Dan is het niet meer een trucje, maar iets wat je in essentie altijd weet, hoe hard je denken het ook wil ontkennen. En dan zullen er echt nog wel gedachten komen die alles onderuit proberen te halen, maar die hebben niet of nauwelijks effect meer.
Niet beginnen, maar stoppen met geloven.

Dit gaat niet over iets waar je in moet geloven om er iets aan te hebben. Je moet juist stóppen met ergens in geloven. Het idee dat jij altijd de baas bent geweest over je hoofd en daarmee je leven hebt bepaald, inclusief alle succesverhalen en alle ellendige episodes, klopt niet. Het is helemaal niet zo ingewikkeld je dat uit te leggen (en ik doe het vaak omdat we een slim en hardleers systeem moeten zien te kraken), maar het is wél heel lastig om keer op keer het slimme verweer van je hoofd te doorzien.

Daarom kun je het op het ene moment he-le-maal snappen, en glipt het meteen daarna weer door je vingers. Omdat je gedachten twijfel zaaien. Je hebt altijd zonder enige reserve geloofd in alles wat je hoofd presenteerde, dus het is natuurlijk helemaal niet gek dat je ook de bezwaren waar het nu mee komt serieus neemt. En die zullen komen, wagonladingen vol. Het denken (en dan vooral de egocomponent die het denken persoonlijk maakt) wil helemaal niet dat je snapt waar het wel en niet verantwoordelijk voor is, want dan is het min of meer uitgespeeld. In elk geval is het dan zijn lievelingspositie als jouw Grote Leider kwijt. Auw.

Daarom kan het zoveel moeite kosten dit allemaal in te laten dalen en vooral in je leven te integreren. En daarom kost het ook nog steeds moeite nadat je het een beetje begint te snappen: je brein met al zijn gedachten heeft gewoon geen zin het op te geven, en probeert van alles uit. Zelfs als je helemaal vanuit je tenen weet dat je je hele leven behoorlijk in de luren bent gelegd door alles wat je dacht, geeft het denken zich nog steeds niet zomaar gewonnen. Alleen trap jij er dan nog maar zelden in.

Het heeft mij, nadat ik snapte hoe het eigenlijk in elkaar zit, zeker een jaar gekost om een soort steady positie te vinden, waarbij mijn gedachten echt een structureel minder belangrijke rol spelen. Daarvoor was het vaak al lekker om even niet meer zo geïdentificeerd te zijn, om even een tijdje los te komen van al die ingewikkelde en pijnlijke verhalen, dus elke ‘fase’ heeft op zich al voordelen.

Als je lichter wil leven moet je eerst begrijpen dat jij niet je denken bent. En daarna ga je leren hoe je ermee kunt spelen. Het zou me niets verbazen als je daar al aardig mee op weg bent.

Geef niet op!

Show your support

Clapping shows how much you appreciated MarnixAmsterdam©’s story.