Beste minister Vandeurzen

Ik snap dat u in 2014 met de Persoonsvolgende Financiering op de proppen kwam, met de beste bedoelingen. Ik zie er namelijk ook de voordelen van in. U wil inclusie nastreven, waarbij mensen met een beperking, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags- en emotionele problemen, etc een eigen plek krijgen in onze samenleving. U wil hen daarbij ondersteunen en de zorg zo veel mogelijk geïntegreerd in de samenleving laten verlopen.

Ik snap dat u hiervoor terugvalt op de stijgende vraag naar zorg, de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg, de cliënten die mondiger worden en hun autonomie wensen te bewaren. Ook naar de ongelooflijke kracht van de meer dan 600.000 mantelzorgers in Vlaanderen. U wil sociale netwerken, buurtwerking en het verenigingsleven aanmoedigen, zodat mensen zich met elkaar verbonden voelen.

Ik herhaal, ik snap u volledig, maar er zit zich een duidelijke tegenspraak in. Het sociaal kapitaal van mantelzorgers staat al enorm onder druk. Is het dan realistisch te verwachten dat er meer sociaal kapitaal voorhanden is?

U spreekt ook over de individualisering van de samenleving. Echter moeten jonge gezinnen met tweeverdieners (meer dan) voltijds werken omwille van de toenemende kosten van het dagelijks leven. Daarbij zullen jonge kinderen meer naar betaalde opvang moeten, omdat grootouders nog aan het werk zijn door de verhoging van de pensioensleeftijd. Veel tijd en/of middelen om voor familie of vrienden te zorgen blijft niet over. Het beleid laat ons geen andere keuze dan enkel aan onszelf te denken.

Verder bestaat er de vrees dat personen met een beperking vooral op zichzelf en hun netwerk moeten terugvallen. Goed uitgebouwde netwerken zijn echter vooral te vinden bij goed geïnformeerde, hoger opgeleide en beter gegoede burgers. Het beleid zet personen die niet bij deze groep behoren in de kou. Echt sociaal is dat dan niet. Eigen initiatief an sich is prima, maar mag niet leiden tot uitsluiting van kwetsbare personen.

U moedigt eigen initiatief aan, maar naast klassieke voorzieningen spelen ook commerciële bedrijven hierop in. Er komen meer spelers op de markt, met minder controle op kwaliteit. De zorg voor elkaar wordt een vorm van competitief kapitalisme, wat volgens mij niet de bedoeling moet en kan zijn. Zeker als u beslist de middelen van bestaande, kleine voorzieningen in te krimpen. Grote spelers krijgen de bovenhand, terwijl kleine spelers dezelfde zorg op hetzelfde niveau kunnen brengen, al dan niet beter.

Een overheid die initiatief toelaat, die deregulerend werkt en vertrouwen uitstraalt naar de verschillende zorgpartners, is een goede overheid. Een overheid die een besparingsoperatie en gebrek aan middelen verpakt in een verfraaid visieverhaal is een oneerlijke medespeler. Ik geef u de keuze welke u wil zijn.

Met vriendelijke groet

Marte Purnelle

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.